donderdag 23 november 2017

Frank Heine - Een gat in de golven


Beoordeling 4.5 sterren
Met dank aan Uitgeverij Aspekt


De pijn van nooit teruggevonden geluk


'Waar ik het over wil hebben is de schaduw in ons leven die wij uiteindelijk allemaal kennen: de pijn van het nooit teruggevonden geluk, het door verlies of teleurstelling verschrompelde ideaal, of de morele schuld die wij een leven lang met ons dragen.'

De worsteling van een volwassen man

Dit is het verhaal van Erik van der Veen, een man van begin zestig, die de laatste jaren zijn dagen doorbrengt in de jachthaven, op zijn zestien meter lange kotter, 'Gratias'. Zijn schip is oud, maar zeewaardig en tóch is Erik een schipper die nooit uitvaart. Het schip is voor Erik het enige onderkomen dat hij heeft, met benedendeks een ruimte waar hij kan vertoeven wanneer de dagen kouder worden, en waar een simpel keukentje staat en hij ook zijn kooi heeft.
Vrienden heeft hij niet en eigenlijk heeft hij ook niets omhanden. Zijn enige contact is Johan, de havenmeester.

Zijn dagen vult hij met lezen, slapen en nadenken over het verloop van het leven. Zíjn leven, leeg en uitzichtloos. Een leven waarvan hij denkt dat het eigenlijk niet meer geleefd zou moeten worden.........

'Hij sloeg een ei stuk op de rand van het pannetje waarin de gesmolten boter zacht pruttelde. Was hij eenzaam?
Wat was dat eigenlijk, eenzaam zijn? Was je eenzaam als je vaak alleen was? Of dat je alleen was en daar last van had? Hij wist het niet. Het was niet zo dat hij gezelschap miste. Alleen zijn is goed. Het was nog niet zo erg lang geleden dat hij vrede met het alleen zijn had gesloten. Eigenlijk pas echt na het vertrek van Joëlle.'

In een kort tijdsbestek maakt Erik kennis met Fons en Jannie. De drie komen regelmatig bij elkaar in de 'Gratias' en in hun gesprekken komt naar voren dat ze een overeenkomst hebben. Ze worstelen alle drie met gebeurtenissen uit het verleden en de impact die dat nu nog op hun leven heeft. Ze kunnen hun verhaal bij elkaar kwijt en maken duidelijke afspraken om hun relatie niet in gevaar te brengen. Op zekere dag besluiten ze om gedrieën, met een onduidelijk doel, met de kotter de zee op te gaan, met desillusie tot gevolg.

De worsteling van de jonge Erik

Voor een tweede verhaallijn is ook ruimte gemaakt. Dit draadje begint in 1966 en vertelt het verhaal van de teener Erik, die al heel vroeg in de gaten heeft dat zijn ouders geen warm huwelijk hebben en langs elkaar leven. Ook de aandacht voor hun zoon is tanende, ze hebben hun eigen werk en bezigheden, en voor hem is de gezelligheid thuis ver te zoeken; het benauwt hem. Vanwege de huisartspraktijk van zijn vader moet het altijd stil zijn in huis. Liever is hij bij zijn vrienden thuis, dan hen mee te vragen naar zijn eigen huis.

Op een goede dag merkt hij dat zijn moeder er niet meer is en hoort hij van zijn vader dat ze een appartement heeft in New York, waar ze haar kunstzinnige roeping achterna gaat. Heel even lijkt het of hij en zijn vader nader tot elkaar komen, maar al snel wordt duidelijk dat het ijdele hoop is.

Madelein

Omdat hij is gezegend met een 'knobbel' voor exacte vakken, wordt Erik door de vader van een klasgenootje gevraagd om zijn dochter bijles te geven. Erik is dan al een poosje heimelijk verliefd op Madelein en het duurt dan ook niet lang voordat ze zich een 'stelletje' kunnen noemen. Voor haar vader is het vanzelfsprekend dat Erik meegaat zeilen. Hij krijgt instructies tijdens een korte trip en in de zomer mag hij meezeilen naar Engeland. Tijdens de reis valt zijn droom letterlijk in het water. In het gat in de golven..........

'Erik zat klaar en wachtte met het lostrekken van de fokkeschoot. Het schip begon onrustig te deinen. Nu, dacht hij, en trok de schoot uit de lier. Hij liet het touw uit zijn handen ontsnappen en boog zich naar de andere zijde van de kuip. Snel trok hij de fokkeschoot aan om het klapperen te bedwingen. [.....] De westenwind pakte de zeilen en het schip herwon zijn stabiliteit.
Erik keek naar het voordek en zijn maag trok samen. Soms gaat een lichamelijke reactie vooraf aan het weten. Hij wist dat er iets niet klopte. Hij besefte nog niet wat en hoe, maar er was iets helemaal fout gegaan.'

De zus van Madelein, Joëlle, speelt ook een belangrijke rol. Ze heeft al vanaf het moment van hun kennismaking een oogje op Erik en doet er alles aan om hem te verleiden. Pas heel veel later gaat in hij op haar avances, maar het doet hem eigenlijk niet zoveel en hij laat haar toch weer schieten. Weer een gemiste kans? Wanneer andere vrouwen zijn weg kruisen en lichamelijkheid om de hoek komt kijken, lijken er steeds bizarre dingen te gebeuren. Dit heeft grote invloed op Erik en zijn gevoelens bij lichamelijk contact.

Opbouw van het verhaal

In vier delen plus een voorwoord, wordt chronologisch duidelijk hoe het leven van Erik is verlopen.
De twee verhaallijnen lopen naast elkaar. De jonge Erik volgen we door de jaren heen en met het stijgen van zijn leeftijd komen de lijnen uiteindelijk bijeen en versmelten de jonge en de oude Erik naadloos met elkaar. Het verhaal eindigt waar het in de proloog mee begon. Het verhaal bijt zichzelf zogezegd in de staart.

In overdrachtelijke zin zie ik dit verhaal als een queeste. De zoektocht van Erik - maar ook van zijn twee vrienden - en het onvermogen om de opdracht die hij zichzelf stelt ook daadwerkelijk uit te voeren. Er zijn zoveel kansen aan hem voorbij gegaan, maar hij heeft nooit het vermogen gehad om te pakken wat voor het grijpen lag.

De auteur weet heel subtiel te spelen met magische realisme. Er gebeuren dingen, vreemde dingen die eigenlijk niet kunnen gebeuren.

De laatste drie zinnen van dit boek heb ik met grote ogen en een uitroep (Huh???) gelezen. Daar heb ik nog lang over na moeten denken en eigenlijk kan ik nog steeds niet kiezen: wie, hoe of wat? Het is een prachtig einde en welke kant je ook op zult gaan met het zoeken naar de oplossing, het puzzelstukje zal passen!!! (Al heb ik de auteur wel stiekem gevraagd 'wie, hoe of wat' híj daar heeft bedoeld).

Krijgt Erik uiteindelijk inzicht en berusting? Vindt hij de troostende en bevrijdende afsluiting? Is het een nieuw begin, of de inleiding tot het einde?

Conclusie

Vergis je niet tijdens het lezen van dit boek, want niets is zo simpel als het in eerste instantie lijkt. Er zitten lagen in het verhaal, gevoelens van onmacht en onvermogen. Het leed wat niet gekeerd lijkt te worden en het leed wat nooit meer gekeerd kan worden.

De personages zijn heel goed uitgewerkt en op een natuurlijke manier weergegeven zonder allerlei overbodige beschrijvingen. De dialogen zijn écht, nergens gladjes of gesmeerd, maar rauw op momenten dat het dat moet zijn. Het verhaal schuurt en dat maakt het heel natuurlijk.
De schrijfstijl is soepel en vlot te lezen.

Eén detail in het verhaal komt mij wat ongeloofwaardig over en dat is een gedeelte van het verhaal van Jannie. Zonder spoilers weg te geven kan ik helaas niet benoemen wat ik precies bedoel en, ach, eigenlijk doet het dit verhaal geen kwaad. De bedoeling komt net zo goed over.

Dit is een boek wat me een hele poos heeft beziggehouden en waar ik lang over na heb gedacht, vooraleer ik me aan de recensie waagde. Het verhaal beklijft en zakt niet zomaar weg uit je geheugen. Het verhaal is puur menselijk, zó menselijk dat je veel kunt herkennen van het onvermogen van de personages, zó menselijk dat je je makkelijk inleeft in hun emoties.

Een pareltje, wat ik - eerlijk gezegd - in eerste instantie niet had verwacht.
Prachtig! Lees en beleef het ook!

Auteur

Frank Heine schrijft al langer gedichten en korte verhalen. Na 'Meisterstuck' en 'Hemelzangen' is 'Een gat in de golven' zijn derde roman.
Hij schrijft regelmatig een blog op

Een gat ik de golven
Auteur: Frank Heine
Categorie: Literaire roman
Pagina's: 296
ISBN: 9789463381734
Uitgeverij Aspekt
Verschenen: maart 2017

Agnita de Ranitz - De vrouw op het perron

Beoordeling 3.5 sterren
Uitgeverij Brevier


Het grote gemis van een overleden tweelingzusje

Den Haag, 1968

De vrouw op het perron is het warme verhaal van Cornelia Nevenzeel, een vrouw van begin vijftig en al een poosje niet meer gelukkig in haar huwelijk.
Al vele jaren draagt Cornelia het grote verdriet met zich mee dat ze geen kinderen hebben gekregen. Eenmaal was ze zwanger, maar dat eindigde jammerlijk met een miskraam.

De beginjaren van hun huwelijk waren gezellig, liefdevol en warm, maar haar man Henk negeert haar de laatste tijd grotendeels. Wanneer hij wél iets heeft te zeggen kleineert hij haar, is kortaf en moppert. Hij gooit haar lelijke dingen voor de voeten en is 's avonds steeds vaker weg naar de klaverjasclub. Van enige vorm van intimiteit is ook al heel lang geen sprake meer. Cornelia heeft het idee dat de reden hiervoor is dat ook hij teleurgesteld is in hun kinderloze bestaan.

Cornelia prijst zich gelukkig met een aantal leuke en trouwe vriendinnen, maar er knaagt nóg een gemis aan haar. Al sinds ze een jaar of vier is weet ze dat ze een deel is van een tweeling en een zusje heeft gehad. Geesje is echter al na tien dagen overleden. Voor haar ouders een groot verdriet en haar moeder heeft er haar hele verdere leven niet mee om kunnen gaan en heeft nooit het grafje willen bezoeken. Al vanaf haar vroegste jeugd gaat Cornelia wel regelmatig met haar vader naar de R.K. Begraafplaats in Crooswijk.

Dubbelgangster of spiegelbeeld?

Het is voor Cornelia totaal onverwacht wanneer ze op het station van Delft oog-in-oog komt te staan met een vrouw in wie ze zichzelf herkent, haar spiegelbeeld. Deze vrouw draait zich echter plotseling om en maakt zich uit de voeten. Cornelia is geschokt en ziet haar om de hoek verdwijnen. Ze probeert nog om haar te volgen, maar vanwege de drukte verliest ze de mysterieuze vrouw toch uit het oog.

'Het bonkte nu in haar hoofd: 'HET KAN NIET, HET KAN NIET'

'Ze kon maar beter met de deur in huis vallen. 'Henk, denk je dat ik mijn tweelingzusje kan hebben gezien? '
'Wat vertel je me nu weer voor onzin.'
'Het is waar, ik denk dat ik haar ben tegengekomen,'zei Cornelia.
'Je bent niet helemaal lekker.'Hij streek met zijn vingertoppen over zijn snor.
'Henk, stel je voor dat zij het was. Geesje!' Haar stem sloeg over.
Hij pakte zijn servet, veegde met zorg zijn mond af en mompelde: 'Wat een zotteklap ben je toch.' 'Toen stond hij op en beende naar de gang. 'Ik ga weer eens wat klaverjassen.'
'Vandaag?'
Een harde dreun was het antwoord en de muren trilden.'

Cornelia laat het er niet bij zitten en gaat bij haar vriendinnen te rade. Het lijkt op zoeken naar de bekende speld in de evenzo bekende hooiberg, maar ze besluiten om posters te maken en die op te hangen in het station van Delft, in de hoop dat de 'dubbelgangster' contact met haar zal opnemen. Zal het haar lukken om haar 'overleden' zusje te vinden?

Ondertussen gaat ze een aantal maal naar het graf van Geesje, waar ze een gele roos aantreft op de dag dat ze jarig is. Wie heeft die daar neergelegd en met welke reden?

Conclusie

De auteur heeft veel research gedaan en uit haar herinneringen geput. Ze heeft een mooi tijdsdocument gemaakt, door allerlei dingen uit vroeger jaren aan te halen en te beschrijven. Zo verweeft ze de oorlog, de Hongerwinter, de paardentram en opkomst van de metro, de kruidenierswinkel, het koetsje van de dokter en allerlei panden, een kerk en café die echt hebben bestaan. Ook taalgebruik en enkele woorden die toentertijd gebruikt werden passen heel mooi in de tijd waar ze over schrijft.

De Ranitz heeft een tweede laag verweven in het boek. Een cursief draadje dat vertelt over een oudere, zieke vrouw die niet lang meer te leven heeft. Pas aan het einde van het verhaal krijgt deze vrouw een naam, wat de verrassing groot houdt. De auteur weet de aanwijzingen te bewaren voor een later moment en ze geeft niet te snel teveel weg, zodat de plot nergens voorspelbaar is.

Het idee voor deze roman is voortgekomen uit een artikel in de krant, waarin stond dat een vrouw (78) op zoek was naar haar 'overleden' tweelingzus. De auteur heeft het boek overduidelijk met veel liefde geschreven.

Het is echter een minpuntje dat er toch een aanzienlijke hoeveelheid herhalingen in het verhaal zijn te lezen. Het geeft de indruk dat de auteur haar best wil doen om voldoende informatie te geven, maar over het hoofd heeft gezien dat ze dit al had beschreven.

Niettemin is het een vlot en soepel te lezen roman. De personages zijn duidelijk uitgewerkt en hebben allen een heel eigen karakter meegekregen. Nawoord, dankwoord, bronvermelding én foto's uit vroeger tijd zijn een mooie en verduidelijkende aanvulling op het verhaal.
Een heel fijn boek voor de koude wintermaanden.

Auteur

Agnita de Ranitz (1952) komt oorspronkelijk uit Den Haag en heeft het verhaal van haar debuut geplaatst in de omgeving van haar jeugd. Zelf is ze ook deel van een tweeling en heeft haar broertje nooit gekend.

In Parijs heeft ze een opleiding kunstgeschiedenis gevolgd en na haar huwelijk heeft ze zich definitief gevestigd in Frankrijk. Ze is een breed geïnteresseerde vrouw. Zo heeft ze jarenlang pianoles gegeven en mag ze graag beeldhouwen. Geregeld neemt ze deel aan tentoonstellingen. Het schrijven is de laatste jaren een passie waar ze zich in uit kan leven.

De vrouw op het perron
Auteur: Agnita de Ranitz
Categorie: Roman
Pagina's: 224 pagina's
ISBN: 9789491583827
Uitgeverij Brevier
Verschenen: april 2016

dinsdag 21 november 2017

Elizabeth Strout-Ik heet Lucy Barton

Beoordeling  5 sterren 
Uitgeverij: Atlas Contact 


'Lucy in de Sky with Diamonds' 

'Eens – nu jaren geleden – moest ik bijna negen weken in het ziekenhuis blijven. Het was in New York en ’s nachts had ik vanuit mijn bed een ongehinderd uitzicht op het Chryslergebouw met zijn geometrisch schitterende lichtjes.'

Dit is de openingszin en die spreekt meteen tot de verbeelding: is het toeval dat dit mooie gebouw is uitgekozen als decor voor het verhaal van Lucy? Is de naam Lucy toevallig dezelfde als in het liedje van de Beatles uit 1976. Na enig speurwerk blijkt dat LSD een rol gespeeld heeft bij Lucy in the Sky of Diamonds, in het verhaal van Lucy komen geen hallucinerende middelen voor, maar er is wel degelijk een verlangen naar escapisme.   
                                                      
Verrassing 


Lucy ligt in het ziekenhuis vanwege complicaties na een blindedarmoperatie. Ze herstelt maar heel langzaam van een bacteriële infectie. Tot haar grote verrassing staat haar moeder plotseling aan haar bed en blijft er dagenlang zitten. Er is in Lucy's leven totaal geen sprake geweest van een veilige omgeving, in de gesprekken van Lucy met haar moeder komen jeugdherinneringen als stukjes informatie aan de oppervlakte. 
  
'Misschien kwam het door het donker met alleen dat bleke kiertje licht dat onder de deur door scheen, en het sterrenstelsel van het schitterende Chryslergebouw vlak achter ons waardoor we anders met elkaar konden praten dan ooit was gebeurd.’ 
  
Tegelijkertijd geven flashbacks aanvulling op dit compleet onaangepaste, zonderlinge gezin. Zonderling, zo werden ze ook beschouwd in de gemeenschap waarin ze woonden. Deze lappendeken van zowel moeders en Lucy's weergaven van de werkelijkheid geeft uiteindelijk een beeld van een dappere vrouw die na een valse start haar leven probeert te herscheppen. 
  
Buitenbeentjes 
  
Het arme gezin moest rondkomen van het beetje geld dat vader verdiende met een baantje in de landbouwmachines, geen vast werk, want hij werd regelmatig ontslagen. Moeder deed naai-en verstelwerk om een centje bij te verdienen.  
Dat de kinderen buitenbeentjes waren werd wel duidelijk wanneer ze speelden met de andere kinderen op het schoolplein: "jullie stinken" werd er gezegd. De onderwijzer in groep vier deed er nog een schepje bovenop door haar zusje Vicky publiekelijk te schande te maken, hij benadrukte dat armoede geen excuus is voor ongewassen zijn. Thuis werden ze vaak om het minste en geringste gestraft, er werd geslagen en het avondeten bestond uit brood met melasse.  
De materiele en de immateriële tekortkomingen hebben Lucy en haar broer en zus gevormd, alle drie zullen ze op hun eigen manier verder moeten. 
  
Zaadje
  
In een koud huis kun je geen huiswerk maken, daarom bleef Lucy graag op school. De warmte van het gebouw bracht haar niet alleen een veilige plek om te leren, maar bezorgde haar ook de enorme troost die uitging van de boeken, ze voelde zich minder alleen. Haar intelligentie en haar logische manier van denken en handelen zijn haar redding, ze gaat het huis uit en mag naar het college. Intussen is er al een zaadje in haar geplant: ze wil schrijfster worden. 
  
Onwerkelijke werkelijkheid
  
Leven in een andere omgeving is voor Lucy een heuse cultuurshock. We krijgen van huis ongemerkt een heel pakket normen, waarden en, niet te vergeten, vaardigheden mee. Wanneer die ontbreken zoals bij Lucy, stap je als een buitenaards wezen de nieuwe wereld in. Heel subtiel worden schijnbaar normale zaken pijnlijk duidelijk. Stel je eens voor dat je nooit mee kan praten over een boek, een film, een tv-serie! Wat zullen de mensen denken? Lucy heeft het ouderlijk huis kunnen ontvluchten, maar is nog steeds geïsoleerd, nu doordat haar verleden haar stigmatiseert. Bij het gewone leven hoort ook eten koken, weer zo'n hiaat in haar kennis, ze heeft geen flauw idee van de ingrediënten waarover gesproken wordt in recepten. 
  
Wat is dit, snoepje?’ vroeg hij. Ik zei dat het knoflook was. Ik zei dat ik volgens het recept een teen knoflook in olijfolie moest bakken. Voorzichtig legde hij uit dat dit een bolletje knoflook was en dat het moest worden gepeld en in tenen moest worden gesplitst. Nu zie ik – haarscherp – die ongepelde dikke bol knoflook voor me die midden in de olijfolie in de koekenpan lag.' 

Sterk 
  
De aanpassing aan het 'normale' sociale leven vergt improvisatietalent. Lucy laat zich echter niet uit het veld slaan, deze sterke meid vindt een baantje in de buurt van het college, ze koopt haar kleren in een tweedehandswinkel, die kon je in de jaren zeventig best dragen. Daar heeft de docent, waarmee ze korte tijd een verhouding had, een andere mening over. Hij vergelijkt haar met een docente die dure kleren droeg met de woorden: 'Jij hebt meer inhoud, maar Irene heeft meer stijl', waarop Lucy reageert met een citaat van Shakespeare : 'Maar stijl ís inhoud' , de botterik antwoordt: 'In dat geval heeft Irene meer inhoud'. Toch heeft dit haar aan het denken gezet over sociale achtergrond en het wel of geen diepgang hebben, zij begint kritisch te kijken wat er wel en niet bij haar past. Ze toont karakter.

Trauma 
  
De verhalen in het hoofd van Lucy moeten geschreven worden. Ze ontmoet per toeval een bekende schrijfster, Sarah Payne. In een workshop (Lucy houdt niet van dat woord!) ontmoet ze de schrijfster weer en gaat haar wereld open; dat schrijven gaat wel lukken.  
Het verwaarloosde meisje met een moeder die nooit iets liefs tegen haar zei, wordt in de workshop geconfronteerd met een opmerking van een medecursiste. Een keiharde opmerking tegen die aardige schrijfster. Het kwetste Lucy ook en toen ze het later ter sprake bracht, sprak Sarah deze woorden:    

''Dat weet ik wel, ik zag het. En iedereen die zijn opleiding gebruikt om een ander zo te kleineren – nou ja, zo iemand is gewoon een waardeloze trut.’ Ze gaf me een knipoog, met haar uitgeputte gezicht, en draaide zich om. Ik heb haar nooit meer gezien'.
Rest alleen nog het opruimen van de demonen uit het verleden. Een bijna onmogelijke opgave. Haar nieuwe leven, haar huwelijk, haar kinderen, de ziekenhuisopname en het gemis van de kinderen trekken een zware wissel op Lucy's leven. De haat-liefde verhouding met haar ouders, het verlangen naar normale betrekkingen met haar broer en zus, haar ambities om de verhalen op te schrijven, het redden van haar huwelijk, de relatie met haar kinderen, al deze belangen schijnen met elkaar te botsen. 
  
Sterrenmotief 
  
Vanaf haar ziekenhuisbed ziet Lucy het schitterende Chryslergebouw met de fonkelende sterren, hetzelfde decor komt terug wanneer Lucy met haar moeder spreekt. Wat ze niet tegen haar moeder zegt, is dat het Chryslergebouw een stralend baken is van de grootste en mooiste verwachtingen van de mens. Later stuurt haar moeder als antwoord op een bedankje voor het ziekenhuisbezoek, een kaart terug van het Chryslergebouw bij nacht. Het lijkt alsof de sterrenhemel het decor moest zijn van een fractie van het begin van een herstel van de moeder-dochterrelatie. 
  
Conclusie 
  
Het verhaal is verteld, er was een enorme identificatie met het hoofdpersonage, wat een sterke vrouw! En wat is het moeilijk om te leven zonder erkenning en steun van je ouders. Bij stukjes en beetjes komt de persoon Lucy tot leven, elke keer komt er weer een plukje informatie bij. Het wordt nooit echt een geheel, maar dat hoeft niet. 
En passant komen heftige thema's als Aids, uitroeiing van de Indianen, WOll ook nog aan bod. Vele ruwe schetsen vormen het totaalbeeld waarmee het boek afgesloten wordt. Met verwondering sloeg ik het boek dicht. 



Auteur: Elizabeth Strout 
Vertaler: Barbara de Lange 
Uitgever: Atlas Contact 
ISBN: 9789025447342 
Pag.: 176 
Genre: literaire fictie 
Verschenen: april 2016