zaterdag 31 maart 2018

John Reed - Tien dagen die de wereld deden wankelen

Recensie door Truusje
Uitgeverij Schokland i.s.m. Uitgeverij EPO


Een ooggetuigenverslag van de Russische Revolutie 1917

Vorig jaar werd de Oktoberrevolutie herdacht, die 100 jaar geleden leidde tot de bestorming en overname van het 'Winterpaleis' op 7 november 1917, en de bolsjewieken de macht grepen. (Volgens de Gregoriaanse kalender is het 25 oktober geweest, maar de auteur hanteerde de Juliaanse kalender, zoals die toen in Rusland werd gehanteerd)

John Reed was toentertijd als verslaggever ter plaatse in Petrograd - tegenwoordig Sint Petersburg -, heeft vele gedetailleerde verslagen gemaakt van de gebeurtenissen waarvan hij getuige is geweest. Over dit boek wordt geschreven dat het wordt gezien als een journalistiek topwerk. 
Zelf schrijft hij dat het een stuk gecomprimeerde geschiedenis is, zoals hij die zelf heeft beleefd en het pretendeert niet meer te zijn dan een gedetailleerd verslag van de Oktoberrevolutie, die niet alleen in Petrograd gebeurde, maar uiteindelijk in heel Rusland plaatsvond.

Reed deed niet alleen verslag van de toespraken van de bolsjewieken en vergaderingen die hij bijwoonde, maar interviewde ook omstanders en burgers die hij tegenkwam. Hij probeerde overal te zijn waar iets gebeurde.
Op 7 november schreef hij:

"Plotseling klonk buiten de scherpe knal van een geweer, meerdere schoten volgden. Ik rende naar buiten. Er was iets ongewoons aan de hand bij het Mariinskipaleis, waar de Raad van de Russische Republiek vergaderde. Dwars over het uitgestrekte plein stond een rij matrozen, het geweer in de aanslag, hun blikken op het hoteldak gericht.
'Provokatsia! Ze hebben op ons geschoten!' snauwde er een, terwijl een ander naar de ingang rende.
Bij de westelijke hoek van het paleis stond een grote pantserwagen waarop een rode vlag wapperde. Met rode verf was er SRSD (Sovjet Rabotsjitsj Soldatskitsj Depoetatov) op geschilderd. Alle lopen waren op het Sint-Isaakplein gericht. Er was een barricade opgeworpen bij de doorgang naar Novaja Oelitsja - kisten, vaten, een oud bed, een kar. Een berg hout versperde het eind van de Mojkakade. Blokken van een houtstapel in de buurt werden langs de voorgevel van het gebouw opgestapeld om als borstweringen te dienen.
Gaat er gevochten worden?' vroeg ik.
'Zometeen, zometeen,' antwoordde een soldaat zenuwachtig. 'Ga weg, kameraad, anders raak je gewond. Ze komen uit die richting,' zei hij, terwijl hij naar de Admiraliteit wees.
'Wie?'
'Dat zou ik niet kunnen zeggen, makker,' antwoordde hij en spuwde op straat."

Om zoveel mogelijk informatie te vergaren maakte de journalist gebruik van vele archieven van kranten. Niet alleen de Russische, maar ook Engelse en Franse kranten. Het Bulletin de la Presse werd elke dag verspreid in Petrograd door het Franse informatiebureau en was heel waardevol voor Reed. Het gaf informatie over de belangrijke toespraken, gebeurtenissen en de visie van de Russische pers.

Pamflettekst;

'AAN DE BURGERS VAN RUSLAND!'

'De Voorlopige Regering is afgezet. De staatsmacht is nu in handen van het Militaire Revolutionaire Comité, het orgaan van de Petrogradse Sovjet van Arbeiders- en Soldatenafgevaardigden, dat aan het hoofd staat van het Petrogradse proletariaat en garnizoen.
Het doel waarvoor het volk vocht: het onmiddellijke voorstellen van een democratische vrede, afschaffing van de eigendomsrechten van de land heren op de grond, arbeidscontrole over de productie en de vorming van een Sovjetregering, is gewaarborgd.
Lang leve de revolutie van arbeiders, soldaten en boeren!'

'Het Militaire Revolutionere Comité
De Petrogradse Sovjet van de Arbeiders- en Soldatenafgevaardigden.'

Lenin heeft de auteur gecomplimenteerd en verkondigde bij het verschijnen van het boek dat hij het over de gehele wereld uitgebracht zou willen zien, omdat hij het een uiterst waarheidsgetrouwe verslaglegging vond.

Deze journalistieke rapportage is voor het eerst in een Nederlandstalige uitgave verschenen in 1966 - bij Pegasus, destijds de uitgeverij van de Communistische Partij van Nederland - en nu, in 2017, is het in deze herziene vertaling uitgekomen. In tegenstelling tot de eerste is deze uitgave voorzien van het niet eerder gepubliceerde en oorspronkelijke voorwoord van Reed.
'Ten days that shook the world' kwam in boekvorm voor het eerst uit in 1919. Eigenlijk zijn het in werkelijkheid iets meer dan tien dagen geweest, maar alla.....
Het boek is een in vele talen uitgegeven en in 1999 heeft het zelfs op de zevende plaats gestaan van de Top 100 van journalistieke werken.

Het bijzondere aan dit boek, is dat het is geschreven ten tíjde van deze gebeurtenis, door iemand die het van nabij heeft meegemaakt en verslagen, terwijl andere boeken pas jaren na dato zijn geschreven. Vele boeken zijn er geschreven over de Oktoberrevolutie, Tsaar Nicolaas II Aleksandrovitsj en zijn gezin, en verhalen over de bevolking in die tijd.

Voor in het boek zijn wat beschijvingen opgenomen die beknopte uitleg geven over de verschillende Russische organisaties - zoals politieke groeperingen, comités, doema's, vakbonden, organisaties, parlementaire procedures ed - om de lezer meer duidelijkheid te geven.

Conclusie

Als één van de oprichters van de Communistische Arbeiderspartij in de VS, kunnen we stellen dat Reed niet geheel als onpartijdig gezien kan worden en zodoende zal waarschijnlijk niet alles als volledig objectief geschreven zijn. Hij schreef immers al dat het een verslaglegging is van een gebeurtenis zoals hij dat heeft beleefd.

Ondanks dat het geen gemakkelijke materie is, is het een soepel geschreven en zeer lezenswaardige reportage, waarbij de credits hiervoor natuurlijk niet alleen naar de auteur gaan, maar - minstens zo belangrijk - naar de vertalers van deze nieuwe editie.

Als lezer hoef je niet bang te zijn om niet te begrijpen hoe de politiek er toen bedreven werd, want het verhaal geeft heel veel duidelijkheid aan de liefhebber van een stuk geschiedenis.

Een prachtig historisch document!!!

Auteur
John Reed (1887 - 1920) werd geboren in Portland, Oregon. Hij studeerde journalistiek aan de University van Harvard, waarna hij zichzelf de bestbetaalde journalist van Amerika mocht noemen. Tijdens de Mexicaanse Oorlog in 1916 - 1917 was hij correspondent en ten tijde van de WOI en de Russische Revolutie was hij in Rusland werkzaam als verslaggever. Zijn vrouw Louise Bryant, zelf ook journalist, was met hem meegegaan. Een aantal weken vóór de revolutie kwamen ze aan in Rusland.

Nadat hij daarna nog een aantal jaar in Amerika had verbleven, overleed hij in Rusland aan tyfus. Op het Rode Plein werd hij bijgezet in de necropolis en een gedenkplaat in de Kremlin Muur herinnert nog altijd aan hem.

Titel: Tien dagen die de wereld deden wankelen
Reeks: Kritische Klassieken nr. 14
Auteur: John Reed
Oorspronkelijke vertaling: G. van Es
Herziene vertaling: Nils Buis en Koen Wijnkoop
Oorspronkelijke uitgave: 1919
Genre: Geschiedenis & Politiek
Pagina's: 319
ISBN: 9789082454635
Uitgeverij Schokland
Verschenen: mei 2017

vrijdag 30 maart 2018

Piet Paaltjens - Snikken en Grimlachjes. Academische Poëzie


Recensie door Truusje
Uitgeverij Lalito Klassiek


Een miskend genie

Piet Paaltjens werd 165 jaar geleden geboren als François HaverSchmidt (Leeuwarden, 14 februari 1835 – Schiedam, 19 januari 1894). Zijn jeugd in Leeuwarden noemde hij 'paradijselijk' en regelmatig bezocht hij zijn grootvader, die dominee was. Dat is ook van invloed geweest op zijn eigen beroepskeuze.

Het schrijven zat hem al zeer vroeg in het bloed. Zo schreef hij een gedicht op dertienjarige leeftijd en dit is het oudste wat van hem bewaard is gebleven.

Studententijd

HaverSchmidt heeft in Leeuwarden het gymnasium doorlopen en omdat hij toen pas zestien was, is hij nog een jaar in Leeuwarden gebleven, waarna hij in 1852 theologie ging studeren in Leiden.

In de Studenten-almanak van het jaar 1856 werden de eerste gedichten van Piet Paaltjens opgenomen en daarmee was deze nieuwe dichter 'geboren'. HaverSchmidt echter vertelde niet dat de gedichten uit zíjn pen waren ontsproten en bazuinde in het rond dat hij deze uit de literaire nalatenschap van ene Piet Paaltjens heeft mogen kiezen. De dichtende predikant heeft dit pseudoniem zijn leven lang gebruikt.

Toen zijn studie was afgerond heeft hij, met pijn in het hart, Leiden achter zich gelaten. Zijn studententijd noemde hij zijn gelukkigste jaren. Hij was vrolijk, had veel vrienden en klom in de studentensociëteit met regelmaat op de tafel om verzen voor te dragen. 
Over zijn vertrek uit Leiden vertelde hij:

'Ik gevoelde mij zoo diep ongelukkig, dat het waarachtig was of mij het bonzend hart zou barsten in den boezem. Ik bad om tranen en kon niet weenen. Zie, ik had mij zoo gansch en al met ziel en lichaam verpand en verkocht en overgegeven aan het studentenleven en bovenal aan de vrienden, die ik onder de studenten had gevonden, dat het voor mij was alsof ik moest sterven, neen, alsof ik levend zou moeten begraven worden, toen ik ook de laatste banden moest afsnijden, die mij hechtten aan mijn wereld. Goddank dat die ure voorbij is!'
(Dyserinck, 1908, p. 52)

Een gedrukte bundel


'De maan glijdt langs de ruiten
En blikt mij vragend aan.
'Wat moet dat, bleke zanger, -
In uw ooghoek glinstert een traan?'

Zo gij de maan niet zelf waart,
'k Zou zeggen: loop naar de maan. -
Wat mij het oog doet glinstren,
Dat gaat geen schepsel aan.'

In 1867 zijn de eerste gedichten door zijn buurman - die uitgever was - gebundeld en uitgegeven onder de titel 'Snikken en Grimlachjes' en het werd meteen een daverend succes.
HaverSchmidt heeft hiervoor de gedichten van zijn alterego Piet Paaltjens bij elkaar gezocht. De gedichten tonen een flinke dosis zwarte humor, bespotten romantische dweperij, maar ook gevoeligheid, zwaarmoedigheid en verdriet, wars van de sentimentaliteit die geschreven werd door zijn tijdgenoten. Het is misschien geen toeval dat hij dertien! gedichten heeft uitgekozen voor het hoofdstuk 'Immortellen', terwijl de nummering doet vermoeden dat zijn hele oeuvre bestaat uit 100 stuks. 

Het is opmerkelijk dat HaverSchmidt het boek opent met een 'levensschets' van Piet Paaltjens, waarin hij dus eigenlijk zijn eígen levensgeschiedenis schetst.
Met zijn prachtige stem was hij erg geliefd als verteller en voorlezer en tijdens deze optredens knutselde hij verhalen van een dubbelganger weer in de gedichten Van Piet Paaltjens.

Depressies

De melancholieke HaverSchmidt kampte met perioden van diepe depressie en het leven was voor hem dan een zware dobber. Hij had niet de kracht om 's morgens zelf de slingers op te hangen in zijn depressieve gedachten.
De kerkgangers vonden dat hij erg veel over de dood preekte en dan erg somber overkwam. Dit resulteerde dan ook in de leegloop van zijn kerk.
Toen zijn vrouw overleed viel het leven hem zo zwaar dat hij in 1894 uit het leven stapte door zelfmoord.

Het boek

Het boek bevat 24 gedichten, verdeeld over 3 hoofdstukken:
*Immortellen (1850 - 1852)
*Tijgerlelies (1851 - 1853)
*Romancen

Deze uitgave van 'Snikken en Grimlachjes' is herspeld, wat het leesgemak absoluut ten goede komt, maar is wel gebaseerd op de eerste druk.
Achter in het boek is een fiks aantal pagina's opgenomen met annotaties, ter verduidelijking van woorden en uitspraken die authentiek zijn gebleven.

Conclusie


Dit boekje is voor mij een stukje jeugdsentiment en ik kan me nog menig gedicht herinneren uit de tijd dat ik op de lagere school zat. Destijds ging het alleen om het 'grappige' gedicht, maar nu ik het herlezen heb voel ik de melancholie, het vileine, de zwarte humor, maar zeker ook de sluimerende aanwezigheid van de dood. 
Zijn bekende gedicht 'De zelfmoordenaar' is helemaal onderaan de recensie geplaatst.

Marita Mathijsen heeft een prachtig uitgebreide toelichting geschreven, waarin ze het leven en het werk van de auteur beschrijft, maar ook de humor in de literatuur van de negentiende eeuw.

Het loont echt de moeite om dit mooie bundeltje - uitgevoerd in hardcover -  te lezen en te herlezen, elke keer één gedicht tegelijk en het even te laten inwerken. Het is fantastisch om te ervaren hoe HaverSchmidt zijn gedachten heeft gecomponeerd en te ontdekken dat we anno nu eigenlijk niet zo anders zijn gaan denken.
De melancholie en ironie zijn ook heel invoelbaar in de volgende korte strofe:

"Wat kon zaliger voor mij zijn,
Dan, onder hels geratel en gestamp,
Met u verplet te worden door één trein?"

Titel: Snikken en Grimlachjes
Auteur: Piet Paaltjens
Redactie: Marita Mathijsen
Categorie: Poëzie
Pagina's : 92
ISBN: 9789491982552
Uitgeverij Lalito
Serie: Lalito Klassiek
Verschenen: september 2017


De Zelfmoordenaar

In het diepst van het woud– 
‘t Was al herfst en erg koud –
Liep een heer in zijn eentje te dwalen.
Och, zijn oog zag zo dof!
En zijn goed zag zo slof!
En hij tandknerste, als was hij aan ‘t malen.

“Ha!” dus riep hij verwoed,
“’k Heb een adder gebroed
Neen, erger, een draak aan mijn borst hier!”
En hij sloeg op zijn jas,
En hij trapte in een plas;
‘t Spattend slik zijn boordje bemorst schier.

En meteen zocht zijn blik
Naar een eiketak, dik
Genoeg om zijn lichaam te torsen.
Daarna haalde hij een strop
Uit zijn zak, hing zich op
en toen kon hij zich niet meer bemorsen.

Het werd stil in het woud
En wel tien maal zo koud,
Want de winter kwam. En intussen
Hing maar steeds aan zijn tak,
Op zijn dooie gemak,
Die mijnheer, tot verbazing der mussen.

En de winter vlood heen.
Want de lente verscheen,
Om opnieuw voor de zomer te wijken.
Toen dan zwierf – ‘t was erg warm –
Er een paar arm in arm
Door het woud. Maar wat stond dat te kijken!

Want, terwijl het, zoo zacht
Koozend, voortliep en dacht:
Hier onder deez eik is ‘t goed vrijen,
Kwam een laars van den man,
Die daar boven hing, van
Zijn reeds lang verteerd linkerbeen glijden.

“Al mijn leven! van waar
Komt die laars?” riep het paar,
En werktuigelijk keek het naar boven.
En daar zag het met schrik
Dien mijnheer, eens zoo dik
En nu tot een geraamte afgekloven.

Op zijn grijnzende kop
Stond zijn hoed nog rechtop,
Maar de rand was er af. Al zijn linnen
Was gerafeld en grauw.
Door een gat in zijn mouw
Blikten mieren en wurmen en spinnen.

Zijn horloge stond stil,
En één glas van zijn bril
Was kapot en het ander beslagen.
Op de rand van zijn zak
Van zijn vest zat een slak
Een erg slijmerige slak, stil te knagen.

In een wip was de lust
Om te vrijen geblust
Bij ‘t paar. Zelfs geen woord dorst het spreken.
‘t Zag van schrik, zoo spierwit
Als een laken, wen dit
Reeds een dag op het gras ligt te bleken.

woensdag 28 maart 2018

Jane Gardam - Een onberispelijke man

Recensie door Tea van Lierop                                                                 
Uitgever Cossee BV




                                                      ‘Het onderwerp werd een kwelling voor Betty.'

Carson MacCullers - Klok zonder wijzers


Recensie Roosje
Uitgeverij Athenaeum




Lege levens

De dood is altijd hetzelfde, maar ieder mens gaat dood op zijn eigen manier.’ (2018: 7)

Zo begint Carson McCullers laatste boek Klok zonder wijzers. Eerste zin en de titel van het boek doen me vrezen dat het geen vrolijk boek is dat ik ga lezen. Dat wist ik al natuurlijk, Carson McCullers is geen lachebekje. Ook brengt die eerste zin direct de eerste zin van Anna Karenina van Tolstoj in gedachten: ‘Gelukkige gezinnen lijken allemaal op elkaar; maar ieder ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.’ (een vertaling van mij naar een Engelse Tolstoj-tekst, rdv).
Bij Tolstoj staat er een hoop spannends te gebeuren, en overspel is een stuk spannender dan het voorspelbare leven van eenzame mannen in een stoffig stadje in Georgia.

De apotheker

Nog voor zijn veertigste verjaardag hoort apotheker (of drogist? ik moet aan een drugstore denken, maar oké daar kun je ook medicijnen kopen, rdv) J.T. Malone dat hij ongeneeslijk ziek is. Als de dokter hem dat in eufemistische termen verteld heeft, het is immers 1953, toen sprak men niet open en vrij over dodelijke ziektes, reageert Malone als volgt:

Er kwam opeens een sluimerende herinnering boven die hem bewust maakte van een al lang vergeten beschamend gevoel, maar de herinnering zelf bleef vaag. Daardoor ervoer hij een parallelle droefheid: de angst en spanning van de woorden van de arts en de mysterieuze vergeten schaamte. Malone kon de aanblik van de witte, behaarde handen van de arts die met de briefopener speelden niet verdragen, maar bleef er toch  gefascineerd naar kijken.’ (ibid.: 9)

Dat is een prachtige zin. Je weet direct hoe de vlag erbij hangt, Malone weet totaal niet hoe hij moet reageren. Je houdt je adem in. Hij reageert op de dokter met gevoelens van antisemitisme; hij denkt dat de dokter joods is en dat vervult hem met afschuw.

De rechter

De eerste die Malone vertelt van zijn ziekte is de oude rechter Fox Clane, een oud, ziek, teleurgesteld en corpulent man - houdt het een en ander met elkaar verband, vraag ik me af? - ‘een sieraad voor de staat en het zuiden’ (ibid.: 16) roept McCullers ons na, voor het geval we mochten denken dat er toch nog iets eerbiedwaardigs aan die man is.
De rechter spreekt zijn soort vriend, zij kerken op dezelfde plek en zijn niet werkelijk vertrouwelijk met elkaar, moed in door te zeggen dat dokters het allemaal ook niet zo weten. Stop het in de doofpot, Malone, denk er niet aan, neem je drankje tegen voorjaarsmoeheid en het komt goed.

Op straat ontmoet Malone, die vaak J.T. genoemd wordt, een zwarte jongen met blauwe ogen, die hem nurks aankijkt. Hij voelt zich terstond unheimisch. Poeh, dacht ik, dat schiet lekker op: eerst een innerlijke scheldpartij tegen joden en dan gaat er ook een flinke portie racisme eroverheen. De toon is gezet. Oké, ik zei het al, het is 1953 en het tableau is in een stoffig stadje in Georgia. En oké, ik snap ook heel goed dat McCullers racisme en antisemitisme aan de kaak wil stellen, en oké, ik dacht direct ook aan Harper Lee, en zelfs een beetje aan Beecher-Stowe, maar het is wel erg dik aangezet.
De oude rechter heeft een kleinzoon, Jester, die hij heeft opgevoed met zijn vrouw, die nu dood is. Jester is een moderne jongen, hij wil naar New York en heeft niet zo’n zin in de racistische praatjes van zijn grootvader. Bovendien is hij verliefd op de zwarte jongen met de blauwe ogen. Die jongen die Malone in een nauw straatje tegen het lijf was gelopen. Zwart en homo: hoe erg kun je het hebben?

De vondeling

Sherman heet de zwarte jongen. Hij is nurks en mooi. Hij is een vondeling en er is niets liever dat hij wil dan zijn moeder vinden.

Vier mannen, twee oude, twee jonge; alle vier lijden zij aan hun mateloze eenzaamheid. Geen vrouw, of geen vrouw met wie je het bed nog wil delen. Zwart en wit kunnen niet met elkaar, zegt grootvader. Hij wil zijn kleinzoon niet naar het Noorden laten gaan, waar de rassen zich gewoon vermengen.

Impasse

Wat er veelbelovend uitzag, dit verhaal van McCullers, met mannen die niet goed hun weg in het leven kunnen vinden of hebben kunnen vinden, verzinkt al snel in een moeras van impasses, van nurksheid, racisme, dezelfde routines, alsmaar dezelfde praatjes die mij al behoorlijk snel de keel uit gingen hangen. Ook wanhoop en angst, het onrustig zoeken naar verlossing kunnen een emotionele en psychologische kant hebben in een boeiend verhaal. Ik denk direct aan de romans van David Vann.
Jammer, dit boek doet niet zo veel voor mij. Ik breng me De bruiloft van McCullers in herinnering en ook Het hart is een eenzame jager, dat ik minder vond dan De bruiloft, maar vele malen interessanter dan De klok zonder wijzers. Zelfs de titel staat me tegen: duh, een klok zonder wijzers is geen klok, en ik snap ook wel dat dat nu net de bedoeling is.

Ik zou zeggen: sla dit boek van McCullers over en lees haar andere werk en word blij.

Over de auteur

Carson McCullers, geboren als Lula Carson Smith (Columbus, Georgia, 19 februari 1917 — Nyack, New York, 29 september 1967) was een Amerikaans schrijfster. Ze schreef fictie waarin de spirituele isolatie van de buitenstaanders in de zuidelijke staten van de VS werd beschreven.
Ze groeide op in Georgia. Haar dominante moeder was ervan overtuigd dat ze wereldberoemd zou worden. Vanaf haar tiende jaar studeerde ze vlijtig piano, maar haar droom een groot soliste te worden op de concertpodia ging in rook op door een reumatische aandoening.

Ze trok op 17-jarige leeftijd naar New York om daar een cursus creatief schrijven te volgen aan de universiteit. Ze trouwde met James Reeves McCullers in 1937. Dit huwelijk werd al vanaf het begin gekenmerkt door alcoholmisbruik en seksuele ambivalentie. Beiden werden verliefd op dezelfde man, de componist David Diamond.

Na het verschijnen van haar eerste roman The Heart Is a Lonely Hunter in 1940 werd zij door critici bejubeld als een nieuw wonderkind. Voor Reeves was dat een reden om jaloers te zijn op haar schrijverschap. Zij was toen 23 jaar en verhuisde permanent naar New York om daar haar kans als schrijver te wagen. In 1940 ging het echtpaar uit elkaar en in 1941 volgde de officiële scheiding. In deze periode leerde zij de Zwitserse schrijfster Annemarie Schwarzenbach kennen, aan wie ze haar tweede roman Reflections in a Golden Eye opdroeg. Beide schrijfsters voelden een grote verwantschap, zowel in hun levensloop als in hun visie op het schrijverschap. McCullers' hevige verliefdheid kon de zelf labiele Schwarzenbach niet beantwoorden, maar de beide schrijfsters bleven wel bevriend en onderhielden een correspondentie.

In 1945 trouwde zij opnieuw met James Reeves McCullers. Drie jaar later ondernam zij een zelfmoordpoging. In 1953 probeerde haar echtgenoot haar over te halen om samen met hem zelfmoord te plegen. McCullers verliet hem echter, waarna hij een overdosis slaapmedicatie innam en overleed.
McCullers had een zwakke gezondheid en werd haar hele leven geplaagd door ziekte, met name reuma, longontstekingen en kanker. Uiteindelijk overleed ze in 1967 aan een zware hersenbloeding. (Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Carson_McCullers)

Auteur: Carson McCullers
Titel: Klok zonder wijzers
Oorspronkelijke titel: Clock without Hands
Vertaald door Molly van Gelder
Categorie: Literaire roman
256 pagina's 
ISBN: 9789025303631
Uitgever: Athenaeum - Polak & van Gennep
Verschenen: januari 2018 (oorspr, 1961)

dinsdag 27 maart 2018

Yasushi Inoue - Het jachtgeweer


Recensie door Truusje
Uitgeverij Bananafish



Een onmogelijke liefde

'Het jachtgeweer' is een boekje uit de Schwoblijst. Een raamvertelling, waarin brieven worden geschreven door drie verschillende vrouwen, te weten; Shōko, Midori en Saiko. Alle drie schrijven ze onafhankelijk van elkaar hun overpeinzingen over een groot geheim aan Jōsuke Misugi. Zo héél geheim blijkt het overigens uiteindelijk niet te zijn.

Een naamloze ik-verteller krijgt de vraag een gedicht te schrijven voor het tijdschrift van een jagersvereniging. Hij schrijft een prozagedicht genaamd 'Het jachtgeweer'. Onderwerp is een jager die hij die winter de Amagi-berg heeft zien opklimmen, zo gefascineerd door zijn tred en verschijning, dat hij de wens voelt om ook op die manier te lopen. Dan ziet hij in gedachten echter niet de berg die de jager opgaat, maar een witte, droge rivierbedding die hij achter zich laat.

Een aantal weken na het verschijnen van het gedicht krijgt hij een brief van de hem onbekende Jōsuke Misugi die schrijft het gedicht in het jagersblad te hebben gelezen en er emotioneel door werd geraakt. Hij heeft zichzelf herkend in het gedicht en vraagt de dichter om drie brieven, die hij heeft gekregen, te lezen.

Shōko schrijft haar oom Jōsuke nadat ze, een dag voor het overlijden van haar moeder, stiekem haar dagboek heeft gelezen, waardoor ze nu weet dat hij een geheime relatie heeft gehad met haar moeder. Ze wil met haar brief bewerkstelligen dat oom Jōsuke op de hoogte zal zijn van haar gevoelens van droefheid. Ze is er van overtuigd dat alleen zij weet heeft van deze geheime relatie.

'Eigenlijk had ik  het soort brief willen schrijven waardoor u na hem gelezen te hebben met de pijp in uw mond naar buiten zou willen gaan, maar dat lukt me eenvoudig niet. Ik heb dit punt al zo vaak bereikt, en ik heb ik weet niet hoeveel vellen briefpapier verpest. Dit was mijn opzet niet. Ik wilde u alleen eerlijk uitleggen wat mijn gevoelens nu zijn, zodat u die kunt begrijpen. [...] Het is de droefheid die over me heen spoelt, zoals op een winderige dag de schuimkoppen in de zee bij Ashiya van alle kanten op je af komen, en dat brengt me in verwarring.'

Midori vertelt haar man op een kille en afstandelijke manier per brief dat ze van hem scheiden wil, omdat ze al die tijd heeft geweten dat hij een relatie had met de vrouw die ze altijd als haar oudere zus beschouwde.
Haar kijk op haar man loopt niet over van begrip en ze vertelt hem in klare taal dat ze hem in wezen minacht.

'Je hebt in je leven zelden of nooit eenzaamheid gekend. Je bent zeker niet iemand die in zijn eentje zal gaan zitten kniezen. Je mag af en toe verveeld kijken, maar zielig kijken doe je nooit. Je hebt een merkwaardige kijk op alles, en je bent er heilig van overtuigd dat jouw kijk altijd de juiste is. Dat mag jij zelfvertrouwen noemen, maar als ik je zo bezig zie bekruipt me soms de lust om je hard door elkaar te rammelen. Kortom, voor een vrouw ben je niet om te verdragen. Je bent een saaie piet, het soort man op wie het nauwelijks de moeite waard is verliefd te worden.'

Vlak voor haar dood schreef Saiko de laatste brief, zijn minnares van de afgelopen 13 jaar. Zij vertelt hem haar gevoelens en die blijken bijzonder verrassend te zijn.

'Opeens was het of al die onsamenhangende gevoelens in mijn lichaam een bloem lieten ontluiken en wist ik hoe gelukkig een vrouw kan zijn als ze wordt liefgehad.
Ik heb mezelf er nooit toe kunnen brengen om het mijn man te vergeven dat hij me vroeger ontrouw is geweest, maar mijn eigen overspel vergaf ik mezelf maar al te gauw.'

Motieven

De turquoise jakje met het motief van een distel
Slangen als symbool die ieder mens in zich meedraagt
Het jachtgeweer

Conclusie

Deze raamvertelling is voor het overgrote deel ook een briefroman. Het is prachtig om in de afzonderlijke brieven het eigen karakter en intonatie van de afzender te proeven. De drie vrouwen laten zien hoe ze zich emotioneel voelen. Ook de blik op Misugi zelf verandert en hij is uiteindelijk de grote verliezer.
Door elke brief schijnt het licht vanaf een andere kant op de geheime relatie en komt er via mooie metaforen steeds een extra stukje van de puzzel tevoorschijn.

Doordat alle brieven vanuit een eigen perceptie zijn geschreven, krijg je als lezer meer informatie, dan de briefschrijvers zelf hebben. Hierdoor wordt de spanning langzaam opgebouwd en krijg je als lezer de kans om het ware verhaal te creëren.
De brievenschrijvers lijken de personificatie van droomsymbolen te zijn - een geïdealiseerde en symbolische voorstelling of persoonlijkheidstype die in het onderbewustzijn aanwezig is -.

En.....niet te vergeten.......dan hebben we ook de dichter nog!

Heel fijntjes, helder en fris in taalgebruik, ontrolt langzaam, op een afgewogen manier, het subtiele verhaal over liefde, eenzaamheid en de dood. Een klein boekje in je handen, maar met een geweldige inhoud die nog lang blijft nazinderen. Ik heb het boek tweemaal gelezen en dat zal ik zeker nogmaals doen, omdat er elke keer weer iets tevoorschijn komt waar ik eerst overheen heb gelezen. Jammer dat het zo dun is.
Laat je vooral niet weerhouden door de schreeuwerige cover, want dit is werkelijk een prachtige klassieker. Een Japanse parel! Het heeft absoluut mijn nieuwsgierigheid gewekt naar het boek Stierensumo.

Achterin de novelle staat een verklarende lijst noten van de Japanse woorden, begrippen en gebeurtenissen die in de tekst niet worden uitgelegd.

Auteur

Yasushi Inoue (1907 - 1991) was een Japanse schrijver van poëzie, essays, korte fictie en romans. Hij schreef met 'Het jachtgeweer' zijn debuut in 1949 en brak daar meteen mee door. Daarvoor was hij werkzaam als journalist en literair recensent. Zijn tweede werk is 'Stierensumo', dat meteen daarna uit is gekomen. Inoue ontving daarmee de Akutagawa-prijs voor nieuw talent. Bij Uitgeverij Bananafish zal het tweede werk dit jaar in mei verschijnen.
In 1976 heeft de auteur de Japanse Orde van Culturele Verdienste gekregen - een ridderorde voor schrijvers, kunstenaars en onderzoekers.
Van Inoue wordt wel gezegd dat hij de grootste Japanse schrijver is waarvan je nog nooit hebt gehoord.

Titel: Het jachtgeweer
Oorspronkelijke titel: Ryōjū
Auteur: Yasushi Inoue
Vertaling: Jacques Westerhoven
Voorwoord: Ivo Smits
Categorie: Novelle
Pagina's: 64
ISBN: 9879492254177
Uitgeverij Bananafish
Verschenen: januari 2018
Oorspronkelijk verschenen in 1949

maandag 26 maart 2018

Louwrens Hacquebord - Duivelse dilemma's. Een familie in oorlogstijd

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Nobelman  

                               

                                                      

Een hechte gemeenschap ontwricht




Wat doet een oorlog met een gemeenschap waarin iedereen elkaar op zijn minst van naam kent en waar familiebanden doorslaggevend kunnen zijn bij het maken van de juiste keuzes? En is het niet zo dat sociale achterstand mensen tot wanhoop kan drijven en dat ze daardoor weinig te kiezen hebben? Verwacht geen antwoorden op deze vragen, maar wel een helder beeld van wat er zich heeft afgespeeld in deze zeer karakteristieke regio in het noordoosten van Friesland.

Tussen de Kleistreek en de Friese Wouden ligt Dokkum. Deze stad staat centraal in de zoektocht naar de historische achtergronden van twee mannen met heel toevallig dezelfde, weinig voorkomende, naam: Tjerk Hacquebord. Dokkum is bekend van Bonifatius, een heilige bisschop die in 754 bij Dokkum vermoord werd, maar is natuurlijk ook één van de elf steden die deel uitmaken van de Elfstedentocht.





Leven in Dokkum

Dokkum heeft een rijke historie. Door zijn ligging aan de Dokkumer Ee was de stad geschikt voor handel met kooplieden rond de Noord-en Oostzee. Wanneer je in het centrum rondloopt valt er nog voldoende waar te nemen om een beeld te krijgen van de vroegere grandeur. Stadswallen, mooie huizen, waarvan de voormalige apotheek een goed voorbeeld is en een station ('Dokkumer Lokaaltje')* getuigen van een eens bloeiende stad. Helaas kwam aan deze bloei een einde toen de Ee dichtslibde en er geen verbinding meer was met de Lauwerszee.
Het huis van de familie van Tjerk Louwrens lag aan de Stationsstraat. De broers Tjerk (Louwrens, zoon van Louwrens en Gé Hacquebord) en Folkert waren handige jongens:

'Twee kano's werden aan elkaar vastgemaakt en functioneerden als drijvers van een catamaran. Op het plateau ertussen hadden ze een oude motorfiets gemonteerd die voor de aandrijving van het vaartuig zorgde.
De motorfiets was via een as met een kruiskoppeling aan een vrachtwagenventilator bevestigd, die als schroef aan het vaartuig diende en voor de voortstuwing zorgde. Op deze manier voeren ze met een redelijke snelheid de stad rond.'

Pater familias Louwrens en zijn vrouw Gé hadden, behalve Tjerk en Folkert, nog 5 kinderen. Louwrens was een ondernemer die de touwtjes stevig in handen hield. Ook hij moest moeilijke keuzes maken. Het was een hecht gezin, waarin moraal en hard werken voorop stonden.

Hoe anders verliep het leven van Tjerk Heero (zoon van Heero en Feikje Hacquebord). Evenals Tjerk Louwrens woonde hij bij een station, het station van de stoomtram. Hij was 35 jaar toen de oorlog uitbrak, zijn naamgenoot pas 19.
Samen met zijn vader had hij een aannemersbedrijf, maar door de crisis was er weinig werk. De NSB beloofde werkgelegenheid en ziehier: de kiem was gelegd voor de keuze van Tjerk Heero. Hoewel één en ander in strijd was met de opvattingen van zijn vader werd Tjerk Heero lid van de NSB.

De oorlog

Het grootste deel van het boek gaat over de oorlog en hoe die uitpakt voor de twee naamgenoten. Sommige delen lezen als een spannend avontuur, andere stukken doen je huiveren van afkeer. Het is gelukkig niet alleen kommer en kwel, Tjerk Louwrens leerde in de oorlogsjaren zijn vrouw Tjimmy kennen. Dat was toen nog een jong meisje en de schuchterheid die daarmee gepaard ging wordt mooi uitgewerkt door de auteur. De verhalen over de verschillende onderduikadressen maken duidelijk dat er meerdere kanten zaten aan het onderduiken, aan de ene kant hoefde je je niet te melden voor de 'arbeidsinzet', aan de andere kant lag het gevaar op de loer opgepakt te worden. Dat 'ons kent ons' had zeker ook nadelen, er hoefde maar één NSB'er lucht te krijgen van een onderduiker en je kon verraden worden. Gelukkig waren er naar verhouding maar heel weinig NSB'ers in Dokkum en omgeving.

'Ook overdag werd de bewegingsruimte steeds kleiner. De Duitsers en de Dokkumer landwachters patrouilleerden ook met enige regelmaat in de dorpen rond Dokkum. Ze waren dan op zoek naar mensen die in de leeftijdscategorie vielen die in Duitsland moest werken.'

Tjerk Heero maakte zoals gezegd andere keuzes. Hij heeft onder andere gewerkt in Frankfurt en Wenen in het medisch bataljon van de Waffen-SS. Uit de verhalen blijkt dat dit hem behoorlijk tegengevallen is en dat hij trauma's overgehouden heeft na het zien van het lot van gevangenen. Ook is duidelijk geworden dat hij niet altijd precies wist waarvoor hij tekende.

Recht

Na de oorlog overheerste in eerste instantie het feest van de bevrijding, maar tegelijkertijd was er die enorme groep oorlogsmisdadigers. Deze mensen moesten allemaal op de juiste manier beoordeeld worden op hun mate van collaboratie. Dat dit geen sinecure was blijkt uit deze passage:

'Het Openbaar ministerie had helemaal geen ervaring met het berechten van oorlogsmisdaden, maar kreeg wel te maken met tienduizenden mensen die berecht moesten worden. Bovendien waren er veel wraakgevoelens in de samenleving en om die weg te nemen moest een speciale rechtspleging: Bijzondere Rechtsplegingen en Zuivering worden gemaakt en dat nam veel tijd in beslag.'

Wetsens

De openingszin en de slotzin zijn te bijzonder om daar niet even de aandacht op te richten.

'Langzaam liep de stoet achter de kist over het pad dat om de kerk en het kerkhof op de terp van Wetsens leidde.’ (openingszin van de proloog)


Sint-Vituskerk-Wetsens (wikipedia)

'[…] Drie-en-een-half jaar later werd Tjerk (Louwrens-01-09-2000 TvL) in Wetsens begraven. Op de eenvoudige rood granieten gedenksteen staat behalve zijn naam, geboorte-en sterfdatum een hugenotenkruisje. Tsjerk was namelijk altijd trots op zijn Hugenoten-oorsprong. Tjimmy plant eens in de zoveel tijd viooltjes voor zijn steen om het graf wat op te fleuren.[…]' (slotzin van de epiloog)

Conclusie

Behalve het levensverhaal van twee mannen met dezelfde naam is er ook aandacht voor de sociale omgeving waarin de mannen leefden. De omstandigheden waarin ze zich bevonden maken duidelijk dat er verschil was tussen de twee en dat er daardoor andere keuzes gemaakt werden. Het is de nuancering die zorgt voor een nauwkeurig oordeel. 

Behalve een boek over goed en fout in de oorlog geeft het ook een mooi beeld van deze prachtige standvastige regio. De beschrijvingen van de boerderijen, met hun vlakke landerijen waardoor de vijand geen kans had ongezien te naderen en waar vliegtuigen hun wapens voor het verzet konden droppen, roepen het beeld op alsof je er zelf rondloopt.

Treffend is ook de karakterschets van de doorsnee Fries: streng gelovig, Oranjegezind, fanatieke bestrijder van het nationaalsocialisme en recht door zee.
Eveneens recht door zee is het taalgebruik, het is een non-fictieboek en zo is het ook geschreven. Ik bedoel hiermee dat hier geen zaken in bloemrijk proza beschreven worden, ook de dramatische passages niet. Met andere woorden: de stijl past bij het landschap, het gevoel zit in de details, zoals dat hugenotenkruisje.

De auteur

Louwrens Hacquebord (1947) studeerde fysische geografie, historische geografie en archeologie aan de Universiteit Utrecht en Rijksuniversiteit Groningen en promoveerde in 1984 cum laude aan de Universiteit van Amsterdam. In 1994 werd hij benoemd tot hoogleraar Arctische en Antarctische Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 2014 is hij met emeritaat.
Eén van zijn andere werken Wildernis Woongebied en Wingewest verscheen in 2015.




*De spoorlijn Leeuwarden - Anjum, ook wel Dokkumer lokaaltje genoemd, was de spoorlijn tussen Station Leeuwarden en Station Dokkum-Aalsum, de oostelijke tak van het voormalige NFLS
(Noord-Friesche Locaalspoorweg-Maatschappij)

Titel: Duivelse dilemma's
Auteur: Louwrens Hacquebord
Uitgever: Nobelman
ISBN: 9789491737312
Genre: non-fictie
Pag.: 166

zondag 25 maart 2018

Carson McCullers - Het hart is een eenzame jager

Recensie door Truusje
Uitgeverij Athenaeum



Niet alleen, maar wel eenzaam 



Het boek is opgebouwd uit hoofdstukken met steeds wisselend perspectief en beschrijft beurtelings de ontwikkelingen van de personages. Het verhaal behelst een jaar van de gebeurtenissen in let leven van de inwoners van het stadje.
Carson McCullers was 23 toen ze in 1940 "Het hart is een eenzame jager" schreef. Een roman die zich afspeelt in een kleine stad in het zuiden van de VS, aan de vooravond van de Tweede wereldoorlog en de dreiging hiervan ook voelbaar maakt. Een indringend verhaal waarin zes hoofdpersonages aan bod komen, met alle zes hun eigen verhaal. Hun levens lopen naast elkaar, maar ook kruisen hun wegen. Hun overeenkomst is dat ze stuk voor stuk worstelen met de dingen die het leven hun heeft geboden en ontnomen, hun hoop, wanhoop, angst en desillusie.

Personages

De personages staan stuk voor stuk aan de zelfkant van de maatschappij en vertegenwoordigen "de verschoppeling", ieder op zijn eigen manier. Ze staan niet model voor de gevestigde orde en de geldende mores.

John Singer is een innemende, doofstomme jonge man, werkzaam als graveur van tafelzilver bij een juwelier. Hij woont samen met de, eveneens doofstomme Spiros Antonapoulos, een eetgrage, zwaarlijvige Griek, werkzaam in een fruit en snoepwinkel.
De communicatie tussen die twee verloopt allesbehalve gemakkelijk, daar Spiros niet veel lijkt te begrijpen. Daarentegen "praat" John gewoon tegen Spiros aan, om hem zijn belevenissen te vertellen en beiden lijken zich hier goed bij te voelen.

Wanneer Spiros wordt opgenomen in een staatsinrichting, dwaalt John uren doelloos en onrustig door de stad en wanneer hij uitgeput lijkt te raken, besluit hij een kamer te huren bij de familie Kelly.

Mick Kelly is een pubermeisje dat zich veelal als een jongen gedraagt. Ze leeft met muziek en droomt van een baan als componist. Mick zoekt John regelmatig op om hem van alles te vertellen. Ze is duidelijk zoekende in een wereld van volwassenen die haar niet lijkt op te merken.

Biff Brannon is de zachtaardige en gulle uitbater van het dorpscafé, niet bijster gelukkig meer in zijn huwelijk met Alice. Zijn café is het middelpunt van het dorp en de hoofdpersonages komen allemaal bij hem om iets te eten en te drinken.

Jake Blount is een oudere man, een slecht betalende veeldrinker, met wat schizofrene trekjes. Hij heeft een slechte dronk over zich en belandt hierdoor regelmatig in de problemen.

Benedict Mady Copeland is een zwarte dokter, zwaarmoedig door het moeilijke leven als zwarte man tussen blanken. Kan maar moeilijk leven met het onrecht wat zijn familie ondergaat. Hij krijgt daarvoor onvoldoende steun van hen. Ze vinden hem te vooruitstrevend in zijn strijd tegen de rassenscheiding en hun achtergestelde positie.

Centrale rol

Alle personages zoeken, de schijnbaar meegaande, John op en vinden hun rust bij hem. Ze vertellen hem hun zielenroerselen en hopen dat hij een antwoord weet op hun vertwijfelde vragen en dilemma's. Hij ziet alles wat er om hem heen gebeurt, luistert geduldig, lijkt alles te begrijpen, biedt een luisterend oor. Hij blijft altijd vriendelijk en rustig en de anderen verbeelden zich dat hij ook daadwerkelijk alles begrijpt wat ze hem zeggen. Wat ze echter niet lijken te beseffen is dat ook John zijn worstelingen in het leven heeft, die hij niet met een ander kan delen. John lijkt het middelpunt van de gemeenschap te worden, maar of hij dat ook daadwerkelijk aan kan...........

Schrijfstijl

De schrijfstijl is bedrieglijk eenvoudig te noemen, maar de personages worden zeer indringend beschreven. Hun zielenroerselen komen gedurende het verhaal op pijnlijke wijze naar de oppervlakte. De armoedige omstandigheden en rassensegregatie zijn voelbaar. Het is bijna onmogelijk om je niet in te leven in de personages.

Motieven

Ambitie, armoede, emotioneel isolement, desillusie, wanhoop, vertwijfeling, angst, rassenscheiding, vechten tegen de bierkaai, zich niet gezien/gehoord voelen.

Conclusie

Het zuivere, melancholieke verhaal laat de lezer zien dat het leven heel eenzaam kan zijn. Het verhaal heeft verstillende momenten, het beklijft en zet aan tot nadenken.
Uiteindelijk blijkt het een verhaal van alle tijden te zijn en, ondanks dat het een klassieker genoemd kan worden, de onderwerpen zijn nog zeer actueel te noemen.

De auteur

Carson McCullers, geboren als Lula Carson Smith (Columbus, Georgia, 19 februari 1917Nyack, New York, 29 september 1967) was een Amerikaans schrijfster. Ze schreef fictie waarin de spirituele isolatie van de buitenstaanders in de zuidelijke staten van de VS werd beschreven.
(bron: Wiki)


Auteur: Carson McCullers
Oorspronkelijke titel: The heart is a lonely hunter
Eerder verschenen als: Het hart van een havik
Vertaald door: Molly van Gelder
Categorie: Literaire romanPagina's: 368
ISBN: 9789025303549
Uitgeverij Athenaeum
Verschenen: september 2016 in een nieuwe vertaling


vrijdag 23 maart 2018

Jan Siebelink-De buurjongen

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij De Bezige Bij






Vriendschap pur sang


Van het begin tot het einde van De buurjongen weet Jan Siebelink bij de lezer het ongrijpbare en melancholieke gevoel op te roepen, zodat je op het puntje van de stoel blijft zitten en je de adem af en toe benomen wordt. In de inmiddels vermaarde, dromerige stijl van de auteur, die bekend werd door Knielen op een bed violen, schreef hij dit vervolg op het vorig jaar uitgebrachte Margje.

Hans en Margje Sievez zijn eigenaar van een kwekerij, hun zoon Ruben is als een broer voor buurjongen Henk Wielheesen 
Henk is heel goed in het onthouden van zaken waarvoor hij zich interesseert, de kwekerij is zijn tweede thuis en hij doet niets liever dan Hans helpen bij zijn werk in de kas. Op school is hij geen uitblinker, maar wel goed in de feiten. Hij leeft deels in zijn eigen wereld en is zeer godsdienstig. In dit verhaal beschrijft de auteur het leven van Henk, met het accent op de hechte vriendschap tussen Ruben en Henk. 

Omgeving 

Het mooie Gelderse landschap is het decor van het verhaal, dit prachtige gebied leent zich voor beschrijvingen zoals: 

'In de laaghangende nevel werd de rivier onzichtbaar, prevelde ergens voor of achter hem. Als zijn Guusje wat groter was, zou hij met haar ook naar de rivier gaan. Eerst naar de heuvels, dan de rivier. Wat keek hij uit naar die tijd' 

De namen bestaan echt, de straten, de wegen, de rivier, de markt, de trolleybussen en de Emmapiramide, deze benamingen verlevendigen de roman. Ook het verpleeghuis Insula Dei is een bestaand tehuis.  

Opbouw 

De roman begint met de verschijning van iets wat lijkt op een Goddelijke openbaring, alsof het einde der tijden aangebroken is. De omstanders staan verwonderd te kijken of spoeden zich naar huis om te waarschuwen voor het naderend oordeel. De invloed die godsdienst heeft op Henk is door het hele boek voelbaar. Het lijkt of hij continue het gevoel heeft boete te moeten doen, hij doet zichzelf regelmatig lichamelijk pijn en bij het bewerken van hout moet hij aan de kruisiging van Jezus op Golgotha denken. Het thema godsdienst is een terugkerend thema bij Jan Siebelink, religie in een fundamentalistisch vorm. Het einde van het verhaal is weer de openbaring waarmee het boek begon en daarmee is het een circulair verhaal geworden met daarin de levensloop van Henk. 

Hanengevechten 

Ruben is vriend en beschermer van Henk, die rol zal hij blijven spelen. Door het noodlot komt Henk min of meer alleen te staan en wordt hij liefdevol opgevangen door de familie Sievez. Henk heeft een aantal traumatische ervaringen opgedaan, deze neemt hij z'n hele leven met zich mee. Er lopen een paar verhaallijnen parallel aan elkaar: Henk z'n huwelijk met Anna en hun dochter Guusje, zo op het oog een gewoon gezinnetje. Een tweede lijn is de zakelijke, vriendschappelijke relatie tussen lijstenmaker, zakenman Joop Ruysch en Anna/Henk en de passie van Henk met zijn vechthanen. De laatste verhaallijn is een heel belangrijke, deze passie gaat terug naar zijn lagere schooltijd; de meester gaf Henk bij de rapportuitreiking van de vijfde naar de zesde klas een dik boek met de titel Pang Paneu de Toenonger. Henk heeft mogen voorlezen uit het boek en kende hele passages uit z'n hoofd, het ging over hanengevechten in het opstandige Atjeh. 

Dromen
  
Wielheesen, zo spreekt Anna hem altijd aan, heeft zo z'n eigen ideeën hoe dingen moeten verlopen. Toen hij hoorde dat hij vader zou worden kreeg hij visioenen wat hij haar allemaal zou laten zien en vertellen, dolblij was hij met het idee en helemaal toen Guusje geboren was. De doop had hij ook in gedachten al meegemaakt: 

'Guusje zou gedoopt worden. De doop was volgens de openbaring een ordening Gods om de kinderen in Zijn verbond te bezegelen. Zijn kind zou deel uitmaken van een wereld die boven alles uitsteeg. Ruben zou het meisje in doopgewaad de kerk binnendragen. ‘Guusje Helena, ik doop jou in de naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest.’ De predikant sprenkelde water over het voorhoofd van het meisje. Met grote ogen zou ze naar de brandende kroonluchter kijken. Druppeltjes water gleden langs haar slapen. De andere dopelingen krijsten, maar Guusje bleef rustig. Ruben zou het kind wegdragen terwijl de predikant haar meegaf: ‘Onmetelijk is de Vader, onmetelijk is de Zoon, onmetelijk is de Heilige Geest.’' 

Verschuilen

En zo verloopt Henks leven, deels in de werkelijkheid en deels in zijn dromen. Wanneer het hem allemaal teveel wordt trekt hij zich terug, hij heeft het kippenhok, dat is een geweldige schuilplaats, of hij vlucht naar het verleden. De tastbare herinneringen van zijn moeder bieden hem troost. Dit speciale thema is ontroerend uitgewerkt, het botst met de geldende regels en dat geeft de nodige spanning en een schuldgevoel, maar hij kan niet anders. Waar mogelijk komt Ruben als reddende engel wanneer Henk weer eens in de problemen zit, Ruben heeft een goede positie en kan ook financiële steun bieden. De relatie tussen de twee is intens. 

Conclusie 

De buurjongen is een ontroerend vervolg op Margje. Het is heel bijzonder om te kunnen kijken in het hoofd van iemand die gedeeltelijk in zijn eigen wereld leeft, en die observaties te transformeren naar een verhaal. De schrijfstijl is beeldend, de auteur gebruikt elementen uit de natuur om de sfeer te scheppen. Soms kan het ook een beetje geforceerd overkomen zoals:  'Hij zuchtte, gaapte. Zijn mond werd vanbinnen gevuld met het laatste ondergaande licht.'  Hier staan vele zeer geslaagde beschrijvingen tegenover. Beoordeel het boek liever zelf, het is prachtig!


 Auteur: Jan Siebelink 
 Uitgeverij: De Bezige Bij  
 ISBN: 9789023468301 
 Pag.: 272  
 Genre: Literaire fictie 
 Verschenen: 30-08-2017