donderdag 8 februari 2018

Michail Sjolochow - De stille Don

Recensie van Robert Van der Meiren


Een roman met een smet …


De Russische romanschrijver Michail Sjolochow (1905-1984) was nog maar drieëntwintig toen het eerste deel van zijn monumentale historische epos De stille Don verscheen. Twaalf jaar later, in 1940, verscheen het vierde en laatste deel. De tetralogie maakte hem enorm populair: in de Sovjet-Unie verschenen meer dan 33 miljoen exemplaren van het werk, en wereldwijd werd het naar ongeveer 70 talen vertaald(1).
In 1965 kreeg Sjolochow de Nobelprijs voor Literatuur “voor de artistieke kracht en de integriteit met welke, in zijn epos van de Don, hij uitdrukking heeft gegeven aan een historische fase in het leven van het Russische volk.”

Liefde en vertwijfeling in tijden van oorlog

De roman vertelt over het leven van boeren en kozakken in het gebied van de rivier de Don ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, de Russische burgeroorlog en de opkomst van het communisme. Hoofdfiguur is de jonge, impulsieve, onstuimige maar onzekere kozak Grigorij Meljechow uit het boerendorpje Tatarsk, aan de oever van de Don. Hij wordt verliefd op Aksinja, de vrouw van zijn buurman. Om de schande af te wenden, huwelijkt Grigorij’s vader Pantelej Prokofjewtsj hem uit aan de rijke Natalja. Hoewel zij een toegewijde echtgenote is, blijft Grigorij halfhartig zwalken tussen beide vrouwen; hij schijnt niet te kunnen kiezen.

In 1914 breekt de oorlog uit en Grigorij wordt gemobiliseerd. Hij is moedig en sterk, en wordt meermaals onderscheiden voor zijn (soms roekeloze) inzet. Halverwege de oorlog keert de moe gevochten Grigorij terug naar huis. In deze tijd maakt hij kennis met het communisme, de ideeën van het bolsjewisme bevallen hem wel. Na de volksopstand van Oktober 1917 in Petrograd sluit hij zich bij de Roden aan. Maar als hij ziet hoe zíjn kozakkenvolk – ook zijn familie − veeleer voor de onafhankelijkheid van het Dongebied wil vechten dan het bolsjewisme aan te hangen, slaat de
twijfel toe, en hij loopt over naar de Witten (2).
Wederom blijkt dit een verkeerde beslissing te zijn, want na verloop van tijd ziet hij in dat de Witten de strijd nooit zullen kunnen winnen. Alweer vertwijfeld, sluit hij zich nogmaals bij de Roden aan.
Zijn heen-en-weergeloop van de ene naar de andere partij maakt hem in de ogen van de legerleiding echter onbetrouwbaar, en uiteindelijk wordt hij uit het Sovjetleger ontslagen. Zijn karakteriële onstandvastigheid, zijn niet aflatende ontrouw jegens de twee belangrijkste vrouwen in zijn leven, en het verraad tegenover zijn broer Pjotr waartoe hij zich laat verleiden, doen hem uiteindelijk ook privé een zeer zware tol betalen. Als hij tenslotte moe, teleurgesteld en eenzaam terugkeert naar de ouderlijke hofstee, wacht hem daar alleen nog een zoontje om hem een enigszins positief toekomstbeeld voor te houden…

‘Alle liefkozende, tedere woorden, die Grigorij had gefluisterd als hij in de lange nachten daarginds aan zijn kinderen had gedacht, waren hem nu plotseling ontschoten. Hij zonk op zijn knieën, kuste de koude rode handjes van het kind en bracht met gesmoorde stem slechts uit: “Mijn jongen! Mijn jongen!” [ … ]
Dit was alles wat hem in het leven was overgebleven, wat hem nu nog aan de aarde bond en aan de ganse wijde in het koude zonlicht stralende wereld.’ (3)

Sterke symboliek

De stille Don is een groots opgezet historisch oorlogsepos – met fictieve én historische figuren − over het Donkozakkenvolk dat betrokken raakt bij twee oorlogen tegelijk: de Eerste Wereldoorlog en de Russische revolutie. Het harde leven, de dramatische, overweldigende natuur en de eindeloze landschappen worden bevlogen, bijwijlen zelfs enthousiast beschreven in poëtische bewoordingen:

‘Wonderlijk groen was de door de regen overspoelde steppe. Van een verwijderd steppenmeer tot bij de Don spande zich een kleurige regenboog. Dof gromde nog in het westen de donder. Met een geraas als het krijsen van een arend stortte het troebele bergwater zich op de akkers. Lager, meer Donwaarts op de glooiende oever stroomden snelle, bruisende beekjes over de moestuinen. Zij voerden door de regen afgerukte blaren, uit poelen omgewoelde bossen gras, afgebroken stukken vermolmd hout mee. Over de moestuinen kroop een vet zanderig slib voort, dat de meloenranken bedolf; beneden over de lage velden vloeide het water schuimend weg, diepe groeven uithollend. Bij de opening van een op een afstand gelegen ravijn was een door de bliksem ontvlamde hooimijt bezig uit te branden. Een paarsgrijze rookzuil steeg hoog op en raakte bijna de top van de langs de hemel gespannen regenboog.’ (4)

Oerinstincten

De figuren in dit epos leven een ‘aards’ bestaan. Hun lotsverbondenheid met de natuur is intens, hun levensritme deint mee op dat van de seizoenen. Ze voeren een geweldig gevecht met de natuur, een strijd die ze ogenschijnlijk nooit kunnen winnen. In die geladen sfeer hebben menselijke oerinstincten maar weinig nodig om te ontvlammen. Bloederige knokpartijen, vaak om niets en vaak tot de dood erop volgt, verkrachtingen, overspel, jaloezie,incest, mannen ranselen hun vrouw af, vrouwen hun man, zonen hun vaders… en dat alles onder de dekmantel van een dubbele moraal: iedereen doet het, en zolang het verborgen blijft is er niks aan de hand; maar als iets uitlekt, dan spreekt iedereen daar meteen verontwaardigd schande over, of wordt op een gewelddadige manier wraak genomen…

‘Aksinja was zeventien jaar oud, toen ze met Stjepan trouwde. Zij kwam uit het dorp Doebrowka, aan de overzijde van de Don, waar de oever zanderig is. Een jaar voor de bruiloft moest ze op ongeveer acht wjerst van haar dorp in de steppe ploegen. Op een nacht bond haar vader, een man van vijftig jaar, haar handen met een paardenkluister vast, waarna hij haar verkrachtte.

“Als je een woord hierover klikt, sla ik je dood, maar als je je mond houdt, krijg je een mooi fluwelen bloesje, en koorden en een paar schoenen. Denk er dus om, ik sla je dood als je…” herhaalde hij. Aksinja sloop in het holst van de nacht naar het dorp; ze had niets dan een gescheurd hemd aan haar lichaam. Ze viel snikkend voor haar moeder neer en vertelde haar alles. Haar moeder en haar oudste broer, die juist uit dienst was gekomen, spanden de paarden voor de wagen en reden met het meisje naar haar vader. Ze hadden acht wjerst af te leggen en de broer zette er zo’n vaart achter, dat de paarden bijna dood neervielen. Ze vonden de vader dicht bij zijn woning. Hij lag smoordronken op zijn uitgespreide zipoen te slapen, naast hem lag een lege wodkafles. De broeder rukte waar Aksinja bij was, de disselboom van de wagen, stiet met zijn voet de dronken vader wakker, stelde hem een paar korte vragen en sloeg hem toen met de met ijzer beslagen disselboom in zijn gezicht.
Hij en zijn moeder ranselden de vader anderhalf uur aan een stuk. De anders zo bedeesde, oude moeder rukte razend van woede de haren van de bewusteloze man uit, terwijl de zoon hem onophoudelijk schopte. [ … ]
Tegen de avond stierf hij. Men vertelde de mensen, dat hij van zijn wagen was gevallen en zo de dood had gevonden.’ (5)

Grigorij Meljechow, het centrale personage in deze roman, is een tragische figuur. Hij bedoelt alles wat hij doet goed, snapt weinig van de politieke beslissingen die zijn leven en dat van alle Donkozakken bepalen, maar eens hij een keuze heeft gemaakt of een beslissing heeft genomen zet hij zich daar met heel zijn wezen voor in. In de oorlog vecht hij hard en moedig, voor zijn familie gaat hij door vuur en in de liefde is hij geestdriftig. En toch, telkens hij geconfronteerd wordt met de soms magere, soms ronduit tegenvallende resultaten die zijn enorme inspanningen hem opleveren, slaat de twijfel toe en keert hij op zijn beslissingen terug, en terug, en terug... Grigorij Meljechow is, met andere woorden, een meelijwekkende held. Ik hield van dit personage in wie ik een ontroerend evenwicht tussen gebreken en kwaliteiten ontwaarde, maar ongetwijfeld zal deze obstinate twijfelaar niet bij iedereen even goed in de smaak vallen.

De familie Meljechow doorloopt in deze woelige jaren een evolutie die de teloorgang van het oude tsaristische Rusland en het ontstaan van de nieuwe Sovjet-Unie prachtig symboliseert. Net zoals tsaar Nicolaas II vanaf 1905 langzaam de controle verliest over zijn regeringen, het leger, zijn tsaristische garde en tenslotte de hele bevolking, zo ook verliest Pantelej Prokofjewtsj, de despotische pater familias van de Meljechows, geleidelijk aan zijn greep op zijn gezin. Eerst keert Grigorij zich van hem af, en die rebellie steekt vervolgens de andere kinderen van het gezin een na een aan, en finaal zelfs zijn vrouw. Zoals tsaar Nicolaas II zijn leven in gevangenschap eindigde, zo ook sluit Pantelej Prokofjewtsj zichzelf tenslotte op in een soort bewegingloze, onverschillige lethargie.

Michail Sjolochow, schrijver van de kozakken
                                                                                                              Michail Sjolochow
Afbeeldingsresultaat voor michail sjolochovDe stille Don is het belangrijkste literaire voorbeeld van het socialistisch realisme, de stroming die vanaf de jaren twintig (6) het artistieke leven in de Sovjet-Unie bepaalde en tot doel had “de historisch-concrete uitbeelding van de werkelijkheid in haar revolutionaire ontwikkeling met het oog op de communistische opvoeding van de arbeiders” (7). Hier is, met andere woorden, alleen plaats voor geïdealiseerde, positivistische helden, en daar zit De stille Don van vol. De toon van het werk is optimistisch en heldhaftig.
De Donkozakken – Sjolochow was er ook een − worden heroïsch voorgesteld, hun (fysieke) kwaliteiten extra aangedikt: mannen hebben ‘handen als kolenschoppen’, ze kunnen met één houw van hun zwaard een man tot de middel doorklieven, ze rijden op ‘dampende paarden’ die aan het einde van de rit altijd bijna of helemaal doodvallen,  vrouwen zijn gespierd en gemakkelijk tot zware mannenarbeid in staat, mannen vechten tot het bloed uit hun lichamen gutst, maar toch blijven ze rechtop, enzovoort… De Stille Don barst van de adrenaline en het testosteron. Het is een naturalistische, fysieke roman met toch voldoende aandacht voor de psychologische karaktertekening van de personages, al lijkt de auteur nooit tot het diepste van hun psyche te willen doordringen.

Als trouwe aanhanger van de partij-ideologie werd Sjolochow door de Sovjetautoriteiten op handen gedragen. Hij was lid van de communistische partij, en vanaf 1946 tot zijn dood in 1984 behoorde hij tot de Opperste Sovjet.

Nobelprijs

In 1958 werd de Nobelprijs voor Literatuur toegekend aan de Russische schrijver Boris Pasternak, zeer tegen de zin van de Sovjetleiders die Sjolochow hadden vooropgezet. Vanaf dan werd Sjolochow nog meer klaargestoomd om de volgende Russische winnaar te worden, die de “landverrader” Pasternak moest doen vergeten. Op alle mogelijke manieren werd hij, en zijn werk, onder de aandacht van de westerse wereld gebracht: hij kreeg de ene onderscheiding na de andere, in 1959 mocht hij partijleider Nikita Chroesjtsjov vergezellen op een officiële reis naar de Verenigde Staten, in 1961 kreeg hij de Leninprijs en werd hij opgenomen in het Centraal Comité van de communistische partij, samen met de toen wereldberoemde kosmonaut Joeri Gagarin. Het was wereldnieuws, en het werkte: de Nobelprijs voor Literatuur ging in 1965 naar Michail Sjolochow.
Toen Sjolochow in 1984 overleed was hij in het Westen echter zo goed als vergeten. Boris Pasternak was dat niet, voor een deel natuurlijk dankzij de verfilming van zijn roman Dokter Zjivago.

Plagiaat

           Fjodor Krjoekov
Eind jaren zeventig beweerde de Russische dissidente schrijver én Nobelprijswinnaar Aleksandr Solzjenitsyn dat Sjolochow de eerste twee delen van De stille Don gekopieerd, omgewerkt of gecompileerd had van de in 1920 overleden schrijver Fjodor Krjoekov. Gelijkaardige geruchten hadden al in de jaren dertig de kop opgestoken maar waren toen door de autoriteiten onderdrukt. Feit is dat Sjolochow zijn manuscript nooit aan de buitenwereld heeft willen tonen, in interviews moeilijke vragen omtrent de diepere betekenis van zijn werk ontweek, en later beweerde dat het manuscript tijdens WO II werd vernietigd. Feit is ook dat geen enkele lezer – ook ondergetekende – het duidelijk kwaliteitsverschil met de later geschreven delen III en IV ontgaat.
In 1999 werd toch een 890 pagina’s tellend handgeschreven manuscript van een groot deel van De stille Don ontdekt. 605 bladzijden zijn zonder twijfel in Sjolochows handschrift, de overige 285 in dat van zijn vrouw Maria en enkele van haar zusters. Aanhangers van de auteur juichten “zie je nu wel”, maar voor de objectievere kenners volstond dit niet om alle twijfel weg te nemen; dat een deel door Sjolochows vrouw en haar zusters was geschreven verhoogde het vermoeden dat hier inderdaad gewoon werd gekopieerd van een andere bron. Tot op vandaag blijft de vraag open.

Conclusie

De stille Don is een enthousiaste roman en een geweldig tijdsdocument over de impact die wereldwijde ontwikkelingen kunnen hebben op het leven van gewone, hardwerkende mensen. De complexe interactie tussen de Eerste Wereldoorlog en de Russische revolutie komt in deze roman bijzonder helder naar voren. Vooral de eerste delen zijn van een unieke schoonheid, en zo boeiend dat mijn belangstelling naar het vervolg sterk genoeg geprikkeld was om ook de laatste delen te lezen. Dat ging wat moeilijker, maar niettemin bleef ik toch geboeid lezen, vooral omwille van de historische context. Alle controverse ten spijt is dit een belangrijk werk uit de wereldliteratuur dat, naar mijn bescheiden mening, terecht de Nobelprijs voor Literatuur verdiende.

(1) Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur, vol. VIII, p. 64
(2) De communistische opstandelingen werden Roden of Bolsjewieken genoemd, hun behoudsgezindere tegenstanders Witten of Mensjewieken.
(3) Vol. II, p. 720
(4) Vol. II, p. 478
(5) vol. I, p. 38
(6) Toen nog informeel, maar formeel en wettelijk omschreven vanaf 1932
(7) Eerste Congres van de Vereniging van de Sovjetschrijvers, 1932

Oorspronkelijke titel: Tichij Don
Nederlandse titel: De stille Don
Delen: I. De stille Don, II. Storm over Rusland, III. De steppen in vuur en vlam, IV. Tussen wit en rood
Auteur: Michail Sjolochow
Vertaling delen I, II en III: S. van Praag
Vertaling deel IV: mevr. E.A. Keuls-Schuur
Uitgever: Reinaert Uitgaven, Brussel
Pag.: 640 (band I) + 720 (band II) = 1360
Genre: historisch oorlogsepos
Verschenen: 1966

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat gerust een reactie achter.
Dat wordt zeer op prijs gesteld en we willen graag weten wat je ervan vindt.