vrijdag 20 oktober 2017

Thomas Mann-De Buddenbrooks



*Gastrecensie door Roosje*
Uitgeverij Zwarte Beertjes, Bruna
Waardering: 5/5 sterren


'Een zeer persoonlijk leesverslag van een grandioos schrijver'

Eigenlijk was ik van plan vanmorgen een stukje te gaan hardlopen maar in plaats daarvan zit ik met mijn leesbril op voor de computer. Al een week loop ik te dubben en laat ik het sudderen: een stukje schrijven over 'De Buddenbrooks' van Thomas Mann. Dat had ik beloofd aan de dames van metdeneusindeboeken.blogspot.com . Het begrip dat me spontaan door het hoofd gaat bij dit werk en eigenlijk bij Thomas Mann als schrijver: ‘Gesammtkunstwerk’. Ik weet niet zo goed waarom; waarschijnlijk heeft dat te maken met de complexiteit van Manns werk en wijze van schrijven. Dat maakt het moeilijk een coherent stukje te schrijven, ook al omdat mijn enthousiasme weinig grenzen kent. O, ja, overal zijn spoilers aanwezig, terwijl ik geen samenvatting geef van het verhaal. Nu is deze roman gelukkig geen thriller. Maar je hebt, denk ik, meer profijt van dit stuk als je het boek zelf gelezen hebt 


Overrompelend

Het lezen van een roman of een novelle van Thomas Mann is een overrompelende ervaring. Niet alleen schrijft hij zinnen die staan als een huis - excuus voor de geërodeerde metafoor -, zinnen bovendien die uitgebreid zijn en soms zeer lang maar tegelijk uiterst gecomprimeerd. Dat betekent dat je elk woord tot je moet nemen als lezer. Je kunt niets missen want je bent gelijk kwijt waar je het over gaat. Op alle niveaus past zijn werk als de stukjes van een puzzel  - ook al niet zo’n fraaie metafoor -: qua structuur (o.a. overeenkomsten en tegenstellingen, maar ook verdubbelingen en verschillende lagen), qua motieven, qua personages, humor, beschrijvingen, verwijzingen naar de samenleving en geschiedenis. Het is bijna ongelooflijk. En hoe meer ik me in Thomas Mann en zijn werk verdiep des te groter wordt mijn bewondering. Ik ben zeker niet de enige die Thomas Mann beschouwt als één van de grootste schrijvers van de twintigste eeuw. Mijn lof kan niet groot genoeg zijn. 

 

Jeugdsentiment


Hoe grappig is het dat dit fantastische werk uitgegeven is in de Zwarte-Beertjes-serie van Bruna: onooglijke pocketboekjes met dikbedrukte bladzijden, vrijwel zonder marge, het papier is al heel erg geel geworden. Ik moest het bandje behoorlijk openwrikken om te kunnen lezen. Op de een of andere manier bracht me dat terug naar mijn jeugd, waarin ik vrijwel alleen maar van dit soort goedkope pocketjes las. En daar heb ik heel goede herinneringen aan 
.


De dierbare Zwarte Beertjes. Mijn exemplaar: 1969, Zwarte Beertjes, Bruna, vertaling Johan de Molenaar, 2 dln, 680 pp totaal
 
De Toverberg

Het eerste boek dat ik las van Thomas Mann was De Toverberg. De al te filosofische pagina’s, daar las ik een beetje diagonaal doorheen. Wat me trof in dat boek was de afgeslotenheid van die gemeenschap tb-lijders en dat er een wonderlijke wereld gaat ontstaan als mensen erg ziek zijn, langdurig ziek zijn en niet weten of ze zullen overleven. Dat het allemaal ook zwaar filosofisch was, dat zag ik ook wel. En dat het een soort van coming-of-age was, beter in dit geval is de term ‘Bildungsroman’. De Toverberg staat hoog op mijn lijst herlezen te worden.

De dood in Venetië


Daarna kwam de novelle ‘De dood in Venetië’ aan de beurt. De film daarvan behoorde jarenlang tot mijn favorieten en bij lezing kwamen mij alsmaar beelden daaruit voor de geest. Dat was erg verwarrend. Na eerste lezing van de novelle, dacht ik: ik vind d’r niks aan. Toen las ik in de grote Steinz dat het een geweldig werk is. Toen ben ik het opnieuw gaan lezen en ik vond het fantastisch. Als bijna geen ander - hoewel onze Jeroen Brouwers er ook wat van kan - is Mann een meester in het gebruik van motieven, ‘Leitmotive’. Alles in ‘De dood...’ wijst naar de dood, in allerlei gedaanten. De jongen op wie de auteur verliefd is, is tevens de gids naar de dood: de Mercurius, de ‘psychopompos’ (Grieks: gids die de stervelingen naar de dood, naar het dodenrijk leidt; hij is de metgezel in een rite de passage; van het leven naar de dood. NBl Dante-lezers: Mercurius als dodengezant komt ook voor ‘de Hel’).

Ademloos prachtig is deze novelle. Al zie je het niet, de aanwezigheid van Leitmotive, dan nog blijft het verhaal compleet overeind.

Overigens komt de term ‘Leitmotiv’ uit de operakunst. Mann heeft zich door Wagner laten inspireren in het - technische - gebruik daarvan. In de muziek is dit concept erg bekend.

Lotte in Weimar


Vorig jaar las ik ‘Lotte in Weimar’, een van Manns laatste romans. Wauw, dat was een leesonderneming van het niveau van de grote roman van FaulknersAbsalom, Absalom’. Ik ben er weken mee beziggeweest. Het gaat om de herontmoeting, jaren later, tussen Goethe en de vrouw die hem inspireerde tot het schrijven van ‘Het lijden van jonge Werther, de vrouw die hem afwees en die daardoor zijn muze werd. Dat inspireerde mij op zijn beurt weer tot het lezen van Goethes meest beroemde roman, want daar lag nog een persoonlijke lees-leemte. ‘Lotte in Weimar’ is uitermate intelligent geschreven, uitermate humoristisch, ironisch - heel geniepig vilein tegen de Nazi’s, want het gaat oa om het andereDuitsland’, het mooie en goede Duitsland, het Duitsland van Goethe -. Uitgebreide zinnen, die ook weer heel gecomprimeerd zijn. Vol toespelingen en allusies waar ik nog niet de helft van snapte. Maar van een ongelooflijke schoonheid

De Buddenbrooks - inleiding


De Buddenbrooks’ las ik alweer jaren geleden in sneltreinvaart. Tevoren wel wat beducht omdat ik vermoedde dat het ‘wel moeilijk’ zou zijn, had ik die ervaring niet. Luchtig, grappig, goed te snappen.

Het klassieker-genootschap las afgelopen maand ‘De Buddenbrooks’.

Deze keer las ik de familieroman een stuk minder argeloos, met potlood en papier ernaast om er niets van te missen.
De titel van dit tweedelig werk zegt al genoeg: het gaat inderdaad over de familie Buddenbrook, handelaars in graan te Lübeck, en met name over de een-na-laatste generatie, met in het bijzonder over Thomas en zijn zus Tony. De twee vormen de spil van het verhaal. Het gaat over de opkomst maar vooral over de neergang van de familie Buddenbrook. De familie verdwijnt volledig van de kaart.

Opbouw en techniek


Op alle niveaus is het werk van Thomas Mann, welk boek je ook leest - al heb ik met zijn essays weinig ervaring - fantastisch. De familieroman is opgebouwd als een kroniek, en die kroniek bestaat in de roman ook werkelijk, het is het boek van de Buddenbrooks, data van geboorte, huwelijk, sterven en andere belangrijke levensfeiten, rites de passage: verdubbeling. Op een verhaaltechnische natuurlijke wijze - of misschien is ‘organisch’ een beter woord - wordt over de familie B. verteld aan de hand van grote familiegebeurtenissen: geboorte, doop, huwelijk, scheiding, verliefdheden, dood en nog zo wat. Ik zou dat ‘scenisch’ willen noemen: het zijn steeds scenes uit hun leven. De jaartallen en de personages worden je een beetje tussen de regels door voorgeschoteld: organisch, terwijl het natuurlijk zo bedacht is als maar zijn kan. Knap is dat. En dan te bedenken dat Mann pas 26 jaar was toen het boek uitkwam, dat hij dus nog veel jonger was toen hij het schreef, een vroeg oud geworden jongeman. Voor de oplettende lezer is het vanaf het allereerste begin al duidelijk dat het niet goed gaat aflopen met de familie B. Al in het begin van het verhaal raak je op de hoogte van die vervelende Gotthold, de halfbroer van Johann jr, die verongelijkt is en alsmaar om geld vraagt. Ook is er aan tafel een gesprek over de familie Ratenkamp, die eigenaar was van het huis aan de Mengstraat waar de familie B nu woont en die door het noodlot getroffen is. De toon is gezet. Het is de voorafschaduwing van hun eigen noodlot 

De hoofdpersonages


Johann Buddenbrook sr en zijn vrouw Antoinette Duchamps (Zwitsers-Frans; vandaar dat de B ook Frans spreken - en plat-Duits-.

Hun zoon Johann jr - hij sterft jong - en zijn vrouw Elisabeth Kröger - zij wordt oud -.

Hun kinderen:

--Thomas, die trouwt met Gerda Arnoldse, een Nederlandse violiste, zeer rijk; hun kind is Johann aka Hanno, die jong sterft. Ook Thomas sterft jong.

--Antoinette aka Tony, trouwt met Grünlich: dochter Erika; en voor de 2e maal met Permaneder, een boerse en lompe Zuid-Duitser. Erika trouwt met Hugo Weinschenk, hun dochter heet Elisabeth.

-- Christiaan, een reumatische hypochonder en schuinsmarcheerder; trouwt uiteindelijk met zijn liefje, dat hem meteen het huis uitzet en onderbrengt in een inrichting.

-- Clara, bleek en ziekelijk, trouwt met een dominee uit een van de Baltische staten, sterft jong, ik meen aan tb; kinderloos maar haar erfdeel gaat naar haar man.

Humor


Onvoorstelbaar veel humor. Verschillende recensenten schrijven dat over Thomas Mann: hij is zo grappig! Ja, dat is zo, hij is grappig en dat kun je je bijna niet voorstellen als je zijn portret ziet of zijn biografie leest. Een steile Duitser die grappig is. Geef eens een voorbeeld? Uh uh uh... Nou, de neergang van de familie B wordt eigenlijk op een luchtige wijze verteld. Meteen al in het begin merk je bij de beschrijving van het interieurs van huize B een ingehouden humor met betrekking tot de natuurlijke, vriendelijke wellevendheid van de familie B en hun stand. Mann beschrijft de verschillende tafelgenoten en het interieurs van het huis en detail en met een ‘tongue in cheek’. En overal is die ingehouden humor en lichte ironie merkbaar. Ook bijvoorbeeld in de omstandigheid dat Mann alsmaar de kariatiden naar voren brengt, de zuilen in de gedaante van een vrouw, die de voorgevel sieren van het huis van Thomas een Gerda, als was het een (muziek)tempel. Gerda’s enige doel in haar leven is immers viool spelen.

Natuurlijk zijn er tobberijen en sombere gevoelens van de sensitieve personages Thomas en Hanno.

Verschillende personages fungeren toch wel als ‘gimmick: de oude kostschooljuffrouw met haar ploffende kussen en haar geaffecteerde spraak. En ‘mamzel’ Ida Jungman, een goede ziel die alsmaar voorovergebogen sokken aan het stoppen is in de kinderkamer terwijl de leden van de familie zich opmaken voor de nacht. Zie onder Leitmotive voor meer humor en ironie.
Overigens vindt Margreet den Buurman* ook dat Manns humor vaak onderschat is en in ieder geval onderbelicht (2010, 18)

Groteske personages

Thomas Mann is een geweldige portretschilder. Op een gegeven moment ging het me opvallen bij de beschrijving van Grünlich, Tony’s eerste echtgenoot; zo grotesk en afschrikwekkend werd hij me voorgeschoteld dat ik dacht: dat huwelijk kan niet goed gaan. En dat klopte. Mann doet dat met betrekking tot de meeste personages, want eigenlijk is er geen personage dat onverdeelde sympathie oproept; ook de twee hoofdpersonages Thomas en Tony, als ik ze zo mag noemen, niet. Niemand is in deze roman helemaal goed en helemaal fout.

Toevallig - nou ja toevallig?, inmiddels weet iedere lezer dat ‘lees-synchroniciteit’ een gegevenheid is - hoorde ik een college van Maarten van Buuren over de roman Madame Bovary van Gustave Flaubert - ook door het klassieker-genootschap gelezen: een aanrader! - waarin hij sprak over het groteske van en in deze roman, dat dat een belangrijk thema / structuurelement is. Dat is in ‘De B’ ook zo. Al die mensen komen als leden van het griezelkabinet van Madame Tussaud voorbij.

Leitmotive en tegenstelling als structuurelement


Ook hier vinden we Leitmotive, maar wel minder toegepast dan in bijvoorbeeld ‘De dood...’. Ik noem er een paar.

De opgezette beer, die een blad vasthoudt waarop de kaartjes van bezoekers worden neergelegd; een cadeau van de ziekelijke Clara en haar echtgenoot-dominee ergens uit een Baltische staat. De beer staat ongetwijfeld voor het eenvoudige natuurlijke leven, en voor woestheid en misschien ook wel voor het kinderlijk-bevindelijke geloof. Die woestheid is er dan wel één die bedwongen en gecultiveerd is; de beer is immers dood en opgezet en houdt een dienblad in zijn poot.

De luxueuze ‘ochtendmantels’ van Tony, waarnaar zij steeds zo verlangt als zij zich bevindt in een ongehuwde staat. Tony is niet getrouwd uit liefde maar omdat het hoort bij haar positie als vrouw uit een van de hoogste klassen in Lübeck. De liefde, zo ervaren Tony en Thomas - ik zie nu pas hoezeer hun namen op elkaar lijken! -, bestaat niet voor hen. Beiden ervaren verliefdheid op iemand met wie zij wegens hun stand niet kunnen trouwen. Voor Thomas wordt dat duidellijk in het motief van het Aziatische meisje uit de bloemenwinkel op wie hij heftig verliefd is maar die hij niet kan huwen. Tegenover haar bloemenzaak koopt hij met zijn latere gezin een protserig huis. Zij verzorgt de krans bij zijn uitvaart. Zij is dan zwanger. Om maar eens over tegenstellingen als structuurelement te spreken!

De kariatiden die te pas en vooral te onpas tevoorschijn komen, zijn ook een motief; de zuilengalerij voor het overdadige huis van Thomas en Gerda. Die overdreven kunstzinnigheid.

Een autobiografische sleutelroman


De grote roman is ook een sleutelroman, dat wil zeggen dat de romanpersonages staan voor werkelijke personen. Het is tevens heel autobiografisch. Er is iets raars met het autobiografische in romans en in fictie in het algemeen. Ik hoor in een interview met een auteur heel vaak en heel snel de vraag; ‘In hoeverre is jouw boek autobiografisch.’ WTF, denk ik: waarom wil je dat weten? Maakt dat het boek beter en interessanter? Welk een voyeur steekt er in de lezer? Margreet den Buurman zegt - ik parafraseer-: Natuurlijk is De Buddenbrooks op Manns eigen leven en op zijn familie gebaseerd, maar dat is van geen belang; het interesseert me niet of hij goed was voor zijn vrouw of hoe omging met zijn broer; het gaat erom wat een auteur doet met die gegevens, hoe hij erover schrijft. Zelf, zegt zij ook, ironiseerde Mann op zijn beurt ook de rechtstreekse ironische interpretatie bijvoorbeeld in ‘Lotte in Weimar’ (verdubbeling). In die opvatting kan ik me helemaal in vinden.

 

Tendensroman


De Buddenbrooks is een soort tendens-roman**. Het gaat niet alleen om de personages en de familie; het gaat ook om waar die familie voor staat. De leden van die familie, de Buddenbrooks, symboliseren het oude Wilhelmische Duitsland in een standenmaatschappij, met hogere en lagere adel, veel landbouw, veel verschillende Duitse ‘landen’, ook al werd Duitsland als natie officieel geboren in 1871. Het is in alle opzichten de overgang van de 19e naar de 20e eeuw. Thomas Mann zag zichzelf als representant van het cultuurrijke en beschaafde Duitsland, dat van Goethe, Schiller, Schopenhauer, Wagner van voor Hitler. Feitelijk was hij apolitiek en stond hij boven de partijen. Dat gegeven zorgde onder andere voor de ruzies met zijn oudere broer Heinrich, ook schrijver. De oudere broer was sociaal-democraat en een bon-vivant.

Den Buurman meent dat Thomas Mann een schrijver was met een enorme eruditie en een groot verantwoordelijkheidsgevoel; de cultuurdrager van een Duitsland dat de barbarij over zich heen liet komen (rdv: twee wereldoorlogen, nazi’s etc.)

Schrijver/kunstenaar vs zakenman/politicus


Thomas Buddenbrook symboliseert een mens die zich vermalen voelt door de molenstenen ‘schrijver/kunstenaar’ en ‘zakenman/politicus’. - Eigenlijk is Thomas B ook al een schrijver; hij schrijft nl veel en graag in de familiekroniek -. Tot de laatste, ‘zakenman/politicus’,  is hij gedwongen, ook al omdat zijn broer Christiaan er zakelijk gezien een potje van maakt. Een tijdje gaat hem dat ook goed af. Zijn vrouw staat voor de kunstenaar - ook in hem, hij heeft haar niet voor niets getrouwd- ; zij is violiste en wenst in het leven niets anders dan muziek te maken; zij trekt zich steeds meer terug uit het openbare leven. Hun zoon Hanno heeft de ambivalentie van zijn vader geërfd. Steeds meer moeite krijgt Thomas met die zaken en de stedelijke politiek, waarin hij ook een functie bekleedt en ook dat hoort bij zijn stand.

De innerlijke strijd van Thomas en die van zijn zoon Hanno - de scènes op zijn school - horen tot de beste stukken in deze roman. Niet alleen is Mann in staat een uiterlijke wereld en detail te beschrijven - op een wijze dat je niet denkt: nou dat stuk sla ik even over - , maar ook beschrijft hij de innerlijke wereld van zijn gekwelde personages als geen ander.

O, ja, natuurlijk is Thomas B ook Thomas Mann, die hetzelfde dilemma ervoer.

Noodlot of eigen falen?


Die vraag stelde ik me tijdens het lezen steeds. De noodlotsgedachte hoort wat meer bij de naturalistische roman. De kwestie van het eigen falen van de ‘held’, het hoofdpersonage, hoort thuis in de hoek van antieke Griekse tragedie. Ik voel wat meer op mijn gemak bij de tragedie dan bij de naturalistische roman. Ik denk dat in De Buddenbrooks beide invalshoeken meespelen.

Er zijn uiterlijke omstandigheden die ervoor zorgen dat de familie de wind niet in de zeilen houdt. De samenleving verandert, de politiek, - op plaatselijk niveau laat Mann dat zien, oa in de invloed van de revoluties van 1848 in Europa, die ook Lübeck aandoen, maar dan wel heel erg lokaal -, de graanhandel verandert.

Familiekwesties spelen een grote rol bij het verminderen van het familiekapitaal: de twee scheidingen van Tony, Christiaan wil alsmaar meer van zijn erfdeel, Clara sterft jong en haar erfdeel gaat naar haar man.

Maar ook op persoonlijk niveau gaat er van alles mis. Thomas boert aanvankelijk best goed, maar hij overspeelt zijn hand in ieder geval door een veel te duur en zelfs protserig huis te kopen, en om op advies van zus Tony een boerderij te kopen, waar de graanoogst mislukt.

Later in zijn leven brengt hij het überhaupt niet meer op. De verscheurdheid tussen zijn hypergevoelige aard en het koopmansverstand helpt daar niet bij. De impasse die leidt tot ‘Innerlichkeit’, de ‘innere Emigration’, brengt mens en samenleving niets goed (aldus Jeroen Vanheste***).
Alle onheil jegens en binnen de familie B krijgt fysiek en symbolisch gestalte in de familie Hagenström, die vanaf het begin hun concurrent is en zelfs hun vijand. Alle leden van de familie Hagenström zijn sterk, gymnastisch, gespierd en gezond. Hun zakelijke, politieke en juridisch/rechterlijke macht groeit en floreert. Het ouderlijk huis wordt aan hen verkocht, voor een schijntje. Zij zijn niet alleen de nagel aan Thomas’ doodkist; zij zijn de doodskist zelf. De B hebben allen, dat wil zeggen vanaf de generatie van Thomas en Tony, lichamelijke gebreken en kwalen, hoewel ook hun vader, Johann jr, op jonge leeftijd overleed.

Waardering


Ik heb al aan het begin mijn waardering gegeven en ik heb nu mijn kruit verschoten. Thomas Mann is een schrijver die niet genoeg geprezen kan worden. Het lezen van zijn werk gaat niet zonder inspanning maar de overwinning is zoet en hij laat je nog weken overpeinzen over alles wat je gelezen hebt.

Ook het schrijven van dit stuk was geen sinecure. Terwijl ik aan het schrijven was zag ik steeds meer verbanden.

Wellicht is ook het lezen van dit stuk een uitdaging...

Er rest mij nog één aanbeveling: ga het werk van Thomas Mann lezen! Ik blijf het ook doen.

Aantekeningen


* Margreet den Buurman, Thomas Mann. Schrijverschap tegen de vergankelijkheid, Aspect, 2010
** De tendensroman is een maatschappelijk geëngageerde variant van de psychologische roman en draait om het uitbeelden van het geestesleven van de hoofdpersoon, maar tegelijkertijd wordt er een overtuiging gepropageerd of bekritiseerd of een maatschappelijke misstand aan de kaak gesteld. Het bekendste Nederlandse voorbeeld is de Max Havelaar van Multatuli. (Wikipedia) *** Jeroen Vanheste, ‘Het europa van Thomas Mann. Een humanisme van de homo Dei’, in: De wijsheid van de roman. Literaire antwoorden op filosofische vragen, uitgeverij DAMON, Budel, 2012 (uitgewerkte colleges RUN), pp. 107-134. Ik las ook nog:
Marcel Reich-Ranicki, Thomas Mann en de zijnen, De Arbeiderspers, 2016; oorspr. 1987.






Paul Thomas Mann (Lübeck, 6 juni 1875 - Zürich, 12 augustus 1955) wordt beschouwd als een van de grootste Duitse schrijvers uit de twintigste eeuw. Tot zijn bekendste werken behoren de romans Buddenbrooks en De Toverberg, alsook de novelle De dood in Venetië. Zijn werk werd sterk beïnvloed door dat van Goethe, Nietzsche en Schopenhauer. In 1929 kreeg hij de Nobelprijs voor de Literatuur (voor De Buddenbrooks, rdv). Hij week in 1936 voor het Duitse naziregime uit naar Zwitserland, woonde van 1939 tot 1952 in de Verenigde Staten waar hij uitgroeide tot een belangrijke exponent van de strijd tegen het fascisme, en daarna tot zijn dood weer in Zwitserland. (Wikipedia)




Auteur: Thomas Mann
Titel:  De Buddenbrooks
Vertaald door: Johan de Molenaar
Voor het eerst gepubliceerd: 1901, 2 delen
ISBN: 902295157x
Verschenen: 1980 (zesde druk)
Uitgever A.W. Bruna&Zoon
Omslag: Dick Bruna
Genre: vertaalde fictie



3 opmerkingen:

  1. Prachtige recensie.
    Man, man, man. Helemaal warm geworden voor de werken van Thomas Mann, man, man, man.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Bedankt namens Roosje Guido, haar reactie op jouw compliment vind je bij Echte boeken! Welkom bij de Mann liefhebbers!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Het is wel weer een 'mastodont, Guido, maar zeer zeker de moeite waard! Prachtig!
    En wat heeft Roosje er weer een mooie en uitgebreide boekbespreking van gemaakt. Chapeau!!!

    BeantwoordenVerwijderen

Laat gerust een reactie achter.
Dat wordt zeer op prijs gesteld en we willen graag weten wat je ervan vindt.