zondag 31 december 2017

Richard Yates - Voorbije liefdes

Recensie van Roosje

"Tragisch, maar hoopvol"

Dit boek van Richard Yates is al uit 1984. Het is in 2016 in het Nederlands bij De Arbeiderspers verschenen. Deze roman is pas het eerste boek dat ik van Richard Yates heb gelezen. Michael en Lucy Davenpoort staan centraal. Lucy is Michaels eerste vrouw.

De roman bestaat uit drie delen:
1. Michael;
2. Lucy;
3. Michael.

Het begint in de jaren vlak na WOII als Michael als boordschutter terugkomt uit de oorlog en trots is op zijn vliegeniersleven.

Intense weemoed

Qua intense weemoed lijkt dit boek op romans van John Williams, en James Salter - Lees bijv zijn pas in het Nederlands verschenen 'De jagers' -, en ook zie je beelden terug uit de serie 'Mad Men': de snelle ontwikkeling van de USA na WOII, veel drank, veel sigaretten, veel seks (ook al voor de seksuele revolutie uit de jaren 60); vrouwen zijn huisvrouwen, mannen verdienen de kost en wedijveren met hun vrienden.

Verdubbelingen en herhalingen

Dit boek gaat ook heel intens over schrijven, het schrijverschap, het proces van het schrijven: Michael is een dichter, en Lucy volgt een cursus 'Creatief schrijven'; het metaniveau in dit boek. Het zit vol verdubbelingen en ook met letterlijke herhalingen van de tekst in de verhalen van Lucy. Bovendien schrijft Lucy's minnaar een roman over een huwelijk, over een vrouw, zijn ex-vrouw, waarin de gebeurtenissen en het wezen van de vrouw sprekend lijken op het huwelijk en de persoon van Lucy. Erg goed gedaan. Ik hou ervan: van verdubbelingen, de herhalingen op een ander niveau en de spiegelingen; en van dat metaniveau.

Waanzin als thema

Een ander thema is waanzin - psychose -, psychiatrie. Deze roman schijnt nogal wat autobiografische elementen te bevatten. Yates zelf was bipolair en "zoop als een maleier".

Na een heftige verliefdheid met veel seks lijken mannen en vrouwen steeds weer meer uit elkaar te groeien. Het opkomende feminisme lijkt vrouwen een reddingsboei toe te werpen; hun kinderen - niet bijzonder aandachtsvol opgevoed door hun ouders - raken verstrikt in het hippiedom en drugsgebruik.

Op middelbare leeftijd lijkt Michael te beseffen dat een mens in wezen eenzaam is - existentiële eenzaamheid -; dat was hem tevoren ingefluisterd door Sarah, zijn 20 jaar jongere tweede vrouw, die net bevallen was van hun zoon en die op haar beurt niet goed weet wat ze met de relatie met Michael aan moet.

Geen vrolijke kost, maar uitermate goed verwoord met veel dubbele bodems, verdubbelingen en spiegelingen.


Auteur: Richard Yates
Vertaald door: Marijke Emeis
Categorie: Roman
Pagina's: 348
Uitgeverij: De Arbeiderspers
ISBN: 9789029507325
Verschenen: december 2016

       



vrijdag 29 december 2017

Hideo Yokoyama-Tokyo Tapes nr.6-4



Met dank aan  Xander Uitgevers B.V.


Staaltje Mikado van hoog niveau"


Meer dan een thriller

Dit boek wordt gerekend tot het genre thriller en spanning, deze elementen zijn inderdaad terug te vinden. Maar hier is lang niet alles mee gezegd. Het gaat in dit verhaal om veel meer. Om te beginnen de complexe organisatiestructuur van het Japanse politieapparaat. Voor een Nederlander niet eenvoudig te bevatten en toch nodig om het verhaal te kunnen volgen.

Cultuur

Dan is er de Japanse cultuur. De opvallende omgangsvormen  geven het boek een Oosters, exotisch en soms ook bevreemdend tintje.
Het verhaal wordt verteld vanuit hoofdpersonage Mikami. Beroepsmatig heeft hij voldoende meegemaakt om zo tactisch mogelijk te acteren. Hij kent het klappen van de zweep en weet wie te vertrouwen is. Let vooral op de vele namen die ook nog eens op elkaar lijken. Het diplomatieke vermogen van Yoshinobu Mikami wordt gedurende het hele verhaal op de proef gesteld. Op zijn visitekaartje staat:

'Commissaris Yoshinobu Mikami. Persofficier. Inspecteur bij het Departement van Administratieve Zaken. Personeelsdivisie, Politiehoofdkwartier Prefectuur D'

Wie in deze functie werkt zit tussen twee vuren: de politie en de pers. Beiden te vriend te houden is een bijna onmogelijke opgave, vooral wanneer er een gebrek aan vertrouwen is.
Dit is één kant van het verhaal.  Belangenverstrengeling, machtswellust, schaamte, corruptie, loyaliteit  en onkunde zijn een aantal andere facetten waarmee rekening gehouden moet worden.

Privédrama

Mikami is ook echtgenoot en vader. Een drama heeft onlangs een flinke wissel getrokken op het leven van Mikami en zijn vrouw Minako. Hun dochter is, na een identiteitscrisis, van huis weggelopen en het enige wat het echtpaar nog op de been houdt is een aantal telefoontjes. Tijdens die telefoontjes wordt er niets gezegd, maar de hoop is natuurlijk dat het dochter Ayumi is.'Minako maakte een lege indruk. Ze probeerde niet eens te knikken. Haar gezwollen pupillen waren als glaskralen, zonder enige gedachte of emotie.'

Ontvoering

De zaak met de naam Zes Vier gaat om de ontvoering van een jong meisje Shoko Amamiya, er is iets helemaal misgegaan met de overhandiging van het losgeld en het meisje is vermoord teruggevonden.
Mikami werkte destijds ook aan de zaak  als lid van het achtervolgingsteam, de moordenaar is nooit gevonden.
Nieuwe aanknopingspunten zorgen voor een andere kijk op de zaak. Tijdens het speurwerk naar de waarheid komen alle verhoudingen tussen de betreffende individuen en teams op scherp te staan.
We volgen stap voor stap Minako's worsteling met het nemen van juiste beslissingen. Het ene dilemma volgt op het andere, complottheorieën zorgen voor complete verwarring met een totaal onverwacht en  ijzersterk plot.

Conclusie

De cover is heel opvallend met sprekende kleuren, wanneer je goed kijkt is een cassettebandje te zien.
Het  boek leest als een meervoudig samengesteld geheel. Er wordt druppelsgewijs nieuwe informatie toegevoegd, met af en toe een wending van jewelste. Wanneer je de moeite neemt alle inhoud geconcentreerd op te nemen is de beloning groot.

Auteur: Hideo Yokoyama
Categorie: Thriller
Pagina's: 537
Uitgeverij: Xander Uitgevers B.V.
ISBN: 9789401606684
Verschenen: april 2017

Yusuf Atilgan - Hotel Moederland

Uitgeverij Jurgen Maas


De vrouw die met de vertraagde trein uit Ankara kwam


Een provincieplaats (of stadje) ergens in Anatolië

Zebercet, een kleine man van drieëndertig jaar, zwaait de scepter in het hotel waar hij zijn gehele leven al woont en ook is geboren. Hotel Moederland is gesitueerd in een herenhuis - twee verdiepingen, 9 kamers -  en de heer Rüstem heeft indertijd het familiehuis getransformeerd tot hotel. Er komen regelmatig vaste gasten, een lerarenechtpaar, een hoertje met haar klanten, zakenlui.

Hij werkt er al sinds hij de lagere school heeft doorlopen. Verder leren of studeren zat er niet in. Nog steeds woont hij in zijn oude kamer, dus eigenlijk op zijn werk, of werkt in zijn huis. Het is als het ware een cocon voor hem, die hij alleen op vaste momenten verlaat, echter wel mondjesmaat, omdat hij zich dan steeds zo nerveus voelt. Elke vier weken gaat hij naar de kapper, eens per jaar, of twee jaar naar de kleermaker, elk half jaar naar het badhuis en éénmaal per maand naar het postkantoor.

Plichtsgetrouw voert hij de leiding, waarbij hij tal van vaste gewoonten heeft - misschien zelfs wel rituelen te noemen - die hem derhalve houvast lijken te bieden.
Een groot prater is hij niet, maar zijn gedachten nemen soms een loopje met hem. Dat zijn de momenten waarop de lezer meer in zijn innerlijk kan kijken, want verder is hij zeer gesloten.
Al van jongs af aan is hij het slachtoffer van plagerijtjes en wordt hij belachelijk gemaakt. Dat zal de oorsprong zijn van zijn kwetsbaarheid.

De vrouw

Wanneer er een jonge, rondborstige en naamloze vrouw 'met de vertraagde trein uit Ankara komt', een kamer boekt, maar na één nacht vertrekt met de mededeling dat ze snel weer terug is, raakt hij door haar geobsedeerd. Na drie dagen is ze echter nog niet terug, maar Zebercet laat alles op haar kamer intact en het licht branden. Hij gaat er regelmatig even zitten, rookt haar half opgerookte sigaretten op en 'bedrijft de liefde met haar' door op haar gebruikte handdoek te masturberen.

Het feit dat hij is besneden, na de lagere school, komt regelmatig terug. Ook in zijn dromen komt 'de tang' een aantal maal voorbij. Dit lijkt een speciale indruk op hem gemaakt te hebben. (Tja, dat kan ik me ook heel goed voorstellen).

De werkster

Half dertig en eveneens geen praatgraag persoon, die houdt van slapen. Dat is de korte omschrijving van de werkster die ook in het hotel woont en werkt. Zebercet moet haar 's morgens altijd wekken en gedurende de nacht.......

'Op een nacht toen hij al in bed lag stond hij weer op, ging de kamer naast de zijne in, deed het licht aan. Het was warm, ze sliep zonder deken of laken; haar hemd was omhoog gekropen. Hij deed de deur dicht, liep naar haar toe. Deed de knoopjes open, nam haar borsten in zijn hand: vol, strak. Hij schudde haar door elkaar. Ze bewoog niet; 'Ben je er, oom?' vroeg ze in haar slaap. Hij schudde nog een keer: 'Wakker worden, meid!' Ze deed haar ogen open en ging rechtop zitten: 'Ik sta al op, heer.' 'Nee, niet opstaan, opschuiven.' [...] Hij stapte in bed, draaide haar op haar rug. Ze deed haar ogen dicht. Hij wurmde haar onderbroek uit, smeet die weg. Ze had flink wat haar. Hij ging met zijn volle gewicht op haar liggen en haalde met een hoop gehijg en gepuf zijn gerief.'

De officier buiten dienst

Een duister figuur - 'noteert u maar officier buiten dienst' - , is een poosje gast. Zebercet voelt zich behoorlijk ongemakkelijk, omdat de man 's middags en 's avonds ook in de zitkamer zit.

'Het stond het comfort dat de eenzaamheid hem bood in de weg, dat hij, bijvoorbeeld, zoals hij vroeger deed, kon opstaan om wat door de zitkamer te lopen, dat hij, als dat af en toe eens nodig was, in zijn neus kon peuteren, dat hij een beetje naar één kant kon hellen om een luide scheet te laten, of dat hij, wanneer zijn billen begonnen te zweten van het zitten, overeind kon komen om met twee handen zijn broek bij zijn dijen vast te pakken en ermee te wapperen zodat zijn achterste wat frisse lucht kreeg'.

De kat

Het zwarte dier lijkt zijn baas en de dingen die er in het hotel gebeuren in de gaten te houden. Wanneer Zebercet als voyeuristische luistervink naar het minnespel in kamer 6 staat te luisteren, ziet hij een paar glanzende ogen: de kat van het hotel. Zou dat hem ook ongemakkelijk maken?

Schrijfstijl

Door de zeer gedetailleerde beschrijvingen zou je, als Turkije-kenner, het provincieplaatsje misschien wel kunnen lokaliseren. De verschijning van Zebercet krijg je gemakkelijk op je netvlies, omdat hij zo uitgebreid wordt beschreven.
Gaandeweg het verhaal zie je steeds wisselende stijlen van schrijven. Een prominente rol is weggelegd voor de stream of conciousness, oftewel monologue interieur, van de protagonist.
De vele herhalingen geven heel mooi weer hoe de dingen die hem bezighouden door zijn hoofd blijven malen. Met het obsessiever worden van Zebercet, verandert de schrijfstijl mee. Het loopt als het ware synchroon.

Conclusie

Deze klassieker zit fenomenaal in elkaar. Zoals hierboven al staat; het is fascinerend om, al lezende, te ervaren hoe de schrijfstijl parallel laveert met de gemoedstoestand van de hoofdpersoon. De ontwikkeling van zijn psychoses en de dingen die hij daarbij doet, krijgen een steeds grotere impact op het geheel. Er wordt psychologisch heel langzaam toegewerkt naar een trieste en gruwelijke apotheose.
Het is ook niet 'zomaar' een verhaal. De auteur heeft historische feiten en data op ingenieuze wijze verweven in de gebeurtenissen en data van het boek. Maar.....eerlijk is eerlijk, dat is niet mijn eigen constatering, maar het wordt duidelijk beschreven in het nawoord. Dit nawoord van de vertaler legt de laatste puzzelstukjes op zijn plaats en is dan ook onmisbaar voor de lezer die iets meer wil uitdiepen.
Dit klassieke werk is nu pas in het Nederlands vertaald en uitgegeven, en is ook opgenomen in de Schwob-lijst.

Auteur

Yusuf Atilgan (1921 - 1989) heeft zelf een groot deel van zijn leven gewoond in het zuidwesten van Turkije, de omgeving waar hij Hotel Moederland een plaats heeft gegeven. Hij heeft, als pionier van de moderne Turkse literatuur, veel indruk gemaakt op literatuurminnend Turkije, terwijl hij maar twee romans heeft geschreven. Toch werd het boek door de Turkse autoriteiten van de lijst 'Honderd basiswerken' verwijderd vanwege een paar pittige passages.
Eerder verscheen van zijn hand De lanterfanter in een Nederlandse vertaling.

Hotel Moederland
Auteur: Yusuf Atilgan
Verlating en nawoord: Hanneke van der Heijden
Genre: Literaire roman
Pagina's: 202
ISBN: 9879491921339
Uitgeverij Jurgen Maas
Verschenen: april 2017

donderdag 28 december 2017

Renate Dorrestein - Een hart van steen

Recensie van Roosje
Singel Uitgeverijen


'Isa was een spuugbaby'


Vooraf

‘We waren al met z’n vieren toen Ida werd geboren, in een ongewoon koude zomernacht. Dankzij de bijna volle maan was het om twee uur nog zo licht dat we de sproeten op elkaars neus konden tellen. We  waren vastbesloten wakker te blijven totdat we de eerste kreet van de nieuwe baby hadden gehoord. We hadden chips en cola meegenomen naar onze slaapkamer op zolder en onze warmste flanellen pyjama’s aangetrokken’.

Twee zusjes en twee broertjes hebben een innige band met elkaar. De hoofdpersoon Ellen, met een zusje en een broertje boven zich en een broertje onder zich - dus keurig om en om -, ervaart de baby als een indringer en spreekt in gedachten een soort banvloek uit. De baby blijkt een huilbaby met gezondheidsproblemen.

‘Ida was een spuugbaby. Het begon een dag of tien na haar geboorte: wat je erin stopte, kwam er vrijwel meteen weer uit. En niet gewoon een beetje kwijlen en burpend wat kots opgeven, zo was Ida niet. Zij lanceerde haar braaksel, de oogjes glazig en de vuistjes verkrampt; ze spoog het in één keiharde straal voor zich uit, alsof ze het in een baan om de aarde wilde brengen.’ 

De moeder wordt totaal door haar opgeslokt, erger nog, de moeder raakt totaal in de ban van de kleine huilebalk en nóg erger, de moeder raakt totaal verstrikt in de meest angstige wanen. Ellen voelt zich verantwoordelijk en schuldig omdat zij de baby zoveel slechts heeft toegewenst.

Het verhaal,  heel in het kort

Een volwassen en zwangere Ellen, wier relatie met Thijs beëindigd is, koopt het ouderlijk huis terug. Haar motieven zijn niet direct duidelijk. Dat het niet helemaal naar wens is met haar, merken we bijna meteen. Er is sprake van duistere gebeurtenissen, die je ongemakkelijk maken, maar die je niet kunt benoemen. Je griezelt vanaf de eerste zin.
Ellens leven lijkt een warboel van vrolijke en spookachtige jeugdherinneringen, die in de loop van het boek ernstige vormen gaan aannemen. Je voelt aan je water dat er noodlottige zaken staan te gebeuren. Feitelijk is er sprake van twee duistere geheimen. De eerste noodlottige gebeurtenis dient Dorrestein je op een presenteerblaadje aan, dat wil zeggen, dat blad met kopjes en bordjes krijgt langzaam vorm als een ouderwetse, analoge foto in een ouderwets ontwikkelbad. Maar die is bijna nog adembenemender; lees het motto:

‘noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.’

Tussen haakjes: ik moest hierbij bijna meteen denken aan de cristal meth producerende scheikundeleraar uit Breaking Bad, maar dat komt geheel op mijn conto, ik moet wat minder Netflix kijken ;-), maar de intensiteit van het motto blijft dezelfde: diep, heftig, eenzaam, uit de krochten van de aarde welt de stem op.

Het is moeilijk om veel van het verhaal prijs te geven, vanwege de hoge spoiler-dichtheid.

Vorm

De structuur van het vertelde is best ingewikkeld. Ik had hem niet direct door. Ik vond allerlei rare anachronismen, dacht ik, van chips en cola in 1957, en indiakatoenen jurken en bellbottombroeken in 1958, maar op een gegeven moment had ik het door. Ellen bladert zo nu en dan in het ‘nu’ - zwanger zijnde in haar ouderlijke huis dat zij teruggekocht heeft -, door het fotoalbum van hun gezin van vroeger. Dat is een prachtige vondst, want zo creëert Dorrestein een structuur om allerlei gedachten, uit allerlei tijden en uit de meest verre diepten van het geheugen, haast at random naar voren te brengen. In het begin is het chaos en snap je nog niet wat er gebeurd is. Maar gaandeweg komt er meer licht op de verschillende verhaallijnen. En at random is het natuurlijk helemaal niet; het is allemaal zorgvuldig gecomponeerd.

Volgens mij zijn er drie verhaallijnen:
1. die van Ellens vroege jeugd; 
2. die van Ellen in het kindertehuis;
3. die van Ellen in het nu: zwanger, in het ouderlijk huis, ziek, genezend (in meerdere opzichten).

Stijl

Dit boek heeft veel minder de typische Dorresteinsiaanse stijl, die van een behoorlijk vette ironie of ironiserende wijze van schrijven. Mij bevalt dat zeer. Die tamelijk vette stijl gaat soms een beetje tegenstaan. Haar taalgebruik is redelijk op het populaire af. Soms vind ik dat helemaal prima, soms ergert het me een beetje. Het lijkt soms een trucje te worden.
Zie bijvoorbeeld boven het citaat over baby Ida.
Maar Dorrestein is in alle opzichten ongelooflijk taalvaardig. Kijk maar eens naar de titel: 'Een hart van steen': die blijkt zowel op het letterlijk als het figuurlijk niveau te slaan. Dorrestein is wel een beetje bang dat de lezer het niet goed begrijpt.

Thema

Dit boek heeft een uitgesproken Dorrestein-thema: de spookgestalten van het gezin, maar ook heel letterlijk de spoken, de griezeligheden, de duistere dingen, de narigheid die kinderen kunnen overkomen en te vaak overkomen binnen een gezinssituatie die veilig en warm zou moeten zijn.

‘Onder papa’s paraplu, had hij gezegd, kan je nooit iets overkomen, Ellen. Nooit. Misschien, misschien is het dankzij de kracht van mijn bezwering en de magie van zijn bescherming dat ik de tragedie van toen heb overleefd. De belofte van veiligheid, door een ouder gedaan aan een angstig kind, is immers de belangrijkste belofte uit een heel mensenleven.’ (ibidem: 230)

De haren rijzen je te bergen. Ik vroeg me in ieder geval af hoe Ellen in staat zou zijn een baby op te voeden.
Daarin schuilt de hoop in dit duistere boek, een griezelverhaal: het nieuwe leven, en Ellen gelouterd gaat alles goedmaken. Tenminste zo heb ik het gelezen. Ik denk dat het einde open genoeg is voor een minder hoopvolle interpretatie.

‘Mijn buik raakt het fornuis en meteen porren elleboogjes me in protest, knietjes wrikken, voetjes schoppen. Het is daar een leven van jewelste. Die heeft er zin in. Ze kan haast niet meer wachten.’ 

Waardering

In de loop der jaren heb ik veel van Dorrestein gelezen, niet alles, ik heb dan ook een behoorlijk boekenplankje vol met haar boeken, niet alles.
Deze roman is beslist een van haar beste.

In totaal heb ik drie romans van haar gelezen, dit jaar:
'Reddende engel', dat ik een beetje vond tegenvallen; qua sfeer en qua zinnen echt geweldig, maar het verhaal kwam niet helemaal van de grond en de karakters waren ook niet helemaal je van hét. Ironiserend.
'Ontaarde moeders': echt geweldig: heftig, lekker feministisch, grappig; ook niet bijster opwekkende gezinssituaties. Behoorlijk ironisch. Een favorietje van mij.
'Een hart van steen'; dit vind ik qua problematiek de heftigste. Qua verhaalopbouw heel ingenieus; spannend; enerverend. En een stuk griezeliger dan 'Reddende engel'.

Auteur

Renate Maria Dorrestein (Amsterdam, 25 januari 1954) is een Nederlandse schrijfster, journaliste en feminist.
Zij groeide op in een rooms-katholiek advocatengezin in Amstelveen. Na de nonnenschool en het gymnasium aan het Keizer Karel College ging ze als leerling-journalist werken bij Libelle en
Panorama. Door de vele reizen die ze kon maken voor het blad en de ervaringen die ze opdeed, werd haar persoonlijkheid en daardoor ook haar schrijfstijl gevormd. Na een aantal jaren ging ze in 1977 freelance schrijven. Midden jaren zeventig was Dorrestein al samen met een vriendin het productiebureau Proburo gestart, dat bijlagen verzorgde voor tijdschriften. In de periode 1977 - 1982 publiceerde ze in Het Parool, Viva, Onkruid en Opzij. Van laatstgenoemd tijdschrift was ze van 1982 tot 1987 redacteur, waarna ze zich verder in feministische richting ontwikkelde. Ze was in 1986 betrokken bij de oprichting van de Anna Bijns Stichting, die elke twee jaar de Anna Bijns Prijs uitlooft voor ‘de vrouwelijke stem in de letteren’. Ze werd ambassadeur van het feministische online-tijdschrift LOVER.

Als romancier debuteerde Dorrestein in 1983 met 'Buitenstaanders'. Naast vele romans schreef Renate Dorrestein twee autobiografische boeken, in 1988, Het perpetuum mobile van de liefde over haar zelfmoordzusje en in 1993, 'Heden ik' over de ziekte ME die zich in 1991 bij haar aandiende. De zelfmoord van haar zusje in 1979 is op haar persoonlijkheid en haar schrijverschap een grote invloed geweest, evenals de ziekte ME, die ruim tien jaar haar leven beheerste. Ze richtte in 1993 het ME-Fonds op ter bevordering van onderzoek naar ME/CVS. Het fonds moest door geldgebrek worden opgeheven in 2004.

In 1993 ontving Dorrestein de Annie Romeinprijs voor haar hele werk. Verder kreeg ze voor 'Een sterke man' een nominatie voor de Libris Literatuur Prijs, en een nominatie voor de Publieksprijs voor 'Een hart van steen'. In 2002 werd 'Zonder genade' genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Ook kreeg ze twee internationale nominaties. In 1997 schreef ze op uitnodiging van de CPNB het Boekenweekgeschenk onder de titel 'Want dit is mijn lichaam'.

Veel van haar boeken zijn vertaald. In veertien landen (o.a. de VS en Japan) zijn romans van Dorrestein verschenen.

Met haar werk 'Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor' (2006) had Dorrestein een primeur: op haar initiatief was achterin reclame opgenomen van een product voor vrouwen in de overgang.

Renate Dorrestein schreef het Boekenweekessay 2008 'Laat me niet alleen'.

In september 2017 maakte Dorrestein bekend dat zij aan een ongeneeslijke vorm van slokdarmkanker lijdt.

Titel: Een hart van steen
Auteur: Renate Dorrestein
Categorie: Literaire roman
Pagina's: 220
ISBN: 9789490647360
Uitgeverij: Singel Uitgeverijen
Verschijningsdatum: juni 2014


Ik las de Pandora-uitgave uit 2000

woensdag 27 december 2017

Gerard Koolschijn - Plato's oplossing voor de planeet

Met dank aan uitgeverij van Oorschot


'Het wankel evenwicht tussen macht en moraal' 


'Na het aantreden van een nieuwe president van de Verenigde Staten is de Doomsday Clock door het Bulletin of the Atomic Scientists dertig seconden vooruitgezet. Volgens het Bulletin staat de klok nu op twee en een halve minuut voor middernacht. Al enkele miljoenen jaren lopen over de aardbol mensachtigen rond. Homo sapiens, onze eigen soort, is er zo’n driehonderdduizend jaar. Onlangs, zo’n vijfduizend jaar geleden, heeft deze mensensoort voor het eerst zijn gedachten op schrift gesteld. Sindsdien is veel onheil voorspeld.' 

Dit zijn beslist geen bemoedigende gedachten, er gaat een enorme dreiging vanuit, welke adviezen zou Plato voor ons in petto hebben? 
Plato (427-347) was een leerling van Sokrates (469-399) en heeft de ideeën van zijn leermeester op schrift gesteld in de vorm van dialogen. Sokrates zelf heeft niets opgeschreven, hij was de wandelende filosoof die graag één op één discussieerde met z'n tegenstander.  

In die dagen waren er voor- en tegenstanders van de democratie.  Democratie komt van demos (volk) en kratos (heerschappij) en klinkt ons als de meest ideale regeringsvorm in de oren. In de tijd van Sokrates en Plato waren de meningen, over hoe een volk bestuurd moest worden, verdeeld. Democraten en aristocraten stonden lijnrecht tegenover elkaar. Plato legt in zijn teksten uit of een democratie onder elke omstandigheid wel de beste vorm is. Gerard Koolschijn heeft in vijf hoofdstukken een aantal politieke denkbeelden van Plato bijeengebracht. 

Plato's idee is dat de menselijke psyche een hopeloos geval is, het merendeel van de mensheid loopt reddeloos achter zijn korte termijn impulsen aan. Ook vond hij dat de menselijke intelligentie, voor zover aanwezig, doorgaans verkeerd gebruikt wordt, namelijk om rijkdom en daarmee genot op korte termijn te bereiken.

Staatsburgerschap

De eerste is 'De democratische ideologie'. De opzet heeft in de originele versie een dialoogvorm. Gerard Koolschijn heeft die structuur in deze stukken niet gebruikt, maar de levendige discussie tussen Protagoras, een sofist die zich moet verdedigen tegen Sokrates, is moeiteloos voor te stellen. 

De jonge Hippokrates zou best les willen krijgen van de beroemde professor, wat zou hij kunnen leren van Protagoras.

‘Dat zal ik u zeggen, Sokrates. Wanneer hij zich tot mij wendt zal hij precies het onderwijs ontvangen waarvoor hij komt. Dat wil zeggen dat hij zal leren zijn verstand te gebruiken zowel over zijn eigen zaken, hoe hij zijn vermogen het best kan beheren, als over staatszaken, hoe hij zijn talent moet gebruiken om in het openbare leven een actieve rol te kunnen spelen.'

Vervolgens ontstaat er een tweegesprek over de mogelijkheid of je iemand wel kunt opleiden tot een goed staatsburger. Sokrates meent dat je dat niet kunt leren of overdragen, dit in tegenstelling tot technische vaardigheden. Er volgt een lange uiteenzetting van Protagoras, en Sokrates lijkt onder indruk, maar heeft nog een klein vraagje: 'Is morele kwaliteit hetzelfde als rechtvaardigheid, zelfbeheersing en zuiverheid?' Dan volgt een zogenaamd typische Socratische discussie die Socrates wint door in te gaan op de zuivere betekenissen van die woorden. 
   
Wat zouden we kunnen leren van deze ideologie? Wie moeten er in de regering zitten, wie is er zuiver genoeg om zijn land goed te dienen? En dan niet door de bevolking zijn zin te geven in het vervullen van allerlei korte termijnwensen, maar kijken naar het algemeen belang? Verderop in de dialoog wordt er gezocht naar goede politici in het oude Athene. Er is er niet één bij die de bevolking beter heeft achtergelaten. Concluderend: welke staatsvorm zou wel goed zijn voor de bevolking?

Plato
Moraal

In het tweede stuk 'De rechtse aanval op de moraal' stelt Plato dat in alle gevallen, ook in een democratie het recht van de sterkste geldt en het doel is genot. Sokrates verwijt hier zijn opponent zijn waarheid, zijn enig bezit, af te nemen door een aantal valse getuigen tegen hem op te roepen. De stelling van Sokrates is: 'Een mens kan niet gelukkig zijn wanneer hij onrecht pleegt en immoreel is'. Er volgt een discussie waarbij de tegenstander langzaam in het nauw gedreven wordt en Plato voert zijn broers als advocaat van de duivel op. 

De aard van de moraal is het zich houden aan onderlinge afspraken, dit kunnen overeenkomsten zijn, al dan niet vastgelegd in wetten. Het zich houden aan zo'n afspraak kan ook tegen iemands zin zijn, dus iemand doet alsof hij recht wil doen vanwege de sancties die zouden volgen op het niet naleven van de afspraken. Dat is toch iets anders dan het goede doen vanuit jezelf.  Je doet het voor een goede reputatie zoals ook Homerus al beweerde.

'Voor een onberispelijke koning, die de goden vreest en het recht handhaaft, draagt de zwarte aarde tarwe en gerst en zijn de bomen zwaar van vruchten.'  

Het kan nog mooier: 

[...]'nog geweldiger zijn de beloningen van de goden die Mousaios en zijn zoon aan rechtvaardige mensen geven. Die nemen hen in hun verhalen mee naar de Hades en laten hen met de vromen in feestelijke kledij aan luisterrijke diners aanzitten om verder voor altijd dronken te blijven, alsof de mooiste beloning voor goed gedrag een eeuwige dronkenschap is. Zondaars en misdadigers daarentegen begraven ze in een soort modder en dwingen ze water te dragen in een zeef'.

In dat geval is er sprake van schijnheiligheid en je kunt rustig stellen dat er niet zoveel mensen zijn die zich aan wetten en regels houden puur omdat ze goed willen doen. 

Psyche 

Het derde stuk 'De argumenten van de moraal'  handelt over de rol van de psyche. Bestaat de psyche uit verschillende delen en zo ja, hoe zouden die elkaar kunnen beïnvloeden? Om te beginnen is er het rationele, het denkende, deel en het irrationele, het begerende, deel. Dan schijnt er ook nog een derde deel te zijn, de woede. Homerus had het er al over in één van zijn verzen:

'Slaand op zijn borst berispte hij toen zijn hart met de woorden.'

Het gaat er natuurlijk om hoe deze drie delen tot elkaar verhouden.  

Meister von Heiligenkreuz

Plato pleit voor het samengaan van wetenschappelijke macht en politieke macht. Iedereen die leiding nodig heeft moet aan kunnen kloppen bij iemand die leiding kan geven, net zoals je naar een dokter gaat wanneer je medische zorg nodig hebt. Er zal maar een kleine groep wetenschappers overblijven die tijdens het hele traject naar de top doelgericht bezig blijft en zich niet laat afleiden door de omgeving. Om hem heen zullen er mensen zijn die hem ervan willen houden om wetenschapper te worden. 

Een kandidaat die in alles uitblinkt zal door zijn familie aanbeden worden en zijn toekomstige macht alvast reserveren voor zichzelf, hij zal daardoor visioenen krijgen van een het beheersen van een groot rijk met alle decadentie die daarbij hoort. Wanneer hij dan aangesproken wordt op gebrek aan inzicht gaat hij twijfelen. Misschien overweegt hij zich aan de wetenschap te wijden, maar dan krijgt dan bonje met zijn familie, want die zien hun kans op de toekomstige goudmijn verdwijnen.

Wanneer je een parallel trekt van bestuurders die er nu zitten, met die van de ideale situatie die Plato beschrijft, zijn er nogal wat verschillen. Alleen hoe politiek en bedrijfsleven met elkaar verweven lijken is al een situatie die Plato onwenselijk acht. Denk maar aan de lobby industrie in Brussel. Verder mag eenieder voorbeelden bedenken van hoe de situatie nu is, waarom onze mooie planeet het zo zwaar te verduren heeft en wat we er zelf aan kunnen doen.   
 
Sokrates

De verdediging  

De laatste twee hoofdstukken gaan over de verschillende staatsvormen en de verdediging van Sokrates. Heel interessant om te zien hoe een ideale bestuursvorm kan afglijden. Het is toch echt de mens zelf die dit veroorzaakt. De Verdediging bevat delen van Sokrates' pleidooi voor zijn rechters en is ook een verdediging van zijn politieke houding. 

Conclusie 

Na het lezen van deze stukken kun je er niet omheen dat het niet goed gaat met onze planeet. Voor de oorzaken kunnen we bij Plato terecht, voor de oplossingen ook. Nu de uitvoering nog. Het boek is op zich toegankelijk geschreven, met de aantekening dat wie voorkennis heeft van de leer van Plato en Sokrates in het voordeel is. Maar ik wil eraan toevoegen dat met enige inspanning en motivatie het een verrijking is om te zien hoe 2500 jaar geleden al nagedacht werd over zaken waar wij in ons dagelijks leven nog veel van kunnen leren. 
  
Gerard Koolschijn (1945) is een Nederlands vertaler en schrijver. Hij legde zich toe op de vertaling van klassieke literatuur, met name van Griekse tragedies en de filosoof Plato. Hij schreef Het democratische beest over Plato en de roman Geen sterveling weet. 

Auteur: Gerard Koolschijn 
Uitgever: Uitgeverij van Oorschot 
ISBN: 9789028280212 
Pag.: 205 
Genre: Filosofie 
Verschenen: 12-12-2017