zondag 18 februari 2018

Thomas Blondeau en Roderik Six - De boekendokter

Met dank aan De Bezige Bij 



Literatuur als remedie tegen hartzeer en andere kwalen 


Wat een originele gedachte om een kwaal te lijf te gaan met het geschreven woord! Thomas Blondeau bedacht voor de Vlaamse Boekenbeurs het concept van 'de boekendokter'. In een nagebouwde spreekkamer ontving hij zijn patiënten. Nadat zij hun verhaal gedaan hadden kwam Blondeau met zijn advies in de vorm van een boek dat ze zouden moeten lezen. 

Roderik Six maakte een selectie van de beste recepten en goot deze in een roman waarin Victor Watt figureert als doktersassistent.  In het voorwoord citeert Six uit het Rouwdagboek dat de Franse filosoof Roland Barthes schreef nadat zijn moeder overleden was. Aanvankelijk kostte het hem moeite woorden te vinden: 

'‘Ik wil er niet over spreken uit angst literatuur te bedrijven’ – en zich bewust is van de trivialiteit van het gesprokene in het aanschijn van de dood: ‘Bij het maken van deze aantekeningen verlaat ik me op de banaliteit die in mij is.’' 

In Thomas Blondeaus laatste roman Het West-Vlaams versierhandboek staan meerde citaten uit het Rouwdagboek, het was hem erg dierbaar. 

Amsterdam 

Om een idee te krijgen waar de praktijk van de boekendokter zich bevond krijgen we eerst een beeldende beschrijving van Amsterdam. De ambiance viel Victor op z'n zachts gezegd tegen, de befaamde Hollandse lucht bleek een vale kwak grijs en donkerblauw te zijn, het rook er naar zeewier, pannenkoekenbeslag en rotte vis. Het was er één grote bouwwerf en overal herrie, eten deed men staande en in de restaurants werd je niet ontvangen, iedereen deed maar iets. 'Dit was geen stad, dit was een pandemonium' 

De praktijk op de Prinsengracht bevond zich op derde verdieping. Het contrast met het chaotische gebouw was enorm, de praktijkruimte was een zaal met een hoog plafond, praallusters, zeer dik tapijt, langs de wanden stonden boekenkasten en op het bureau prijkte een schedel.* Om nog even terug te komen op de ambiance, op de grachten reden koetsen, lantaarns werden elke avond aangestoken en kleding liet je maken bij de kleermaker. Voilà, zo zag het eruit. 

Spreekuur  

Om discretie te waarborgen was het belangrijk de afspraken zó in te plannen dat er nooit gezworen vijanden naast elkaar in de wachtruimte zouden zitten. Dit luisterde heel nauw en Victor moest zich inwerken om de patiënten te leren kennen en wat hun maatschappelijke en sociale positie was, dat liep in het begin nog wel eens mis. Dokter Blondeau werd getypeerd als belezen, alleenstaand, pijp rokend en zelfs 's nachts nog aan het werk. 

Sores 

Wie kwamen er allemaal langs op het spreekuur? Van alles wat, om een voorbeeld te noemen: De Playboy-nostalgici. In het boek On Chesil Beach beschrijft Ian McEwan een huwelijksnacht tussen een violiste en een historicus. De twee Britten waren jong in de tijd dat de pil pril was en de seksuele revolutie op uitbreken stond. Onwetendheid en angst zijn geen goede raadgevers voor een huwelijksnacht en hun verdere leven verloopt als volgt

'Kort samengevat zijn levens altijd triest'  (Citaat Vic van de Reijt, Elsschot-biograaf)

Aan de patiënt de keuze om het abonnementsgeld te betalen of On Chesil Beach preventief te gaan lezen. 

Mrs Dalloway 

Sommige patiënten kregen een troostend boek voorgeschreven, bij anderen was het nodig het probleem eerst te vergroten. Dit overkwam mevrouw Tweepondt, een dame uit de betere kringen. De vele sociale verplichtingen die daarbij horen maakten haar zo onrustig dat ze bij de boekendokter langsging. Hij vond Mrs Dalloway van Virginia Woolf uitermate geschikt voor haar omdat het hoofdpersonage zich ook compleet verliest in de voorbereidingen voor een feest. De diepgewortelde faalangst van mevrouw Tweepondt werd weerspiegeld in de warrige denkwereld van Mrs Dalloway. Al lezende werd de chaos in het hoofd van de patiënt minder, doordat ze knopen in haar brein kon ontwarren. 

Dossiers van bepaalde patiënten werden soms samengevoegd omdat ze overlappingen kenden, dit was lastig voor Victor om te zoeken en te archiveren, maar volgens Blondeau kon het niet anders. Wanneer  in het net genoemde boek van Virginia Woolf verwezen werd naar De uren van Michael Cunningham kwam het dossier van diegene die De uren boek als remedie kreeg bij het dossier van Mrs Dalloway. Zo ontstonden er dozen vol dossiers die allemaal verband hielden met elkaar. 

Met naam en toenaam 

Het waren niet allemaal anonieme personen die langskwamen, opmerkelijk genoeg verschenen er ook bekenden uit de politiek. Om er eentje te noemen: Jean-Luc Dehaene, over hem zei dokter Blondeau het volgende: 

'Maar het lichaam van de oud-premier liegt. Hij heeft het figuur maar niet de tactiek van een pothond. In onderhandelingen beweegt hij zich met de gratie van een ballerina in een porseleinwinkel. Hij schuwt de grand écart niet en weet zijn ingezwachtelde voeten trilloos tussen een Swarovski-pinguïn en een kristallen piramide van flûtes te poten. Nu het kluwen van taalgrenzen, landslijnen en oud zeer ontward moet worden, verteert hij meters dossiers, fluistert met partijleiders, houdt zijn lippen op elkaar tegen de pers, weegt voors en verstopt tegens. Eén verkeerd woord en de politieke etagère vol lin­guïstische bibelots en historische netsukes kan de afvalcontainer in.'  

Blondeau vroeg zich af hoe de oud-premier het volhield tactisch te blijven, zich altijd te verbijten, zich nooit echt uit te spreken. Dat moest toch ooit tot een verstopping leiden?  Voor deze patiënt leek A Confederacy of Dunces van John Kennedy Toole de ultieme remedie. In dit boek scheldt hoofdpersonage Reilly iedereen de huid vol, dat moet opluchten voor iemand die zelf wel wíl maar niet mág schelden. 

Goede en slechte adviezen 

Je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel iemand die meent er een probleem van te kunnen maken. Zoals: Al wie overweegt zich in te schrijven voor een realityprogramma, Rode Loper-fanaten, De radeloze Boekenbeursbezoeker, De vastende presentatoren in het Glazen Huis (zij krijgen De hongerkunstenaar van Frans Kafka voorgeschreven), Voornemenbrekers, Wie niets van een ander snapt.  

Dit waren de goede adviezen, patiënten hadden er baat bij. Maar het kon ook compleet verkeerd uitpakken! Alle begin is moeilijk, ook voor Victor. Als assistent maakte hij vorderingen en schreef een patiënt, meneer Remk, eens een boek voor. Hij was overtuigd van zijn goede keuze en zag zijn eigen koperen naambordje Dokter Watt, literair medicusal voor zich. Helaas, dit pakte desastreus uit. 


'Nietzsche had gelijk toen hij stelde dat hoop de ergste aller kwalen is, en dat de goden ons een dienst bewezen toen ze Pandora’s doos weer dichtgooiden alvorens die vermaledijde hunker kon ontsnappen. Hoop is een ongeneeslijk vertrouwen in de onwerkelijkheid en dient al in de kiem gesmoord te worden. Helaas vergt dat een haast bovenmenselijk karakter, iets waarover ik (Victor tvl) niet beschikte.' 

Conclusie 

Dit boek heeft meerdere invalshoeken waarop het gewaardeerd kan worden. Om te beginnen is er de dood van Thomas Blondeau. Op zich een drama dat zo’n jonge getalenteerde auteur zo vroeg overlijdt. Dit boek laat zien dat de schrijver doorleeft in zijn boeken, geweldig wat hij heeft nagelaten. De boekendokter leest als een roman, soms heel humoristisch, andere stukken zijn weer in-en intriest. De schrijfstijl is prachtig, er spreekt iets deftigs uit en past helemaal bij de status van dokter Blondeau op de Prinsengracht. Tenslotte is het literaire gedeelte ook interessant, misschien zit er voor de lezer ook nog een bruikbare tip bij. Zeker het proberen waard.   

*Op  het bureau van Thomas Blondeau stond echt een schedel, in het boek Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken van Arjen van Veelen, (een requiem voor Thomas) staat de schedel afgebeeld op de omslag.  

  
Thomas Blondeau (1978-2013) was schrijver, journalist, dichter. Eind 2006 debuteerde hij met het veelgeprezen eX, een meerstemmige bildungsroman waarover De Morgen schreef: ‘eX is een aanrader en belooft veel voor de toekomst. Blondeau heeft verteltalent en een schrijfstijl om vingers van af te likken.’  
In 2010 verscheen zijn tweede roman Donderhart, een romance die zich afspeelt in Londen tegen de achtergrond van de aanslagen in juli 2005. Zijn derde roman, Het West-Vlaams versierhandboek, verscheen op 5 september 2013.  Hij publiceerde onder meer in NRC Handelsblad, nrc.next, Goedele en op Klara.be.  Thomas Blondeau overleed op vijfendertigjarige leeftijd. (De Bezige Bij) 

 
Roderik Six

Titel: De boekendokter 
Auteurs: Thomas Blondeau&Roderik Six 
Uitgever: De Bezige Bij 
ISBN: 9789023486886 
Pag.: 204 
Genre: Literaire roman 
Verschenen: oktober 2014 

Johan van den Ende - Witter Zwart


Met dank aan Uitgeverij QuaLibri



'Ik hou van jou, ook als jij niet meer van mij houdt.
Ik zal nog meer van je houden,
omdat je je liefde bewaart
voor iemand die beter is dan ik.' 


Wit vs zwart, goed vs kwaad



1938; Hitler weet Oostenrijk te annexeren en Mussolini loopt over naar Duitse zijde. Veel zaken worden onmogelijk gemaakt voor de Joden, door de nieuwe wetgeving van Mussolini en ook in Italië dringt het antisemitisme door.

De jonge Italiaanse Marco Sebastini Corletti volgt zijn bevlogen vriend Helmut von Schlagen en treedt toe tot de SS, nadat hij eerst heeft gewerkt bij de NSDAP.

De Plantage


Begin 1940 start Marco als sturmbannführer en leidinggevende in Dachau zijn werkzaamheden, waar hij zorg draagt voor de voorraden van het Wetenschappelijke Instituut 'De Plantage'. Al snel leert hij dat de dingen die daar gebeuren boven alle politiek en menselijkheid staan.

'Dachau is geen gevangenis of werkkamp. Dachau is een hel. Ik werk in de hel en hoezeer ik ook probeer de betrekkelijkheid van mijn groeiende schaamte in te zien, de aanblik van iedere nieuwe dag kan ik niet ontkennen: de dood heeft hier alle denkbare privileges. De dood komt uit stokken, vuisten, laarzen, injectienaalden, virussen en onmenselijke ontberingen. Dachau is "Die Schule der Gewalt", een opleidingscentrum voor alle kampen. Hier leert de Arische mens hoe zijn heerschappij te manifesteren over de imperfecte mens, "het schuim der maatschappij.' 

Herfst 1943; In Italië, het dorpje Pamiore, wordt het landgoed 'La Perla Bianca' van het Joodse mischling-gezin* Tandori geconfisqueerd en getransformeerd tot SS-hoofdkwartier. Marco komt daar oog in oog te staan met de mooie, blonde violiste Ester Tandori, waar hij in zijn jeugd heimelijke liefde voor voelde. De half-Joodse Ester kan in beginsel niet onbevangen zijn jegens de in SS-uniform geklede Marco, maar hij weet haar hart uiteindelijk te ontdooien.

De twijfels van een SS-er

Steeds vaker begint Marco te beseffen dat hij twijfelt aan wat hij aan het doen is en voelt zich laf, omdat hij zich niet meer lijkt te kunnen onttrekken aan de macht van het Duitse Rijk. Hij levert een strijd tussen gevoelens van goed of slecht, maar weet ook dat hij het niet zal overleven wanneer hij zou besluiten te deserteren. Hij ondervindt veel steun van padre Berto Andromelli, de geestelijke en goedige vriend van de familie Sebastini Corletti.

Wanneer er opdracht wordt gegeven om contact te zoeken met Paus Pius XII en hem te ontvoeren naar Liechtenstein valt de keuze op Marco, die katholiek is en behoort tot de Pauselijk aristocratische familie en dus gemakkelijk toegang zal kunnen krijgen tot het Apostolische Paleis. De inzet van dit alles is een viool, 'De Zwarte Parel'. Wordt hij gevonden en uiteindelijk naar de juiste plaats gebracht?

In het kader van deze opdracht krijgt Marco verregaande privileges, die hij gebruikt om de familie Tandori te laten onderduiken. Hij krijgt hierbij steun van zijn rechterhand Koblenz, de Rat.

'Herr Marco', hij knipperde met zijn ogen waarna hij Marco streng aankeek, 'u heeft willen overleven door een lieve SS'er te zijn'. [.....] 'In een wereld die geregeerd wordt door zwart en door wit heeft u gedacht grijs te zijn, maar in werkelijkheid heeft u beide kleuren verraden door u zowel zwart als wit voor te doen. U heeft gekozen voor een bestaan dat niet kan zijn.'

Wat is de rol van Ecce homo? Wie is de Visconte? En vooral......weet Marco uiteindelijk de juiste keuzes te maken?

Conclusie

Er is sprake van een mix van fictie en non-fictie. Het is overduidelijk dat de auteur veel research heeft gedaan tijdens het schrijfproces. Het gelaagde verhaal heeft vele verhaallijnen en de flashbacks geven de broodnodige informatie.

De beschrijvingen zijn gedetailleerd, sommige passages poëtisch en het is een feest om te lezen dat een mannelijke auteur zo precies de kleding van de vrouwen en de stof waar het van is gemaakt weet te beschrijven.

Het verhaal behoudt zijn vaart en blijft overal boeien. Ondanks dat het een oorlogsroman is en er enkele gruwelijke passages in voor komen, krijgt de liefde ook een plaats. De gruwelijke passages worden echter niet tot in de kleine details beschreven en er is dan ook meestal sprake van showing, not telling.

De personages worden psychologisch goed neergezet en uitgediept, en het is onmogelijk om je niet in te leven in hun wel en wee.
Wat opvallend is, is dat familiebanden en -intriges een grote rol spelen door het verhaal heen. Soms komt dat net iets té toevallig en ongeloofwaardig over.

Het is onmogelijk om dit boek helemaal te beschrijven, zonder spoilers weg te geven. Er gebeurt ontzettend veel en de vele gebeurtenissen en verhaallijnen draaien om elkaar heen en komen aan het einde heel mooi samen. 'De slang bijt zich in de staart'!

Een geweldig debuut en bijzonder knap geconstrueerd!

Auteur

Johan van den Ende (1968) Heeft zes jaar gewerkt aan deze historische roman, zijn debuut.

In 2016 heeft hij zijn opleiding van schrijfdocent afgerond aan de Hogeschool van Amsterdam (DOCS). Hij heeft de ambitie om andere schrijvers te helpen in hun groeiproces en van daaruit ook te helpen in het uitgeefproces. Naast een schrijfatelier heeft hij nu samen met zijn vrouw Joanne hun eigen Uitgeverij Qualibri.

Al heel jong is hij geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog en met name de tv-serie 'Geheim Commando' inspireerde hem al op zeer jonge leeftijd om schriften vol te schrijven die hij dan later aan zijn vader voorlas. Het zaadje was geplant.

De keuze om het verhaal te laten afspelen in Italië, is omdat er nog relatief weinig is geschreven over de rol van dit land in de oorlog. 'Vergeet niet dat het fascisme in Italië is geboren.'

’Wanneer je zes jaar bijna dagelijks aan een verhaal hebt gewerkt wordt het een onderdeel van je; dat was het al, maar je beseft dat pas als het echt klaar is. De euforie neemt je mee, maakt dat je je opgelucht voelt en verdrietig; het is ook een afscheid. De vermenging van die emoties is verwarrend en drukt af en toe een radeloosheid naar boven die je bijna doet besluiten nog even door te schrijven. Nog één keer met de personages samen kunnen zijn..…’


*mischling: halfbloed

Witter Zwart
Auteur: Johan van den Ende
Taalkundige bewerking: Kim Jelsma
Ondersteuning historische feiten: Kevin Prenger
Categorie: Historische oorlogsroman
Pagina's: 464
ISBN: 9789492832009
Uitgeverij QuaLibri
Verschenen: 30 oktober 2017