zondag 27 mei 2018

Jolande Withuis-Raadselvader

Recensie door Tea van Lierop
De Bezige Bij







                                                             'Mijn vader was mijn held'





Op zoek naar de waarheid





Hoe is het om op te groeien in een communistisch gezin? Deze vraag kan voor een buitenstaander nieuwsgierigheid opwekken, maar hoe zou dat voor iemand van binnenuit zijn? In dit boek probeert Jolande Withuis antwoorden te vinden over haar vader, Berry, die haar lang niet alles vertelde over zijn verleden en ook niet over wat er zich later afspeelde tijdens zijn leven als journalist bij De Waarheid en wat zijn functie was in de CPN. 
 

Behalve de persoonlijke zoektocht van de auteur geeft het boek ook een geweldig tijdsbeeld van een naoorlogs en verzuild Nederland. In een flink aantal bondige hoofdstukjes wordt een mozaïek gevormd van al die stukjes bekende en bekend geworden feiten.

Zutphen
  
De auteur werd geboren in Zutphen. De stamboom helpt bij het volgen van de familiegeschiedenis die verteld wordt. Het Gereformeerde gezin waaruit hij komt staat haaks op de keuze die hij later maakt om communist te worden. De plaats Zutphen roept gemengde gevoelens op bij de auteur, aan de ene kant vervult het haar met trots omdat zij er, net als haar vader, geboren is en ook weet ze dat Zutphen met ph gespeld wordt. Aan de andere kant vindt ze het vreemd dat haar broertje Max in Amsterdam geboren wordt. Op haar vraag waarom haar moeder tijdelijk naar Amsterdam verhuisde kwam geen bevredigend antwoord. Door het 'Inzagedossier' dat de AIVD voor haar samenstelde, en de informatie die haar moeder na haar vaders dood wél kwijt wilde, kon de auteur de periode voor en net na haar geboorte reconstrueren.De auteur is gek op Zutphen:

'Als zevenjarige deed ik een Zutphense hartsvriendin op. Ik genoot van de gezelligheid aan de ronde keukentafel in het grote gereformeerde gezin. Vanuit de trein zag ik hun oude herenhuis aan de IJsselkade al liggen: het eerste huis in de indrukwekkende witte gevelwand dat niet was weggebombardeerd. Zittend in de vensterbank op de hoogste etage had je een weids uitzicht over de rivier, de uiterwaarden en de wolken. Ook in dat opzicht contrasteerde Zutphen met Oud-West, waar je alleen maar straten zag met eindeloze rijen hoge huizen, maar nooit de lucht.'

Mysterieus

Dat de verhuizing te maken moet hebben met iets wat haar vader in de oorlog heeft meegemaakt wordt duidelijk in het verhaal, maar werd voor de auteur lang verborgen gehouden, er werden alleen af en toe wat flarden prijsgegeven. Zutphen werd zwaar gebombardeerd in de oorlog en Berry vond Zutphen in puin toen hij terugkeerde uit Duitsland. De manier waarop hij terugkeerde klinkt alsof het verhaal zo uit een spannend jongensboek komt:

'Mijn vader werd die septemberdag, gehuld in een lange Britse kolonelsjas, het vaderland binnengesmokkeld door een hoge Engelse intelligence-officier met wie hij in de eerste maanden na de Duitse capitulatie op oorlogsmisdadigers had gejaagd, en die hem had voorzien van een indrukwekkende verklaring van betrouwbaarheid – ik trof het stuk aan in de armzalige halve centimeter aan paperassen die mijn vader naliet. De lieutenant-colonel, onderweg naar een internationaal treffen van geheime-dienstofficieren, reed Berry in zijn jeep naar Ruysdaelstraat 6, het huis in de nieuwe Schildersbuurt waar hij sedert 1936 met zijn moeder, broer en drie zusters had gewoond.'

Verwijdering

Berry is een enthousiast schaker en via dat netwerk komt hij terecht als leerling-journalist bij de Brummensche Courant. Het is 1942. Hij biedt zichzelf aan verzetswerk te gaan doen waarvoor hij naar Duitsland moet. Over de aard van de opdrachten bestaat geen duidelijkheid, er zijn wat aanwijzingen en geruchten. Het blijkt dat hij in Bochum werkte waar het in die tijd een hel geweest moet zijn door de vele bombardementen. Door een wonder overleeft hij, maar sprak er niet over. Hij krijgt na de Duitse capitulatie een functie als opsporing van oorlogsmisdadigers. 
Wanneer hij terugkeert naar Nederland reageert zijn moeder helemaal niet blij, ze waande haar zoon al dood, al zijn spullen zijn weggegeven of verbruikt. Als er al geen echte kloof bestond tussen Berry en z'n familie is die nu duidelijk aanwezig!

Dagelijks leven

Er wordt in huize Withuis niet uitbundig gefeest, liever wordt er helemaal niet gefeest, maar ter wille van de kinderen wordt er minimaal iets gedaan aan kerst, er komt een boom, maar met de woorden dat het een heidens symbool is en zeker geen christelijk. Sinterklaas mag wel, het is hun antikerst. Piet wordt vereerd, de enge bisschop geminacht. Voor de rest is soberheid troef, als lezer bekruipt je een naargeestig, vreugdeloos gevoel wanneer het beeld naar voren komt van buitenbeentjes in de klas, de ongezelligheid door de keuze elke franje te verwerpen. Haar moeder verandert van een vrouw die van niets iets weet te maken in iemand die helemaal doorslaat in het afzien van alles wat naar luxe ruikt, zodat het huishouden zelfs een armoedige uitstraling krijgt.

Conclusie

Dit boek is niet bedoeld als een biografie van haar vader, het is veel meer een verslag van een volwassen vrouw die opgroeide als 'Kind in de Koude Oorlog', tevens de ondertitel van het boek. Een boeiende beschrijving van een belangrijk en ook geheimzinnig deel van de naoorlogse geschiedenis, met de schaakwereld als één van de motieven.

‘Wit aan zet geeft mat in drie.’ Weinig schakers beheersen die kunst. Een probleemcomponist geniet van een mooi probleem zoals een kunstliefhebber van een goed schilderij, en kan er net zo hevig door geobsedeerd raken.'

Ik vond het erg interessant om te lezen hoe de auteur haar jeugd ervaren heeft, hoe zij zich distantieerde van het communisme en tenslotte op de meeste van haar vragen een antwoord kreeg. Er staat ook nog een passage in het boek over een medische kwestie, een zeer ingrijpende periode voor de auteur, die realistisch weergeeft hoe men in die tijd dacht over behandelen van aandoeningen van de wervelkolom. Kortom, een echt mozaïek met vele stukjes.







De auteur
 

Jolande Withuis (Zutphen, 6 juli 1949) is een Nederlandse sociologe, feministe en schrijfster. Haar grotere publicaties betreffen onder meer de naoorlogse geschiedenis van het Nederlandse communisme en de bevrijding van het nazisme op basis van archiefonderzoek en veel interviews.

Jolande Withuis is een dochter van de schaker B.J. Withuis, gedurende de Koude Oorlogsjaren journalist van het dagblad De Waarheid. Ze studeerde sociologie/antropologie aan de Universiteit van Amsterdam en vulde dat aan met studie in psychiatrie, politicologie en geschiedenis. Van 1980 tot 1996 doceerde ze vrouwenstudies aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit van Nijmegen en van1999 tot 2014 was ze als onderzoekster aan het NIOD verbonden. In 1990 promoveerde ze op een historisch-sociologisch onderwerp (Wikipedia)

Ze schrijft voor NRC Handelsblad, Trouw en de Volkskrant. Bij De Bezige Bij verschenen Erkenning (2002), Na het kamp (2005), De vrouw als mens (2007) en in 2008 Weest manlijk, zijt sterk, een biografie over verzetsman Pim Boellaard, die werd bekroond met de Grote Geschiedenis Prijs 2009 en de Erik Hazelhoff Biografieprijs 2010. In 2016 verscheen de bestseller Juliana. Vorstin in een mannenwereld, die werd genomineerd voor de Brusseprijs.(De Bezige Bij)

Titel: Raadselvader
Auteur: Jolande Withuis
Uitgever: De Bezige Bij
ISBN: 9789403114705
Pag.:224
Genre: literaire non-fictie
Verschenen: februari 2018








zaterdag 26 mei 2018

Jeroen De Bruyn & Joop van Wijk - Bep Voskuijl, Het zwijgen voorbij

Recensie door Truusje
'Een biografie van de jongste helpster van het Achterhuis'



Anne Frank; de mensen bij wie er geen belletje gaat rinkelen, bij het horen van deze naam, zullen op één hand te tellen zijn. Ze schreef tijdens de onderduikperiode met de intentie om ná de oorlog een boek te publiceren, gebaseerd op haar dagboek. In eerste instantie schreef ze voor zichzelf, totdat ze op radio Oranje een toespraak hoorde van de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Deze wilde dat alles wat zou kunnen getuigen van het lijden onder de Duitse bezetting, na de oorlog verzameld en openbaar gemaakt zou worden, waarbij hij ook dagboeken opnoemde. Dat bleek voor Anne de drijfveer om te schrijven.
Het boek is er inderdaad gekomen, als 'Het Achterhuis', maar zelf heeft ze dat niet meer mee mogen maken.

En dan draag je ineens zorg voor onderduikers

De biografie waar het in dit geval om gaat is het verhaal van en over Bep Voskuijl (1919 - 1983). Zij was de jongste van de helpers die ervoor hebben gezorgd dat de acht leden van de gezinnen Frank en Van Pels, konden onderduiken in het achterhuis van het bedrijfspand van de firma Pectacon, waar Otto Frank directeur van was. Bep werd door Anne in haar dagboek 'Elli Vossen' genoemd, omdat ze voor alle personen waar ze over schreef, een pseudoniem bedacht.

De vrolijke Bep was de oudste van de acht kinderen in het gezin Voskuijl en voor de jongste kinderen moest ze de zorg op zich nemen. Ze was eenentwintig toen de oorlog begon en als werknemer van het bedrijf van Frank werd ze ingelicht over de onderduikplannen. Dat was het begin van de ruim twee jaar die zeer ingrijpend voor haar zijn geweest. Haar zware taak was om er, ondanks alle risico's en dreigementen van de Duitsers, voor te zorgen dat voedsel voor de onderduikers verzameld werd en ze bezocht de onderduikers dan ook regelmatig. Vooral Anne was erg op haar gesteld en wilde alles weten wat er buiten gebeurde.
Ook de vader van Bep, Johan Voskuijl, was werkzaam binnen het bedrijf en werd ingeschakeld om hulp te bieden. Johan was degene die ervoor heeft gezorgd dat de boekenkast werd gemaakt en geplaatst. Bep en Johan hebben de andere gezinsleden nooit in vertrouwen genomen over de onderduikers.

Zus Nelly

Een riskante factor was Nelly, het zusje van Bep, die meerdere Duitse nazi-vriendjes had. Het vermoeden bestaat dat Nelly wist van de onderduik op de Prinsengracht. Haar relatie met de andere gezinsleden kwam hierdoor danig onder spanning te staan. Na de oorlog rees zelfs de vraag of Nelly mogelijk een aandeel heeft gehad in de arrestatie van de de ondergedoken gezinnen.

Wanneer de Gestapo, op 4 augustus 1944, de onderduikers heeft weggevoerd en hun spullen door de verhuiswagen zijn opgehaald, bleken de vellen papier die Anne had volgeschreven, nog in het achterhuis te liggen. Bep en Mies Gies hebben ze verzameld en verborgen. Naderhand, toen bleek dat Anne niet meer terug zou keren, heeft ze het aan Otto Frank overhandigd.

Na de oorlog

De vrolijke Bep werd na de oorlog een echte binnenvetter. Haar eigen oorlog bleef maar voortduren. Ze sprak liever niet over de verschrikkelijke gebeurtenissen en het gevoel van machteloosheid die ze niet heeft kunnen verwerken. Toch heeft ze haar zoon Joop uiteindelijk wel in vertrouwen kunnen nemen, maar wat er allemaal in haar hoofd spookte, is niet bekend. Dat heeft ze nooit met iemand kunnen delen.

Johan Voskuijl, die leed aan maagkanker, is na de bevrijding overleden. Door het gebrek aan voeding is de tumor gedurende de oorlog niet verder gegroeid, maar woekerde ineens ongeremd door toen er weer voedsel van goed kwaliteit voorhanden was.

Deze biografie geeft niet slechts de oorlogsperiode weer, maar vertelt ook van de tijden erna. Over de vele interviews die Bep heeft gehad en de jaren dat ze bleef corresponderen met Otto Frank. Hoe is het Bep verder vergaan? Is het haar gelukt om de afschuwelijke ervaringen uiteindelijk een plekje kunnen geven?

Conclusie

Met deze indringende biografie heb ik een zeer integer verhaal gelezen. Het feit dat Joop van Wijk de zoon is van Bep, wordt nergens gebruikt om ermee te koketteren dat zijn, toen nog jonge, moeder in de oorlog zoveel inzet heeft getoond om zorg te dragen voor de hulp aan de familie Frank.

De auteurs hebben niet geschuwd om tevens de precaire zaken, die nog steeds heel gevoelig liggen binnen de familie, te onderzoeken en te beschrijven. Het verdient respect wanneer je alles durft te bespreken, zeker wanneer het zoveel lading heeft binnen een familie. 

De uitgebreide lijst met noten die verwijzen naar allerlei onderzoeksmateriaal, brieven, nieuwe getuigen, gesprekken, verslagen van interviews, documentatie van de Anne Frank Stichting ed, duiden op gedegen en uitvoerig onderzoek. Daarvan getuigt ook de lange lijst met websites, correspondenten en bronnen die geraadpleegd zijn.
Vijf jaar zijn de auteurs bezig geweest met de totstandkoming van deze biografie.

Lees dit boek!!! Het laat de andere kant zien van Het Achterhuis.

Auteurs

Jeroen de Bruyn (1993) bezoekt in 2007 Het Anne Frank Huis. Hij was toen dus dertien jaar en het maakte een enorme indruk op hem om het met eigen ogen te aanschouwen en te ervaren. Ineens werd het werkelijkheid en was het niet enkel meer een verhaal van de Tweede Wereldoorlog. Het Achterhuis was ineens niet meer slechts een boek en de woorden kregen veel meer zeggingskracht. Hij kreeg interesse in de rol van de 'helpers' of 'beschermers', zoals Anne dat beschreef. Hij verdiepte zich meer in dit onderwerp en kwam tot de conclusie dat er wel vaak over Miep Gies werd geschreven en maar heel weinig over Bep en háár rol in het geheel. De vraag waarom de ene helper wél werd genoemd en de andere niet, intrigeerde hem en hij ging op onderzoek uit. Het idee om een biografie over Bep te schrijven kreeg een steeds vastere vorm. Hij zocht contact met Joop van Wijk, de jongste zoon van Bep. Deze vond het;

'bijzonder, zeker in deze tijd, dat een jong mens als jij zich zo gedocumenteerd en gemotiveerd een ideëel doel heeft gesteld: een boek schijven over mijn moeder, als helpster van joodse onderduikers, teneinde de verwarring rondom haar persoon weg te nemen.'

Ondanks dat het in het gezin Van Wijk een ongeschreven regel was om het verleden met rust te laten, maakten ze voor Jeroen een uitzondering. Er kwam een ontmoeting én een overeenkomst.....Jeroen en Joop gingen het project gezamenlijk aan. Het onderzoek naar nieuwe en nog onbekende feiten ging van start.

De biografie werd eerder gepubliceerd door Uitgeverij Prometheus in april 2015. Zij haalden het uit de markt in januari 2016.
De auteurs ontbonden de overeenkomst met de uitgever en Joop van Wijk richtte samen met zijn echtgenote uitgeverij Bep Voskuijl Producties BV op.

Als nieuwe uitgever, medeauteur en niet op de laatste plaats als haar jongste zoon, vindt Joop het de hoogste tijd, dat dit historische document, met meer dan vijf jaar boekresearch en goede recensies (bepvoskuijl.nl/home) een comeback verdient.
Hij kiest niet zomaar voor 26 januari 2018: 

Daags vóór "Holocaust Memorial Day" en in het "Jaar van de Bezetting" beginnen Bep en Johan Voskuijl (resp. helpster en maker van de draaibare boekenkast) aan die comeback en is de biografie weer in de boekhandel en via alle boekenplatforms verkrijgbaar.
Een Engelse versie is de volgende stap!

“Opdat ook HAAR NAAM nooit vergeten wordt ...”


Titel: Bep Voskuijl, het zwijgen voorbij
Ondertitel: Een biografie van de jongste helpster van het Achterhuis
Auteurs: Jeroen De Bruyn en Joop van Wijk
Categorie: Historische biografieën
Pagina's: 256
ISBN: 978-94-6345-258-8
Bibliografische imprint: Bep Voskuijl Producties BV
Uitgever: Bep Voskuijl Producties BV
Verschijningsdatum: 26-01-2018
Verkoopprijs: € 19,95

vrijdag 25 mei 2018

Frank Martinus Arion - Dubbelspel

Recensie Roosje
Uitgeverij De Bezige Bij


Vier mannen spelen domino


Het dominospel

Het dominospel waarmee de mannen bij Boeboe Fiel speelden was voor de Antillen standaard, evenals de manier waarop zij speelden. Het heeft achtentwintig stenen, die verdeeld zijn in twee helften. Ze zijn meestal zwart met witte ogen. Per helft of per vak hebben de stenen ogen, variërend van nul tot zes. Zeven stenen zijn dubbel. Men heeft zo de dubbelnul, dubbeléén, dubbeltwee, enz. tot de dubbelzes.
Het spelen bestaat ogenschijnlijk uit niets anders dan het tegen elkaar zetten van de stenen in twee richtingen, meestal beginnend met de dubbelzes. Na ieder spel worden de stenen omgedraaid en door elkaar geschoven; ze worden ‘gewassen’ en wel door een van de partners die het spel gewonnen hebben. Degene die wast hoort als hij klaar is te wachten totdat al de anderen hun zeven stenen hebben opgepakt, vóór hij de zijnen opneemt.’ (2006: 90)

Dat is meteen al lachen: zwarte mannen spelen domino met zwarte stenen met witte ogen; hebben die zwarte mannen ook ‘witte’ ogen?

Een saai spel, zou je denken, een kinderspel, zou je haast denken, hoe kun je daar nou een boek over schrijven? Dan moet je Dubbelspel van Frank Martinus Arion lezen en luisteren. Het luisterboek wordt voorgelezen door de Antilliaanse actrice Manoushka Zeegelaar Breeveld, en zij maakt het verhaal nog veel komischer en tragischer dan het al is. Als je haar Antiliaanse tongval hoort, die ze zo nu en dan nog eens flink aanzet, voel je je direct op Curaçao, tot je je realiseert, en Arion vertelt je dat ook, dat ze daar helemaal geen Nederlands spreken maar Papiamento. Die taal is gevormd door zo’n beetje alle talen van de wereld, dat zegt een van de spelers: Nederlands, Engels, Frans, Portugees, Duits, Joods, Arabisch...

Een saai spel, dat vier mannen spelen op een zwoele zondagmiddag, na het eten, en zonder om geld te spelen... hoezo is dat spannend om te lezen?
Het is reuze spannend en verrekte ingenieus door Arion in elkaar gezet! Een heel ‘vol’ boek.

Vier mannen wonen dicht bij elkaar in Wakota, een buitenwijk van Willemstad, Curaçao; ze zijn vrienden, nou ja, zijn ze dat echt? Twee van hen zijn getrouwd, twee van hen zijn vrijgezel. Maar deze burgerlijke staat is niet helemaal wat het lijkt. De seksen nemen het niet altijd even nauw met de huwelijkse trouw, mannen én vrouwen. Mannen geven soms geld of diensten voor seks en vrouwen verdienen soms noodgedwongen wat bij met het geven van seks, soms houden ze ook wel een beetje van die kerels. Sommige vrouwen doen het gewoon voor niks omdat ze verliefd zijn of genoeg hebben van hun echtgenoot of hem een hak willen zetten.

Arion introduceert de mannen en vrouwen speels in het lopende verhaal

Gedurende de hele morgen neemt Arion de tijd om de mannen en vrouwen van dit boek te introduceren. Hij doet dat speels en meanderend; hij neemt rustig de tijd de situaties en de geschiedenis van de mensen te schilderen.
De vier zwarte vrienden zijn: Manchi Sanantonio, met een enorm huis, te groot voor zijn relatief kleine gezin: vrouw Solema en drie kinderen, bovenop een van de heuvels van Wakota. Manchi is een grote neger (sic! dat schrijft Arion; in 1973 kon dat nog; enne Arion mag dat zeggen, hij is zelf zwart of was, want hij leeft niet meer) van vijftig; zijn vrouw is jonger, mooi en heeft in Nederland gestudeerd. Hij voelt zich bedreigd door haar kennis en kosmopolitisme. Hij is deurwaarder en heeft dromen om rechter te worden, want dat zal hij iedereen wel eens een poepie laten ruiken (mijn woorden, rdv, niet die van Manchi). Manchi wil ook nog een zomerhuis bouwen aan de westkant van het eiland.

Onderaan die heuvel staat het slordige oude slavenhuisje van Boeboe Fiel, met zijn vrouw Nora en zeven kinderen. Nora had er zestien gehad, van verschillende mannen, een paar waren er gestorven, een paar waren al volwassen. Boeboe is taxichaffeur, hij heeft een eigen luxe wagen, en staat op het punt voorzitter te worden van de vakbond van taxichauffeurs; iets waar hij ambivalent over is.
Chamon Nicolas is afkomstig van Saba, een van Benedenwindse eilanden en dus een beetje een allochtoon; zijn moederstaal is Engels. Hij heeft een paar pandjes in bezit en vangt huur daarover; hij wil dat graag onder de pet houden. Hij heeft in het verleden een moord gepleegd en Manchi vindt dat hij er veel te genadig is afgekomen met zijn ‘noodweerexces’. Chamon is overtuigd vrijgezel.
Janchi (in sommige uitgaven gespeld als ‘Juanchi’) Pau is wat lichter van kleur, een arbeider bij de Shell maar ook heeft hij losse klussen. Vroeger heeft hij op de grote vaart gevaren. In de grond is hij een womanizer. Hij wil, onder de bezielende invloed van Solema, een meubelfabriekje opzetten, een coöperatie. Maar eerst moet hij zijn huis nog even afbouwen.
Solema is het vrouwonvriendelijke, sadistische gesar van haar man zat. Nora wil haar zoon Ostrik voor dokter laten leren en baalt ervan dat Boeboe, haar man, zijn geld uitgeeft aan hoeren en drank.

Feitelijk speelt het hele verhaal zich af op een lome zondag op Curaçao, met flash backs om ons op de hoogte te brengen en zaken en gevoeligheden te verklaren; een naspel brengt de lezer op de hoogte van het verdere verloop.

De metafoor: domino spelen is het leven

Het spel wordt door de mannen heel serieus genomen, ook al spelen ze niet om geld. Domino is voor een deel denksport als bridge. Je moet in ieder geval onthouden welke stenen er op tafel liggen en welke nog in handen zijn en je moet kunnen gokken welke stenen je partner heeft. Daartoe wordt er over en weer geseind. Iets dat niet is toegestaan, in bridge is het aanseinen van kaarten wel toegestaan maar dan op zo’n wijze dat de tegenstander het ook kan begrijpen. Omdat seinen dus stiekem gaat, begrijpt de partner niet altijd wat de ander bedoelt.
Solema speelt bridge en Manchi wil het eigenlijk ook leren; hij voelt zich te goed voor zijn vrienden en wil hogerop. Bridge staat in hoger aanzien dan domino; hij is daarom jaloers op Solema en voelt zich de mindere van haar.

De mannen worden bovendien in beslag genomen door hun eigen sores. Boeboe is er het ergst aan toen: hij heeft de vorige avond veel gezopen en geblowd en kan zijn aandacht er moeilijk bijhouden. Zijn partner van die middag, Manchi, wordt steeds afgeleid door zijn eigen gedachten, vrees, dromen (weekendhuis, vrouw, rechter worden). Het andere stel, de vrijgezellen Janchi en Chamon zijn aan de winnende hand. Eigenlijk is Janchi de enige die fris en fruitig is, en met reden. De nederlaag van de getrouwde mannen (sic!) is verpletterend!
Al hun frustratie, dromen, verlangens, en flash backs worden vermengd met het spel, het gokken, het uitzetten van een speelplan, bedenken welke stenen de partner heeft, achter alles iets zoeken - paranoia, die soms geen paranoia is maar helder inzicht. Bijgeloof speelt natuurlijk ook een rol: in het spel en in het leven.
Het spel brengt vier mannen samen die eigenlijk niet zoveel gemeen lijken te hebben maar wier lot aan elkaar geklonken is. De nederlaag van de getrouwde mannen (sic!) is verpletterend!

Het spel parodieert het leven, het leven lijkt op een dominospel.

Het is ongekend en prachtig hoe Arion al de gedachten, de vrees en het hopen van de mannen en de vrouwen handen en voeten geeft. Maar ook hoe hij alles met elkaar verweeft door motieven, onder andere dat van de schoenen, en hoe alles steeds een dubbele bodem krijgt of lijkt te krijgen. Arion is een meester in het schrijven over menselijke kwesties, laten we het voor het gemak ‘psychologie’ noemen.

Schoenen: een belangrijk verhaalmotief

Schoenen hebben in dit verhaal een sleutelrol. De mannen gebruiken damesschoenen als fiches voor gewonnen partijen in plaats van dat op een plank of een papiertje te schrijven.
Die schoenen heeft Manchi, de rijke stinkerd, afhandig gemaakt van Solema. Zij komt zo’n beetje om in de schoenen. Aan de andere kant moet Nora werkelijk alles in het werk stellen om aan vijftien gulden te komen voor schoenen voor zoon Ostrik, die zonder schoenen niet naar school mag. Als ze dat geld heeft, doemt er een duivels dilemma op: moet ze dit geld besteden aan schoenen voor haar zoon of moet ze haar gastvrijheid gestalte blijven geven in de vorm van rum die bij het Portugese avondwinkeltje gekocht moet worden? Dit is natuurlijk een ongekend wrede tegenstelling.
Natuurlijk voelt Nora zich wel de mindere van Solema, maar Solema weet zich socialist en behandelt Nora als haar gelijke of probeert dat tenminste. De vrouwen zitten in zekere zin in hetzelfde schuitje. Hun mannen zijn, ieder op zijn eigen wijze, behoorlijk schofterig.

Het idee om damesschoenen te gebruiken was van Boeboe Fiel. De week tevoren had deze ineens gezegd: ‘We moeten de score niet meer op planken schrijven, maar schoenen gebruiken; damesschoenen, die we evenals de plankjes aan de takken van deze tamarindeboom kunnen ophangen. ‘Wat vinden jullie?’ [...]
‘Als we om schoenen spelen ,’ voegde Chamon eraan toe, zijn armen uitspreidend en iedereen zeer welwillend aankijkend, ‘ dan is het niet meer dan logisch dat die schoenen ook concreet aanwezig zijn. We hadden het al veel eerder moeten doen.’
‘Maar vrouwenschoenen?!’ herhaalde Janchi Pau. ‘Ik zie het verband niet en we staan straks voor schut in de ogen van eventuele toeschouwers.’
‘Juist,’ zei Chamon Nicolas op plezierige toon en voor het gemak ook vergetend dat hij die middag zelf de verliezende partij was, ‘degenen die verliest is daardoor belachelijker.’’
(ibid.: 34-35)

Arion legt tussen door nog even iets uit over schoenen:

Schoenen nemen een bijzondere plaats in in de sociale geschiedenis van de Antillen. Zo droegen de slaven over het algemeen geen schoenen; waardoor het niet-bezitten van deze attributen, meer dan het niet-hebben van welk ander kledingstuk dan ook, het symbool van de armoe is geworden op deze eilanden; officieel tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Toen gold immers nog voor de Emmabrug, die de twee delen van de haven van Willemstad verbindt, dat de ongeschoeiden vrij over de brug mochten, terwijl de geschoeiden twee cent moesten betalen.’ (ibid,: 91)

De roman kent een behoorlijke portie kritiek op de eigen bevolking, de Curaçaose politiek van eigenbelang en nepotisme, bijvoorbeeld door Solema (‘de mensen zijn lui’ en ze wil een soort socialistische coöperaties) en door Manchi, die een hekel heeft aan een laissez-faire-houding, maar daar heeft hij wel zijn eigen kleinzielige redenen voor. Maar anderzijds heeft Arion oog voor het eigene van de bevolking en de trots op eigen kunnen.
  
De grootste angst: gezichtsverlies

Eén van de grootste thema’s van het boek is het gezichtsverlies. Manchi heeft daar wel het meeste last van. Hij heeft door zijn relatief grote rijkdom ook het meest te verliezen. Maar ook Chamon, die een paar kleine krotten van huisjes bezit, wil dat niet weten; hij is bang voor ‘rijk’ versleten te worden en dat hij dan meer moet uitgeven dan hij wil. Boeboe wil zijn gezicht niet verliezen voor zijn collegae taxichauffeurs. Die willen hem als hun leider en hij is bang dat hij dat niet zal kunnen en zijn gezicht zal verliezen. Hij is ook bang dat hij te hard moet werken, want hij is inderdaad wel een beetje lui (zoals Solema zegt, die in Europa is geweest).
De angst voor gezichtsverlies weet Arion overal tussendoor te vlechten en steeds weer op te diepen.

Aandacht voor politiek en economie. Kritiek op en begrip voor de Curaçaose mensen

Hierboven is het al gezegd: Arion heeft behoorlijk wat kritiek op de eigen bevolking, hun luiheid, hun verkeerde wijze van de zaken aanpakken. En veel kritiek op de lokale politiek van onderlinge bevoorrechting - als je lid bent van de juiste politieke partij dan krijg je dingen voor elkaar -; dat overkomt Manchi steeds: hij is voortdurend lid van de verkeerde partij; daarom krijgt hij zelden wat voor elkaar, zoals de zandweg voor zijn huis laten asfalteren.
Solema en Janchi zijn de idealisten van het stel. Er wordt steeds naar een ander Caribisch eiland verwezen: Cuba, waar de revolutie heeft plaatsgevonden en het socialisme de mensen gelukkig maakt (was dat nog zo in 1973? rdv; ja, dat denk ik wel).
Maar uit alles voel ik deze tragikomedie een grote liefde voor de mensen van Curaçao met al hun gedoe en gehossel.

De stijl van Arion

Arion heeft een vreemde stijl. Aan de ene kant loom en je voelt als het ware hoe warm het er is,  vol, expliciet taalgebruik, seks, vloeken, maar aan de andere kant ook beetje stijf, houterig en plechtstatig. Dat lees je wel uit de citaten hierboven. Gaandeweg het verhaal, dat hij met verve en zo boeiend vertelt, houdt dat plechtstatige op te storen en gaat het deel uitmaken van de mensen en hun gehossel. De Papiamentse woorden zijn toepasselijk en verrassen. Des te grappiger is het natuurlijk te beseffen dat Machi en de anderen Papiemento spreken en geen Nederlands, terwijl Arion, zelf een Curçaoënaar, zijn boek in het Nederlands heeft geschreven voor een hoofdzakelijk Nederlands publiek.

Tot slot

Ik vind dit boek zeker een klassieker in onze Nederlandse literaire wereld, Ik vermoed dat het niet vaak meer gelezen wordt, terwijl het in 2006 het gratis boek was voor bibliotheek-bezoekend Nederland Nederland Leest, uitgegeven door het CPNB, die ook het Boekenweekgeschenk uitgeeft. En ik luisterde naar Manoushka Zeegelaar Breeveld.
Ik vind dit echt een ontzettend goed boek, met prachtige verdubbelingen en tegenstellingen, zoals onder andere het schoenenmotief, maar verdubbelingen en tegenstellingen zijn op alle niveaus te vinden. Dat is een van de redenen dat dit een heel ‘vol’ boek is. Veel voller dan ik hier kan bespreken. Ik voel me zelfs niet in staat om aan te geven hoe goed dit boek is.
En het boek is ook heel grappig, en tragisch...
Het boek verscheen in 1973 en ontving een jaar later de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs.

Over de auteur

Frank Martinus Arion, schrijversnaam van Frank Efraim Martinus (Curaçao, 17 december 1936 – aldaar, 28 september 2015), was een Curaçaos schrijver, dichter en taalwetenschapper.
Hij werkte in Nederland, Suriname en op de Nederlandse Antillen en schreef in het Nederlands en het Papiaments. De roman Dubbelspel (1973) vormde zijn debuut en zijn grootste publiek succes.

Literatuuropvatting:
Ik vind en ik blijf vinden dat 'het literaire' niet alles is. De roman moet doordringen in de aspecten waar de sociologie niet kan komen, ze moet onderzoeken en de uitslag van het onderzoek moet waar zijn en waarheidlievend worden opgetekend. (Vrij Nederland, 16 januari 1993)

Auteur: Frank Martinus Arion
Titel: Dubbelspel
Nederlandstalig 400 pagina's
Uitgever: De Bezige Bij
ISBN: 9789023498391
Verschenen: juli 2016

woensdag 23 mei 2018

Elizabeth Jane Howard- Aftellen, De Cazalets deel 2

Recensie door Tea van Lierop
Atlas Contact





'Hoe de idylle langzaam plaats moet maken voor de harde werkelijkheid'

Het tweede deel van De Cazalets heeft de titel 'Aftellen' gekregen. In deel één was de stemming nog zorgeloos; er was wel dreiging van de oorlog en er werden voorzorgsmaatregelen getroffen, maar het was nog niet tastbaar. Met deze dreiging duiken we deel twee in. De familie Cazalet wordt nu aan alle kanten geconfronteerd met de gevolgen van de oorlog. Niemand ontkomt. De jongeren moeten hun plannen en dromen bijstellen; niets is meer vanzelfsprekend. Nora en Louise: 

Toneelspeelsters zijn niet nódig,’ had Nora gezegd, al had ze toegegeven dat het niet veel zou uitmaken wat Louise deed als er geen oorlog zou uitbreken.'  

Louise (van haar zullen we nog veel horen!) op haar beurt vraagt zich af wat het nut van Nora's keuze is. Ze wil non worden, hoewel door de omstandigheden ook dat voornemen onzeker wordt.  

Relaties 


Ook de andere kinderen worden niet gespaard. Ieder kind heeft zijn of haar eigen manier om te reageren op heftige gebeurtenissen, hierdoor leren we de kinderen nog beter kennen wat soms ontroerend is. De relatie tussen Clary en haar stiefmoeder Zoë ontwikkelt zich op een verrassende wijze, het is één van de thema's in het verhaal: de ouder-kind relatie. Vaak vanuit het perspectief van het kind verteld. De auteur weet voortreffelijk te verwoorden hoe een kind zou kunnen denken. 

Ontroerend 


De uitwerking van de karakters in het algemeen vergt soms wat geduld om te lezen, ze worden wel eens breed uitgesponnen. Dit verrijkt en verdiept het beeld dat uiteindelijk gegeven wordt. Zo komen personages die ogenschijnlijk een niet zo'n prominente rol hebben, soms ineens volop in de schijnwerpers te staan, zoals Juffrouw Milliment, die zich grote zorgen maakt over haar toekomst: 

'Maar wat lag voor haar? Er zou een dag aanbreken waarop die lieve Polly en Clary en Lydia haar niet meer nodig zouden hebben, en waarop Roland en Wills nog te jong zouden zijn. Zij zou daarentegen kunnen ontdekken dat ze het niet meer aankon om íémand les te geven' 

Maar uiteindelijk wordt ze liefdevol gerustgesteld door Viola. Een uitermate ontroerende passage.  

Hangwangen

 

Het verhaal kabbelt door, de gruwelijkheden van de oorlog worden verweven met de alledaagse beslommeringen. Thema's als gezondheid, liefde, zelfontplooiing krijgen op een organische manier hun plek tussen het oorlogsgeweld.  De oude tantes Dolly en Floor hebben hun eigen plekje verworven in de grote familie. Zoals zij worden beschreven getuigt van groot observatievermogen en humor. Wat te denken van 'de hangwangen van tante Dolly, als de oren van een spaniël', ze doen Villy denken aan 'bergen op een amateuristische aquarel van Schotland.' Humor, melancholie en vergankelijkheid worden alle drie in één zin, in één observatie verenigd, een prachtig beeld. 

Bohemiens 


Van Louise zullen we nog veel horen. Haar karakter is gestoeld op dat van de auteur, Elisabeth Jane Howard. Louise wil actrice worden en is in die ambitie nogal volhardend, niets houdt haar tegen, ondanks ontberingen in het pension waar ze logeert om bij het toneelgezelschap te mogen spelen. Een oncomfortabel onderkomen, een milieu waarin ze haar weg probeert te vinden, zo anders dan thuis! Het kunstenaarswereldje slokt haar op, ze kan amper weerstand bieden. Haar thuissituatie biedt ook al geen soelaas, dus is het wellicht niet vreemd dat ze haar toevlucht zoekt bij de bohemiens. En dan is er nog een kaper op de kust: de zeeman. Dat wordt nog spannend hoe deze situatie zich zal ontwikkelen.    

Conclusie 

Opwindende gebeurtenissen en gewone huiselijke beslommeringen in de juiste verhouding maakt ook dit deel weer zo fijn om te lezen. Het doet uitkijken naar het volgende deel! 
  
Auteur: Elizabeth Jane Howard 
Genre: vertaalde fictie 
Vertaling: Inge Kok 
Pag: 592 
Uitgeverij Atlas Contact 
ISBN: 9789025450588 
Verschenen: 10-2017