woensdag 25 april 2018

Jane Gardam-Een trouwe vrouw

Recensie door Tea van Lierop  
Uitgeverij Cossee 
                                                              


                                                                                   ‘Ik wil de hartenvrouw niet zoeken’


'Er is altijd tijd voor kaarten en bezinning'



Deel twee van het drieluik vertelt de gebeurtenissen waarvan in deel één gesproken werd vanuit Betty, de echtgenote van Edward Feathers, alias Old Filth. Heel herkenbaar en toch weer zo anders om dezelfde personages weer terug te zien vanuit een ander perspectief. Betty en Edward zijn nog niet getrouwd, ze gaan zich verloven.


Op de eerste pagina wordt de streek de Donheads beschreven, het is een kluwen van dorpen, losjes met elkaar verbonden door meanderende weggetjes en aangeduid met de namen van heiligen. Een pittoreske omgeving, buitenstaanders noemen het 'het land van Thomas Hardy', dit klopt niet helemaal, zijn woonplaats was een stuk zuidwestelijker, maar makelaars vonden het wel een mooie aanbeveling.





Chinese dwerg

Het gezelschap Old Filth en Albert Loss, bijgenaamd Albatross, is onderweg van Londen naar Hongkong, waar de verloving van Edward en Betty plaats zal vinden. Albert Loss, een Chinese dwerg, is een kleurrijk personage. Hij draagt altijd een hoed, deze zal terugkomen als motief, is handig met kaarten en speelt een belangrijke, bijna magische, maar ook een angstaanjagende rol. Humor zorgt voor speelse ontspanning in de dialogen:

‘‘In Hongkong is geen vraag naar wollen kleren. Zoek de hartenvrouw.’
Ik wil de hartenvrouw niet zoeken. Verdomme, waar blijft dat vliegtuig? Is er soms iets misgegaan? Ze vertellen je hier ook niets.’
Er zou niets mis moeten zijn. Het is het allernieuwste model. Grote vierkante ramen.’
Uitstekend. Alleen schijnt het niet te werken. Die oude krengen van vorig jaar waren beter. Die snorden rustig door. Schroeven die loszaten, mannen met een oliespuit die nog even de vloerbedekking kwamen optillen. Maar we bereikten altijd onze bestemming.’’

Betty

Nu de schijnwerpers gericht zijn op Betty, komen we erachter dat ook haar jeugd sporen achtergelaten heeft. In flashbacks komen flarden van herinneringen naar boven en die zijn schrijnend. Bij de kapper hangt een foto van een jonge vrouw:

'Haar glimlach was minzaam maar lief en oprecht, en ze had de foto in een hoekje gesigneerd met: ‘Ik zal jullie allen niet vergeten’. […]Haar geheugen presenteerde haar onmiddellijk een beeld, mét geluid, want ze hoorde haar moeders lach terwijl de amah haar de kamer binnenbracht om een halfuur stil aan haar moeders voeten te zitten terwijl de vier dames naar hun kaarten staarden en sigaretten rookten. Af en toe keek haar moeder naar haar om te controleren of ze er netjes uitzag en dan lachte ze terug naar haar moeder in de zijden tea gown, met zijden kousen en zijden instapschoentjes, terwijl een ring met diamant (waar was die gebleven?) haar toefonkelde door de stofdeeltjes van een bundel zonlicht die door de kieren van de zonwering naar binnen viel.'[…]

Gecombineerd met de problematische jeugd van Edward, zoals beschreven in deel één, lijkt dit een opmaat voor een allesbehalve vlekkeloze start van een relatie.

De Oriënt

Net als in deel één zie, ruik, proef je ook hier de exotische sfeer. Bij Betty's schoolvriendin Amy is het altijd een zoete inval, ze is zendelinge geworden en in haar huis is altijd wat te doen. Gebedsdiensten zorgen voor volk over de vloer, er is voor iedereen wel iets te eten en baby's gaan van de ene schoot naar de andere. Er verschijnt nog een vriendin van Betty ten tonele, van haar komen we niet zoveel te weten, maar ook zij heeft een sleutelrol in de levens van Edward en Betty. Haar naam is Lizzie.
Het gedrag van zowel Edward als Betty komt mysterieus over, helemaal niet zoals je van geliefden zou verwachten. De gedachten van Betty, de vragen die zij zichzelf stelt, de plotselinge verdwijning in het nachtelijk uur en de daarbij behorende beschrijving van lichtjes en schimmen doen magisch aan.

Aantrekkingskracht

Wanneer de aantrekkingskracht maar groot genoeg is en je geen keuze meer blijkt te hebben kunnen zaken een loopje met je nemen. Als lezer word je af en toe op het verkeerde been gezet. De Betty uit deel één was een beetje enigmatisch, in het tweede deel komen we erachter hoe dat zo gekomen is. De ene keer door te vertellen, de andere keer door te laten zien wordt het beeld van Betty scherper en het wordt pijnlijk zichtbaar waarom zij zo worstelt en stappen zet waarvan zij de consequenties niet wil of kan overzien. Haar achternaam is Macintosh, ja van de stoere regenjas inderdaad, zo staat zij ondanks alles haar 'mannetje'
Terry Veneering, die Edwards buurman werd in deel één, heeft zijn achternaam te danken aan 'Veneering de carrièrejager' uit 'Onze wederzijdse vriend-Charles Dickens'. Edward en hij zijn zeker geen goede vrienden, laat het verhaal maar vertellen hoe dat komt.

Europa

Humor, tragedie, wanhoop, misverstanden en verder alles wat een roman nodig heeft om als lezer door te willen lezen zit in het boek. Woonruimte net na de oorlog is overal schaars in Europa, ook in Londen waar Edward een eenvoudige woning heeft met minimaal één rat als huisdier. Opvallend is dat Betty de touwtjes in handen gaat nemen, zij regelt de huisvesting en de sociale contacten. Om niet teveel spoilers weg te geven wil ik in het midden laten welke personages elkaar ontmoeten in een museum ergens in Europa:

Ze zaten zwijgend in de zaal, hij aan de andere kant op de enige andere stoel. Ze keken naar elkaar en zijn glimlach en zijn ogen waren net zoals altijd.
Die gast met die hoed lijkt op de dwerg die volgens de verhalen het horloge van Filth heeft gejat en verkocht toen ze jong waren,’ zei hij, en hij stond op en fluisterde in het eikenhouten oor van de man: ‘Albertross... hebbes!’ Hij tilde de brede eikenhouten rand van de hoed op en riep: ‘Eureka! Het is een afzonderlijk object!’
En liet hem vallen. Ze slaakte een gil.
Hij raapte hem op. ‘Niets aan de hand. Moeraseiken. Zeventiende-eeuws, zo hard als staal.'

Hiermee vind ik de Engels titel The man in the Wooden Hat erg humoristisch vergeleken bij 'Een trouwe vrouw'.

Conclusie

Interessant om nu het verhaal van Betty samen te voegen met dat van Edward. Eén en één is in dit geval meer dan twee, er worden al een aantal zaken helder. De vertaling van de titel vind ik minder sterk. Een ander puntje is dat je bij Graham erg goed moet opletten dat je geen aanwijzingen mist. Soms liggen ze erg verborgen en je hebt ze allemaal nodig voor het volgen van het verhaal. Ik vind het ijzersterk in elkaar zitten en het thema, dat mensen zichzelf niet goed kennen en ook de confrontatie niet willen, kunnen aangaan met deze tekortkoming, is van alle tijden. Deze twee personages hebben uitzonderlijk traumatische jeugdervaringen, maar je kunt ze op een kleinere schaal ook toepassen op iets minder heftige gebeurtenissen. Je zou de personages iets willen toeroepen, zo werkt het natuurlijk niet, maar het geeft wel aan dat het inleven met de karakters vanzelf gaat. Op naar deel drie!


De auteur

Jane Gardam debuteerde in 1971 op haar veertigste met een kinderboek; sindsdien schreef ze vijfentwintig boeken waarmee ze talloze prijzen won waaronder twee keer de ‘Withbread book of the year award’ voor de beste roman. Ze is in Nederland niet zo bekend: Old Filth (2004) schreef ze op zesenzeventig jarige leeftijd en verscheen in maart 2017 in vertaling als Een onberispelijke manEen trouwe vrouw , het tweede deel van de trilogie verscheen in september 2017 en deel drie Laatste vrienden in januari 2018.





Titel: Een trouwe vrouw
Oorspronkelijke titel: The Man in the Wooden Hat
Auteur: Jane Gardam
Vertaler: Gerda Baardman
Uitgever: Cossee BV
ISBN: 9789059367302
Pag.: 320
Genre: Literaire fictie
Verschenen: september 2017

dinsdag 24 april 2018

Hay van den Munckhof - Alya


Recensie door Truusje
Uitgeverij Mozaïek


Voor Alja
‘Een leven zonder dromen is als een tuin zonder bloemen’
Gertraude Beese

Een reis vol onverwachte wendingen


Spanje, emiraat Al Andalus, 842 jaar na Chr  
Alya is een intelligente veertienjarige en bovendien een talenwonder. Buiten het Arabisch van Al Andalus beheerst ze het Berbers, het Grieks van de Byzantijnen, Latijn, Hebreeuws, de taal van de Mozaraben en het Frankisch. Dit laatste heeft ze geleerd van haar persoonlijke slavin Oncha, een mooi en blond meisje uit Navarra. Alya is erg gesteld op haar, maar lijkt steeds te moeten schipperen tussen begrip voor Oncha en de regels die gelden hoe ze hoort om te gaan met een slavin. Zij is immers de meesteres.
Tijdens Alya's geboorte is haar moeder overleden.

'Al heb ik haar nooit gekend, via vaders verhalen weet ik zo veel over haar dat ik in mijn dromen soms hele gesprekken met haar voer. Iets van moeders geest leeft voort in ons huis, vooral in de buurt van de stenen bank naast de fontein op de binnenplaats.'

In het destijds islamitische Qurtuba* vraagt Alya zich af wat de reden is dat haar vader - Omar - zo zwijgzaam is. Hij drinkt de laatste tijd veel wijn, wat het geloof niet toestaat, maar  laat zich na enig aandringen overhalen om haar te vertellen wat hem dwars zit en waarom hij zo'n wanhopige blik heeft.

‘Je gaat op reis, Alya,’ zegt hij, ‘en dat is mijn schuld.’ Op reis? Waarom dan? Dat is wel het allerlaatste wat ik had verwacht. En hoezo, vaders schuld? ‘Ik heb een vreselijke fout gemaakt,’ begint hij, ‘een fout die ik misschien nooit meer goed kan maken. Ik heb met de emir over jou gesproken.’

Omar is de hofmeester van Abd al-Rahman II**. De bedoeling van de emir is, zo vertelt hij Alya, om haar naar Navarra te sturen om met Koning Arista*** te onderhandelen over een mogelijk bondgenootschap. Haar talenkennis komt de emir goed van pas.
Dankzij Ibn Rushad ****, die Alya naast talen ook onderwees in de topografie en geschiedenis, weet ze dat Navarra in het christelijke deel ligt, vlakbij de Pirinoak - Pyreneeën - en dat het een lange reis zal gaan worden.
Op haar verzoek mag Oncha met haar meereizen. Samen gaan ze naar Murad, de broer van haar vader, om twee paarden op te halen, waarna ze op pad gaan als gezanten met een vrijgeleide van Koning Arista.

Wanneer haar verteld wordt dat Oncha niet mee mag reizen naar Pamplona en achter moet blijven in Saraqusta, komt ze tot een drastisch besluit; Oncha helpen te vluchten en zo voorkomen dat ze aan een slavenhandelaar wordt overhandigd.
Naderhand krijgt Alya steun en hulp uit onverwachte hoek.

De gezanten vervolgen hun reis. Alya komt in een roller coaster terecht van gebeurtenissen en verschrikkingen die haar uiteindelijk ver over de grens van Spanje brengen.
Een abdij, een spintol, een houthakker, een roversbende, het drakenschip van de Noren, Yanti - een donker slavinnetje - en twee trouwe honden, zijn een aantal zaken die de revue passeren. Een heldendaad aan de Friese kust luidt het einde van het boek in.

Conclusie

Met eerder werk van de auteur heb ik al kennisgemaakt door zijn korte verhalen, onder andere uit de bundel 'Historische verhalen, korte verhalen uit de Gouden Eeuw'. Hiermee won hij een tweede prijs.
Dit debuut is goed geschreven, met mooie zinsopbouw, samengestelde zinnen en een heldere schrijfstijl. Het verhaal wordt chronologisch verteld door de belevende-ik vanuit het ik-perspectief, waardoor de lezer gemakkelijk in de huid kan kruipen van het hoofdpersonage. Ze wordt voldoende uitgediept om met haar mee te leven, waarbij ook de karakters van de andere personages niet zijn vergeten door de auteur.

In het begin lijken de schrijfwijze en woordkeuze te duiden op een YA-boek (het is in dit eerste deel van het boek te proeven dat de auteur in zijn werkzame leven onderwijzer is geweest), maar gaandeweg komt de auteur goed op dreef en krijgt het verhaal meer volwassenheid. Dit is inherent aan de ontwikkeling van Alya. Ze is immers een jong meisje dat in alle bescherming van haar vader en haar persoonlijke slavin Oncha opgroeit.
Alya ontwikkelt zich, door de ontberingen en ervaringen die ze opdoet tijdens haar omzwervingen, tegen wil en dank tot een dame die zich niet de kaas van haar brood laat eten. Niet alleen maakt ze zich sterk voor haar eigen veiligheid, maar ook voor de mensen in haar directe omgeving.

De auteur is diep de geschiedenis in gedoken. Heel diep, omdat we toch spreken over een tijd bijna 1200 jaar geleden. Interessant om op deze manier te weten te komen dat de onderste helft van Spanje destijds islamitisch was. Het uitgebreide onderzoek naar het leven en de mores in de negende eeuw is duidelijk terug te vinden in het boek. Chapeau Hay!

Dit meeslepende verhaal is het eerste deel van een voorgenomen tweeluik, waar de omzwervingen van Alya verder gaan. Ik ben alvast nieuwsgierig en kijk uit naar de herfst van 2018, wanneer het tweede deel zal verschijnen.
Wie van een historische roman houdt kan ik aanraden om dit boek te lezen. Erg leuk.

Noten

*Aardrijkskundige namen in het emiraat Al Andalus - Andalusïe -  rond 842
Al Ushbuna - Lissabon
Balansiya     - Valencia
Ishbilija        - Sevilla
Mursiya        - Murcia
Qadis            - Cádiz
Qurtuba        - Córdoba
Saraqusta     - Zaragoza

**Abd al-Rahman II (792 - 852) - de vierde emir van Córdoba (822–852) werd in 822 de opvolger van zijn vaderal-Hakam I en kon zich tijdens zijn regering in het emiraat van Cördoba uitgebreid aan de bevordering van kunst en cultuur wijden (Abbas ibn Firnas). Daarbij interesseerde Abn al-Rahman II zich in het bijzonder voor filosofie, geneeskunde, astronomie, poëzie en muziek. Onder zijn regering werd ook het Perzische hofceremonieel in Cördoba ingevoerd.

***Arista, Koning van Navarra, 824-851.

****Ibn Rushad was een Arabische geleerde en historiograaf.

Hay over Hay

'Aan pseudoniemen doe ik niet. Hay van den Munckhof is dus gewoon mijn echte naam en ook mijn schrijversnaam.
In 1949 werd ik als tweede in een gezin van zeven kinderen geboren in Koningslust, een dorpje in Noord-Limburg met zo'n duizend inwoners. Sinds 1973 woon ik met mijn vrouw en twee zoons (intussen allebei uitgevlogen) in het naburige Panningen, dat je een groot dorp, maar met enig recht ook wel een kleine stad zou kunnen noemen. Van 1969 tot 2011 werkte ik als onderwijzer, meestal de leeftijdsgroep van tien tot twaalf jaar, groep 7 en/of 8 dus.'


Wie nieuwsgierig is naar de rest van het relaas, verwijs ik naar;

Titel: Alya
Auteur: Hay van den Munckhof
Categorie: Historische roman
Pagina's: 236
ISBN: 9789023953593
Uitgeverij Mozaïek
Verschenen: 24 april 2018

zondag 22 april 2018

Thomas Mann-De ontgoocheling-Wälsungenblut

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij de Arbeiderspers



Decadentie in optima forma



Wälsungerblut
 
'De ontgoocheling' is het laatst voltooide werk van Thomas Mann, hij schreef het in 1952-1953. Het is een novelle en bevat 91 pagina's. In mijn uitgave, dat per toeval op mijn pad kwam, staat nog een novelle: 'Wälsungerblut', dit verscheen in 1921, hoewel Mann het al in 1906 schreef. Op dit laatste werk kwam kritiek, het zou antisemitische uitlatingen bevatten.

Deze recensie betreft alleen Wälsungerblut, De ontgoocheling wordt apart besproken.
Het werk telt slechts 38 pagina's, maar het is een afgerond geheel en zeer interessant omdat het autobiografische elementen bevat, geïnspireerd is op Wagners opera De Walküre en het één van de terugkerende motieven in zijn werk bevat: de incestueuze verhouding.
En tot slot de eerder genoemde antisemitische elementen die tot discussie leidden. 

Entree

Het beeld van het schitterende huis van familie Aarenhold doet sterk denken aan de uitgebreide beschrijving die Thomas Mann in De Buddenbrooks (1901) gaf van het familiehuis in Lübeck. De gedetailleerdheid van de inrichting, de karakterisering van de bedienden die daarmee de decadentie treffend weergeeft, is een feest van herkenning en brengt de lezer direct in de kringen waarin Thomas Mann zelf ook opgroeide. Onmiddellijk daarna speelt zich een scene af die wederom een beeld oproept uit De Buddenbrooks: één van de vier kinderen, dochter Sieglinde heeft een verloofde en deze meneer Beckerath doet denken aan de aanstaande verloofde van Tony. Geen echte liefde, maar een gearrangeerde verloving.

De familie

Vader is welgesteld, hier komt meteen het antisemitisme om de hoek kijken, want hoe is hij aan zijn bezit gekomen? Dat vraagteken laat zien dat er kennelijk een luchtje moet zitten aan joden die bezit hebben. Aarenhold is van joodse afkomst en dat dit geen pre is in het vooroorlogse Duitsland wordt een aantal keren duidelijk gedurende het verhaal en is daarmee een motief.

Mann laat doorschemeren dat Aarenholds kinderen niet blij zijn met het bloed dat via vader door hun aderen stroomt. Een autobiografisch element wat betreft dit motief is dat de vrouw van Thomas Mann, Katia Pringsheim, half joods was.
Dit brengt de bespreking meteen op het tweede element dat Mann ontleende aan zijn eigen leven: Sieglinde en haar tweelingbroer Siegmund zijn gemodelleerd naar Katia Pringsheim en haar tweelingbroer Klaus.
Behalve de tweeling heeft het echtpaar Aarenhold nog twee kinderen, deze spelen geen grote rol in het verhaal. Het gaat om Sieglinde en Siegmund.

Incestueus

De twee hoofdrolspelers worden geportretteerd als zielsverwanten die als twee druppels water op elkaar lijken. Allebei hechten ze enorm veel waarde aan hun uiterlijk, Siegmund bijna nog meer dan Sieglinde, ze zijn verbaal helemaal aan elkaar gewaagd, dit is goed te merken tijdens de discussie aan tafel met meneer Beckerath. De arme man wordt zo'n beetje gefileerd. Dat de twee aan elkaar verknocht zijn wordt eigenlijk al meteen duidelijk wanneer ze hand en hand de eetkamer binnenwandelen, ze zijn negentien. Het thema wordt verder uitgewerkt wanneer het stel naar een uitvoering gaan van De Walküre in de Opera. Wat een geweldige passage in het verhaal, alleen dit stuk al maakt het verhaal zo mooi! Een voorstelling in een verhaal, hún verhaal, een verdubbeling, het bekende Droste-effect oftewel mise en abyme, schitterend uitgewerkt!

Conclusie

Dit vroege werk heb ik met veel plezier gelezen. Dat zo'n compact werk zoveel in zich kan hebben heeft me getroffen en ook dat er herkenning was van de motieven en thematiek. Deze wat kleinere boekjes van Thomas Mann hebben me verrast en doen verlangen naar meer Thomas Mann, wat een geweldig auteur!
Ik ga nog even in op de antisemitische uitlatingen. De novelle werd geschreven in 1905, maar Mann trok in 1906 op het allerlaatste moment, er waren al drukproeven, de stekker eruit. Het verscheen niet. De reden bleek uiteindelijk niet het antisemitisme, hierover had hij al allang uitleg gegeven, nee, het betrof het risico op een familieschandaal vanwege het incestueuze karakter!



Die Walküre

Die Walküre is de titel van een opera van Richard Wagner die wordt opgevoerd op de eerste dag van Wagners tetralogie Der Ring des Nibelungen, die bestaat uit een vooravond (Das Rheingold) en drie dagen (respectievelijk Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung).
Sinds Das Rheingold heeft Wotan niet alleen negen Walküren verwekt, maar ook de tweeling Siegmund en Sieglinde, en het geslacht van de Wälsungen. De tweeling wordt al jong gescheiden van elkaar, want toen Siegmund en zijn vader op een dag terugkwamen van de jacht, hadden rovers zijn moeder vermoord en zijn zuster ontvoerd. Sieglinde werd uitgehuwelijkt aan Hunding, een lid van de roversbende. Op het huwelijksfeest verscheen een vreemdeling (feitelijk vader Wolfe = Wotan), die het zwaard Nothung stootte in de stam van een es. Tot nu toe is het niemand gelukt het zwaard er uit te trekken. Inmiddels is Siegmund het spoor van zijn vader kwijt; hij weet eigenlijk niet meer hoe hij zelf heet en wordt voortdurend achtervolgd door rampspoed.

Opgejaagd door tegenstanders en een hevige storm betreedt een uitgeputte Siegmund het huis van Hunding. Hij noemt zichzelf Wehwalt en wordt liefdevol opgevangen door Sieglinde, de vrouw des huizes. De twee voelen onmiddellijk een bepaalde band. Als Hunding van de jacht thuiskomt herkent hij, na verloop van tijd, in Siegmund de vijand die hij eerder die dag met zijn clan heeft opgejaagd. Niettemin biedt hij Siegmund onderdak voor één nacht. De volgende dag, zo kondigt Hunding aan, zal hij met Siegmund duelleren. Sieglinde, die Hunding een slaapdrank heeft gegeven, vertelt Siegmund over het zwaard. Siegmund herinnert zich dat zijn vader hem "voor als de nood aan de man komt" een zwaard beloofd had en hij is ervan overtuigd dat dit dat zwaard is. Siegmund en Sieglinde beseffen inmiddels dat ze elkaars broer en zus zijn. Siegmund zingt daarop de beroemde aria Winterstürme wichen dem Wonnemond. Sieglinde wijst hem het zwaard Nothung en Siegmund trekt het uit de stam. De tweeling vlucht weg in de lentenacht.(Wikipedia)



De auteur

Paul Thomas Mann (Lübeck, 6 juni 1875 - Zürich, 12 augustus 1955) wordt beschouwd als een van de grootste Duitse schrijvers uit de twintigste eeuw. Tot zijn bekendste werken behoren de romans Buddenbrooks en De Toverberg, alsook de novelle De dood in Venetië. Zijn werk werd sterk beïnvloed door dat van GoetheNietzsche en Schopenhauer. In 1929 kreeg hij de Nobelprijs voor de Literatuur (voor De Buddenbrooks, tvl). Hij week in 1936 voor het Duitse naziregime uit naar Zwitserland, woonde van 1939 tot 1952 in de Verenigde Staten waar hij uitgroeide tot een belangrijke exponent van de strijd tegen het fascisme, en daarna tot zijn dood weer in Zwitserland. (Wikipedia)

Auteur: Thomas Mann
Vertaler: Pé Hawinkels
Uitgever: De Arbeiderspers
ISBN: onbekend
Pag.: 158
Genre: literaire fictie
Verschenen: oorspronkelijk 1953


Ton Hoenselaars-Shakespeare Forever! Leven en mythe. Werk en erfenis

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Wereldbibliotheek 


'Shakespeare zit in onze genen, een meer dan boeiende beschouwing'



De titel van het boek luidt: Shakespeare Forever! Leven en mythe, werk en erfenis. Op zoek naar de 'echte' Shakespeare blijkt een onmogelijke opgave, wij kijken nu totaal anders aan tegen de geschiedenis zoals die was tijdens het leven van Shakespeare. De schrijver verbindt in dit boek het werk en leven van Shakespeare met de historie en de tegenwoordige tijd. Met de kennis van nu wordt ook een eerlijke blik geworpen op Shakespeares teksten; wordt hij van z'n voetstuk gehaald vanwege racisme, seksisme, antisemitisme? Of blijft hij een mythe tot in de eeuwigheid? Vraagteken of uitroepteken achter forever? 

Beknopte biografie 

William Shakespeare (1564 Stratford-upon-Avon-1616 Stratford-upon-Avon) was een Engels toneelschrijver, dichter en auteur. 'Hij wordt gezien als de grootste schrijver die Engeland ooit heeft voortgebracht. Niet alleen vanwege de kwaliteit van zijn werken, maar ook vanwege zijn enorme invloed op de Engelse taal, waarin nog steeds honderden woorden, uitdrukkingen en citaten aan hem zijn toe te schrijven. Hij schreef 154 sonnetten en een aantal langere gedichten en kan beschouwd worden als de eerste moderne toneelschrijver. Zijn toneeloeuvre bestaat uit 37 werken, verdeeld over drie genres: tragedies, historische stukken en komedies over tijdloze, universele thema's die tot op de dag van vandaag gebruikt worden voor theaterbewerkingen, opera's, musicals en films' (bron wikipedia) 


Doel van de auteur 


'Dit boek gaat over míjn beste Shakespeare, over de man door wie ik tijdens mijn studententijd in jambische verzen droomde en met wie ik inmiddels meer tijd heb doorgebracht dan met wie ook, maar ook over de Shakespeare die anderen door de eeuwen heen uit zijn werk hebben gedestilleerd. Het gaat ook over úw Shakespeare.'

Dit is mooi gezegd, iedereen die dit boek leest heeft zeer waarschijnlijk zijn eigen herinneringen. Misschien heb je ooit een toneelstuk gezien, iets gelezen voor school of was je al bekend met het meeste wat er in dit boek staat. Vast staat dat voor iedereen die zich interesseert voor de persoon, de mythe (?) Shakespeare er wel iets  te vinden is in deze complete 'Shakespeare forever'.
Aan het eind van het boek staan de samenvattingen van de toneelstukken en gedichten op alfabetische volgorde, erg handig! 

Van vele kanten bekeken wordt het zeer verrassende en informatieve rondleiding. Het is onmogelijk aan alle aspecten van het boek aandacht te geven, vandaar dat er paar stukjes uitgelicht worden die tot de verbeelding spreken. 

Vrouwenrollen 

In de tijd dat Shakespeare zijn stukken schreef was het verboden voor een vrouw om als actrice op het toneel te verschijnen. Hij werd heel creatief van dit verbod. Om toch vrouwen op het toneel te krijgen maakt hij handig gebruik van illusie. Mannen hulden zich in vrouwenkleren en koorknapen met hun falsetstem speelden vrouwenrollen. Er was nog een mogelijkheid: minder vrouwenrollen in het script! Vandaar dat er vaak wel een vader is, maar geen moeder. In Romeo en Julia leidt dit spelen met de seksen tot deze pikante situatie: Voor de eerste kus vormen ze de zogenaamde pelgrimskus, de handpalm van Romeo tegen die van Julia. Na de tekst, die een vroom voorspel moet voorstellen, maar vol zit met godsdienstige termen (‘ontwijdt’, ‘altaar’, ‘boete’, ‘een heil’ge’, ‘een pelgrimshand’) maakt Romeo korte metten met de vrome pelgrimskus: 

'ROMEO Een heil’ge heeft toch lippen ook, zou’k denken. 
JULIA Ja, pelgrim, om een vroom gebed te spreken. 
ROMEO En niet om ze aan de pelgrim weg te schenken? 
O, laat zo’n vrome man niet vruchtloos smeken. 
JULIA Je weet, een heil’ge blijft altijd stil, 
Ook als ze ’t vroom gebed verhoren wil. 
ROMEO O heilge, sta dan stil één korte stond, 
Terwijl ik van je mond vergiff’nis pluk. [Hij kust haar] 
JULIA Nu gaan je zonden over op mijn mond.
ROMEO O heerlijke overtreding, zoet geluk: 
Geef mij mijn zonden dan terug als gunst.
 
JULIA Wel, kussen is bij jou een ware kunst. [Zij kust hem] (1.4) 

De koningsdrama's  

Deze worden meestal aangeduid als de 'Histories', het zijn er nogal wat en lopen van 1195 tot 1533. Het zijn 10 stukken over de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van de Engelse monarchie. Shakespeare neemt stelling in zijn stukken, hij is voorstander van de monarchie. De stukken zijn feitelijk niet allemaal juist, hij laat bijvoorbeeld de eneuch Mardian in 'Antonius and Cleopatra' uit 1606 een partijtje biljart spelen met Cleopatra (ca 200 v.Chr.) terwijl biljart pas omstreeks 1550 gespeeld werd in Engeland en Frankrijk.

De Storm 

Er wordt beweerd dat Shakespeare met De storm afscheid neemt van het theater. Het is onvoorstelbaar hoeveel thema's en verwijzingen in één toneelstuk verborgen kunnen zitten. In De storm roept Shakespeare herinneringen op van andere blijspelen, komedies en koningsdrama's.

'Betoverd, als in een droom, dwalen wij door De storm als door een zaal vol spiegels die reflecteren wat wij uit de rest van het werk kennen, en wij horen daarbij de echo van de muziek der sferen' 

In de epiloog laat Shakespeare Prospero (de magiër) het publiek uitnodigen om hem door middel van applaus te bevrijden uit de illusie van het theater. 

Conclusie 

Ton Hoenselaars heeft in dit boek zijn kennis en enthousiasme weten te delen. Het is duidelijk geworden hoe diep Shakespeare geworteld is in ons dagelijks leven en in de kunst. Liefhebbers van historie en cultuur kunnen hun hart ophalen en vele uren doorbrengen met dit complete, uitgebreide en toch zeer toegankelijk boek. Jammer dat de recensie niet eindeloos lang mag worden, want ook de beschrijvingen van hoe het er vroeger aan toeging in zo'n theater zonder verlichting zijn erg leuk om te lezen.

Auteur


Ton Hoenselaars is hoogleraar Engelse taal- en letterkunde in Utrecht en weet alles van en over William Shakespeare en zijn werk. Bovendien kan hij er ongelooflijk boeiend en vermakelijk over schrijven. Al die kennis heeft hij nu samengebracht in Shakespeare Forever. (UU.nl nieuws) 



 Auteur: Ton Hoenselaars
 Uitgever: Wereldbibliotheek
 Genre: Kunst en Cultuur
 ISBN: 9789028426641
 Pag: 432
 Verschenen: 22 augustus 2017